Polentataart met appel

Polenta, die geurige pap van maïsmeel en water waar Noord-Italianen oneindig mee weten te variëren in de keuken, begint gelukkig zachtjesaan wat meer bekendheid te krijgen in Nederland dankzij de voortrekkersrol van trendy restaurants in dezen. Met maïsmeel kunnen niet alleen hartige voor- of bijgerechten worden gemaakt, maar natuurlijk ook nagerechten waarbij de polenta met melk in plaats van met water wordt gekookt. Over het koken van polenta schreef ik al eerder op deze plek; waar het vooral op aan komt is een ruime pan te gebruiken met een gelaagde bodem die de warmte goed verspreidt. Deze polentataart ziet eruit als appeltaart, smaakt als pudding en laat zich gewillig in puntjes snijden.

Bereiding: Breng de melk samen met rozijnen, het zout, de citroenschilletjes en de boter aan de kook. Strooi er al kloppend met een garde het maïsmeel bij en blijf kloppen (om klontvorming te vermijden) tot het mengsel weer kookt. Draai dan het vuur laag, roer de suiker erdoor en kook de polenta, onder regelmatig roeren met een houten lepel, gedurende 20 minuten. Neem de pan van het vuur en roer de room door de dikke polenta. Giet de soepele brei gelijkmatig uit in een met boter ingevette taartvorm (liefst met losse bodem) van 22-23 cm doorsnede. Halveer de appels overlangs en snijd ze dwars op de draad in boogvormige plakjes. Leg ze in een cirkel dakpansgewijs op de polenta en vul het midden op met de kleinere plakjes. Vermeng suiker en kaneel en strooi het mengsel over de appels. Bak de taart 45 minuten in een voorverwarmde oven (180° C) en zet hem nog 2 minuten onder een hete grill zodat de suiker op de appels goudbruin en iets krokant wordt. Koud serveren met eventueel lobbig geklopte slagroom of crème fraîche erbij.