Kok ontwijkt debat over Srebrenica

Alle pogingen van de oppositie ten spijt wilde premier Kok gisteren niet ingaan op de inhoud vanhet NIOD-rapport. CDA-leider Balkenende hield er een 'zeer onbevredigend' gevoel aan over. Hetgeen Kok 'diep' griefde.

Urenlang hebben Tweede Kamer en kabinet gisteren over het Srebrenica-rapport van het NIOD gedebatteerd, maar hoe gretig de oppositie ook probeerde het kabinet te verleiden tot een inhoudelijk debat over het Bosnische drama van 1995 en de nasleep daarvan, premier Kok bleef zich daar hardnekkig aan onttrekken. Er zou immers zo goed als zeker nog een parlementaire enquête volgen, zei de premier, en bij die gelegenheid zou hij volledige verantwoording afleggen voor zijn handelwijze – zij het waarschijnlijk niet meer als premier. In elk geval wilde hij het niet nu, bij een vluchtig parlementair debat. ,,Op terreinen die zo nauw luisteren, wil ik de uiterste prudentie betrachten'', aldus Kok. Hij kreeg hierbij de hartelijke steun van zijn eigen PvdA en coalitiepartner VVD, die zich evenmin inspanden om het debat tot leven te wekken.

Verwijzend naar de ontwijkende opstelling van de premier, noemde CDA-fractieleider Balkenende het debat dan ook tegen het einde van de avond ,,zeer onbevredigend''. Dit kwam hem op een getergde reactie van Kok te staan, die zich ,,diep gegriefd'' toonde dat het CDA de indruk wekte alsof hij zich zou verschuilen achter procedures om maar geen verantwoording te hoeven afleggen. ,,Dat aanvaard ik niet.''

Tegen wil en dank ging Kok uiteindelijk toch in op enkele belangrijke punten van kritiek uit het NIOD-rapport. Zo stelde het NIOD dat premier Kok ,,niet zwaar op zijn regiefunctie'' had ingezet tijdens en na het drama van Srebrenica.

Evenals drie jaar geleden bij de enquête naar de vliegramp in de Bijlmermeer, toen hem soortgelijke verwijten werden gemaakt, legde Kok omstandig uit dat de rol van de premier in het Nederlandse staatsrecht beperkt is. ,,Hij is primus inter pares, niets meer of minder.'' Kok wees erop dat hij niet over een omvangrijk eigen ambtenarenapparaat beschikt. Bovendien zijn de vakministers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van hun departementen. ,,De regie overnemen in de zin van `nu schuif ik eens even een minister van Defensie van de bal' is totaal ondenkbaar'', aldus de premier.

,,Heeft u uw regiefunctie dan naar uw mening goed vervuld'', informeerde GroenLinks-fractievoorzitter Rosenmöller. ,,Het antwoord is: ja'', luidde het antwoord van een hoorbaar geprikkelde Kok.

Ook brachten Balkenende en Rosenmöller de door het NIOD geconstateerde gebrekkige samenwerking tussen Buitenlandse Zaken en Defensie ter sprake. Kok en de hem vergezellende ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en De Grave (Defensie) ontkenden niet dat hier in de beginjaren van Paars-I wel het een en ander aan had geschort. Sindsdien is hierin echter volgens hen veel verbeterd. Kok zei dat hij destijds geen aanwijzingen had dat de toenmalige ministers Voorhoeve (Defensie) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) niet goed zouden samenwerken.

Veel Kamerleden, onder wie D66-fractieleider De Graaf, kritiseerden minister Van Aartsen. Deze had in een vraaggesprek in Wordt vervolgd verklaard dat het opstappen van het kabinet wegens het NIOD-rapport wat hem betreft eigenlijk niet nodig was geweest. Kok erkende dat ,,niet één op één uit het NIOD-rapport voortvloeit'' dat het kabinet had moeten aftreden. Elke minister had zijn eigen afwegingen moeten maken na de verschijning van het rapport, aldus Kok. Hij was het echter niet eens met critici die stelden dat Van Aartsens opmerkingen afbreuk hebben gedaan aan het gezamenlijke kabinetsbesluit om af te treden. Van Aartsen zelf hoedde zich er gisteren voor de verschillen met het kabinet op de spits te drijven en volstond met de zin: ,,Ik wil de premier niet dupliceren.''

De oppositie hamerde er verder op dat het kabinet volop aandacht moest houden voor het lot van de nabestaanden van de vermoorde moslims van Srebrenica. Kok wees er in dit verband op, zoals hij al eerder had gedaan, dat Nederland sinds 1995 `onevenredig' veel hulp aan Bosnië heeft gegeven. ,,We dragen ons deel, maar we hebben niet een verantwoordelijkheid in hoofdletters, omdat aan ons een bijzondere schuld zou kleven'', onderstreepte Kok. En ja, de premier was bereid na te denken over ,,een contact ter plaatse'', mits dat niet zou ontaarden in een mediaspektakel. Zo bleef in nevelen gehuld of en zo ja wanneer Kok een persoonlijke gang naar Bosnië zal maken.