Kijken hoe het gras groeit

In drie theaterprogramma's hebben de cabaretiers Thomas Acda en Paul de Munnik een verhaal verteld in liedjes, monologen en samenspraken. Het waaierde alle kanten uit, maar het kwam steeds weer terug bij de geschiedenis van twee jongens die samen een theaterprogramma wilden maken – of een zwerftocht, wat op hetzelfde neerkwam – terwijl hun intussen ook iets anders overkwam. Zo ging het immers ook in werkelijkheid: ze speelden theater, maar diverse liedjes uit hun programma's werden hits, zodat ze af en toe dreigden te verdwalen in het popcircuit. `Alles wat wij verzonnen werd waar,' zeiden ze aan het slot van het derde programma. `Zelfs de dingen die we niet wilden verzinnen.'

Met een verzamelvoorstelling en een grootformaat boek – alletwee onder de titel Trilogie – hebben Acda & De Munnik hun drieluik dit voorjaar afgesloten. Dat er in de programma's die ze de afgelopen zeven jaar hebben gemaakt, inderdaad één verhaal is verteld, blijkt des te meer nu de teksten op papier staan, zonder de omtrekkende bewegingen uit de voorstellingen. Het begon met `twee jongens die zich door het leven bluffen omdat ze geen idee hebben' en het eindigde met de zelfspot van diezelfde twee jongens, die zich halsstarrig theatermakers blijven noemen, terwijl het grote publiek hen als popmuzikanten ziet.

Twee titaantjes waren ze dus, die een mooi weefwerk van waarheid en verzinsels hebben gemaakt. Het ging over het romantische idee om net zo'n zwervend leven te leiden als Jack Kerouac in On the road, en over de Hollandse variant die niet verder komt dan Muiderberg. Of, nou ja, hooguit naar Parijs, om samen op de foto te staan bij de Eiffeltoren. De gesproken teksten laten zich lezen als korte, tragikomische verhaaltjes, die telkens stukjes van dezelfde legpuzzel blijken te zijn, en de bijbehorende bluesy liedjes staan als bladmuziek achter in het boek. `Drie keer vallen ben ik thuis,' is er een goed voorbeeld van. Of, als het over hun grote voorbeelden gaat: `Kijk me eens het gras zien groeien / en iedereen maar denken da'k niks doe / maar niets is minder waar / want al ben ik dan niet klaar / ik ben de wedstrijd met de Beatles en de buren moe...'

Thomas Acda en Paul de Munnik hebben intussen aangekondigd dat ze samen nog niet uitgespeeld zijn. Ze gaan een nieuw programma maken, dat echter een ander karakter zal krijgen dan hun drieluik over jongensdromen. Dat maakt nieuwsgierig, nadat alles wat ze tot dusver verzonnen hebben, wáár werd. En meer dan dat.

Thomas Acda en Paul de Munnik: Trilogie. Nijgh & Van Ditmar, 176 blz. €18,50