`Kamer is onvoorstelbaar hard bedrijf'

Voor 36 Tweede-Kamerleden zit de klus er op 15 mei in elk geval op. Zij stellen zich niet herkiesbaar. In een korte serie blikken vertrekkers terug en vertellen mogelijke opvolgers wat hun voor ogen staat.

Op zijn werktafel staat een globe, want de specialiteit van ex-diplomaat Jan Hoekema (D66) blijft de wereld. Minder bekend is dat hij zich de laatste acht jaar ook intensief heeft bemoeid met binnenlands bestuur.

Wat heeft u als Kamerlid bereikt?

,,Het kostte me geruime tijd om mijn draai als Kamerlid te vinden, maar vooral in zo'n tweede periode kun je gaan oogsten. Doordat ik toen in een kleinere fractie zat, kreeg ik meer in mijn portefeuille. Ik ben een generalist. Mijn naam is niet verbonden met één belangrijk wapenfeit zoals een grote nieuwe wet. Toch heb ik op een breed terrein wel dingen bereikt. Zo heb ik hard gewerkt om de uitkeringen uit het fonds voor gemeenten op een eerlijker manier verdeeld te krijgen. En dat is gelukt. Verder heb ik enigszins een stempel gedrukt op de gemeentelijke herindeling. In het buitenlands beleid laat je meestal minder sporen na, omdat je daar als Kamerlid minder greep op de gebeurtenissen hebt. Maar samen met Maxime Verhagen (CDA) heb ik in 1998 via een motie Nederland een duwtje helpen geven in de richting van een gezamenlijk Europees Veiligheids- en Defensiebeleid. Ook met Verhagen heb ik gedaan gekregen dat er meer aandacht is voor gedetineerdenzorg in het buitenland. Voor individuele asielzoekers heb ik af en toe dingen kunnen bereiken. Dat past ook in mijn opvatting van de taak van een Kamerlid. Volgens mij moet je ook een soort ombudsfunctie vervulllen.''

Waren er dieptepunten of diepe frustraties?

,,Natuurlijk waren er wel tegenvallers, maar ik heb inhoudelijk geen grote politieke teleurstellingen gekend. Ook over Srebrenica heb ik niet het gevoel dat ikzelf grote fouten heb gemaakt, al heb ik die kwestie wel als een last ervaren en was ik sinds juli 1995 mijn onbevangenheid als Kamerlid kwijt. Wel heb ik het gevoel dat het, achteraf gezien, beter zou zijn geweest als minister Voorhoeve destijds al was afgetreden.

Verder waren er soms bittere momenten in de persoonlijke sfeer, zowel binnen mijn eigen fractie als met mensen uit andere fracties. Dat je dacht: waarom haalt iemand zo'n nare streek uit, wat heerst hier toch een sfeer van competitie en wantrouwen. Waarom gunt men hier elkaar het licht niet in de ogen? Het klimaat in de Kamer is vaak dat van een arena waar ieder zijn eigen gevecht voert. Het is een bedrijf van een onvoorstelbare hardheid.''

Wat gaat u na de verkiezingen doen?

,,Door mijn relatie met PvdA-Kamerlid Marleen Barth oordeelde ik het beter niet opnieuw in de Kamer te gaan zitten. Zoiets leidt al gauw tot verwijten dat geheimen uit de fractie niet veilig bij je zijn. Ik ben nu in gesprek met Buitenlandse Zaken over een eventuele terugkeer en ik kijk naar mogelijkheden bij internationale organisaties. Maar ik zou ook best wat op lokaal niveau willen doen. Bijna was ik wethouder in Haarlem geworden en ik zou ook best ergens burgemeester willen worden.''