Het hemelse van de ander

`Hoewel ik buitengewoon veel en buitensporig heb liefgehad, heb ik daarvoor toch, bij God!, niemand verwekt en niemand gedood.' Deze woorden schreef Vladimir Solovjov (1853-1900) tegen het eind van zijn leven aan een vriend. De Russische dichter-filosoof, die ook goed bevriend was met de schrijver Dostojevski, moest concluderen dat het met zijn liefdesleven nogal droevig was gesteld. Een paar keer in zijn leven was hij zwaar getroffen door de krachten van Eros, maar telkens waren zijn liefdesavonturen gedoemd tot mislukking. Een keer zelfs, toen zijn grote liefde Sophia Petrovna Chitrovo na jaren besloot om niet met hem te trouwen, werd hij geveld door een zware ziekte waaraan hij bijna bezweek.

Toch was Solovjov geen ongelukkig man maar een gepassioneerd denker en een mysticus. Tot drie maal toe in zijn leven kreeg hij een visioen van de `eeuwige vrouwelijkheid', die aan hem verscheen in de gestalte van de hemelse Sophia. Nooit heeft de filosoof gesproken over deze spirituele ontmoetingen, behalve in het gedicht `Drie Ontmoetingen', dat hij twee jaar voor zijn dood schreef. Maar in zijn vele filosofische geschriften kwam het begrip Sophia terug als een soort tussenschakel tussen God en de schepping van de mens. In zijn werk onderzocht Solovjov een traditioneel probleem van het christendom en de westerse filosofie: hoe kunnen we de wereld als eenheid denken en tegelijkertijd individualiteit erkennen? De hemelse Sophia vormde het antwoord. Zij was het bewijs dat in de hoogste vormen van het menselijk intellect een direct contact met het goddelijke kan plaatsvinden.

Solovjov werd door zijn tijdgenoten beschouwd als een groot denker en zijn gedachtegoed heeft vele beroemde Russische dichters en schrijvers geïnspireerd. Maar in Nederland is tot nu toe nauwelijks iets van zijn werk verschenen. De bundel Over Liefde (onder redactie van Ton Jansen en Evert van der Zweerde) is een eerste kennismaking met Solovjovs denken en bevat twee verhandelingen. In Het levensdrama van Plato, een opstel uit 1898, schrijft Solovjov hoe de Griekse filosoof in zijn twee centrale dialogen, Phaedrus en Symposium, een theorie van de liefde weergeeft die onvoltooid blijft. `Volgens de definitie van Plato', schrijft Solovjov, `is voortbrengen in schoonheid de ware taak van Eros.' Maar volgens hem was Plato niet in staat om uit te leggen wat `voortbrengen in schoonheid' betekent. In de verhandeling `De betekenis van de liefde doet Solovjov een poging om hier een antwoord op te geven. Volgens hem houdt liefhebben niets anders in dan zien wat een ander niet ziet: het hemelse wezen in de ander ontwaren. Eros roept ons op om van de mens een God te maken. En dat deed Solovjov zijn leven lang: in iedere vrouw die hij beminde, zag hij zijn `eeuwige vriendin'. Maar met haar trouwen, dat kon hij niet.

Vladimir Solovjov: Over Liefde. Damon, 255 blz. €17,91