God zag een uitweg

Een jaar of vijf geleden veroverde Jack Miles met God: A Biography de prestigieuze Pulitzerprijs. De titel moet serieus worden genomen, het boek vertelt het levensverhaal van God. Miles stelde voor de hele bijbel als een literaire verbeelding te behandelen, met God als hoofdpersoon, en dan na te gaan hoe het met de hoofdpersoon afloopt. God dus als personage van een roman die zich voorlopig beperkt tot het Oude Testament (Miles zegt keurig Tenach). Dat betekent dat je oneffenheden in the divine character niet herleidt tot verschil in visie van de bijbelschrijvers, en ze evenmin in systeem brengt zoals in de theologie, maar als ontwikkelingen moet schetsen die God in zijn contact met mens en wereld doormaakt, die laten zien hoe hij groeit in zijn rol, en tegen welke problemen hij oploopt.

Het Nieuwe Testament kun je dan lezen als het vervolgverhaal van God. Aan het eind van de oudtestamentische periode lopen de zaken God uit de hand: zijn volk kan hij niet meer redden uit de nood (de ballingschap in Babel, later de bezetting van het land door de Romeinen), en hij kan zijn beloften van vrede voor Zijn schepselen niet meer waar maken. Hoe moet het dan verder?

Dat laat Miles zien in Christ. A Crisis in the Life of God, opgezet volgens dezelfde principes. Dus geen historische benadering maar een literaire, waarin hij niet zijn toevlucht neemt tot verschillende schrijvers om verschillende karaktertrekken van Jezus een plaats te geven, en waarin hij het Nieuwe Testament leest als één ongedeelde vertelling. Het Nieuwe Testament vertelt dat God geen andere uitweg uit de impasse ziet waarin hij zichzelf heeft gemanoeuvreerd dan door mens te worden, om dan als mens alle ellende op zich te nemen die zijn volk moet ondergaan. Jezus is dus de figuur die in het Nieuwe Testament de grote crisis oplost waarin God terecht is gekomen. Zijn volk (en met hen zijn hele schepselenwereld) zal gered worden, maar niet langs de weg van het geweld, waarmee Hij zo zegevierend begon – Egypte verslagen, Kanaän veroverd – en zo deprimerend eindigde (ballingschap en bezetting).

Jezus is dus heel wat anders dan de zo genaamde historische Jezus, en al evenmin de kerkelijke Christus van het dogma. Beide wegen zijn taboe voor de aanpak van Miles, want dat is weglopen uit het verhaal. In het verhaal is het verbluffende juist dat God zich laat afslachten als een lam, Jezus als het Lam Gods, en daarmee zich voorgoed bekeert van zijn gewelddadig verleden.

Karakteristiek voor deze bekering is Jezus' parabel over de Goede Herder: die zal niet als een vechtjas ten onder gaan, maar geeft zijn leven vrijwillig uit handen ten gunste van de schapen. Geen verweer? Inderdaad, dat is de nieuwe weg die God inslaat. En langs die weg komt alles toch nog in orde. Als je het Nieuwe Testament tenminste tot het eind volgt, want daar staat het verhaal (in Openbaringen) van de bruiloft van het lam: de wereldgeschiedenis eindigt met een huwelijk, met het afwissen van alle tranen die er ooit geschreid zijn.

Christ is wat minder spectaculair dan Miles' eerdere Biography. Dat komt omdat de tekst waaraan Miles zich houdt, minder kansen biedt om van het personage God iets te maken, terwijl Jezus ons bovendien veel nader staat dan God. Maar het blijft natuurlijk een vondst om God als `character' te behandelen. Met theologie of godsdienstwetenschap heeft het niets te maken, en dat hoeft ook niet. Het gaat niet om de ontwikkeling van een voorstelling, maar van een personage. Wat je je wèl kunt afvragen is of je er meer aan hebt dan literair plezier. Dat zou ik anders formuleren. Heb je wat aan literair plezier, ook als het om de bijbel gaat? Daar kun je alleen maar `ja' op zeggen.

Jack Miles: Christ. A Crisis in the Life of God. Knopf, 288 blz. €34,01 (geb.)