Gezonde benen

Enige tijd geleden beloofde ik u niet langer lastig te vallen met mijn kwaaltjes, maar dat is nauwelijks vol te houden. Het is niet omdat ik nog uitsluitend gefixeerd ben op mijzelf en geen oog meer heb voor de wereld. Het Srebrenica-rapport ligt turven hoog op mijn bureau. Er is van alles over op te merken, maar tegen de tijd dat ik in die mêlee van meningen ook nog iets naar voren wil brengen, zal de hele zaak vermoedelijk alweer vergeten zijn. Dat ik het hier toch nog over mijzelf wil hebben, komt omdat ik de laatste tijd wordt geconfronteerd met dingen die altijd vanzelfsprekend waren, maar die bij nader inzien toch minder vanzelfsprekend blijken te zijn.

De situatie is nu zo dat al mijn cognitieve functies, zoals verstand, geheugen en concentratievermogen onaangetast zijn, maar dat ik een aantal motorische vaardigheden opnieuw heb moeten leren. Dat lukt aardig. Ik kan weer tikken met mijn linkerarm en ook weer strelen. Ik kan weer zwemmen en heb onlangs mijn fietsdiploma gehaald, dat wil zeggen dat ik mij op een lage instapdamesfiets weer gewoon door het drukke verkeer kan verplaatsen, zoals door het keurend oog van de achter mij rijdende fysiotherapeut werd vastgesteld. Speciaal voor Rudy K. te Leiden vermeld ik dat het bedrijven van seks ook geen probleem meer is.

Van alles wat ik opnieuw moest leren, was lopen wel het moeilijkste. Je staat er niet bij stil hoe moeilijk lopen is. Toch heb ik het nu bijna onder de knie. Ik kan al weer zo'n dikke kilometer wandelen en voorzichtig een partijtje badmintonnen valt binnen de mogelijkheden. Ik kan alleen nog niet dribbelen – mijn bewondering voor Coen Moulijn is enorm gegroeid – en ook aan hollen moet worden gewerkt. Ik denk dat ik nog zeker twee maanden nodig heb om zo te kunnen lopen dat het verschil met een normaal lopend mens niet meer wordt opgemerkt.

Juist wegens al mijn inspanningen was ik bijzonder geïnteresseerd in een documentaire die afgelopen zondag werd uitgezonden door RTL4. Voor mij was het een van de schokkendste televisieprogramma's van de afgelopen jaren. De documentaire ging over mensen die lichamelijk niets mankeren, maar die zich zo getourmenteerd en incompetent voelen dat zij menen slechts van deze gevoelens verlost te kunnen worden door amputatie van hun benen.

Zo was er een vijfenvijftigjarige man die somber aan zijn psychiater vertelde dat hij pas weer gelukkig zou zijn als zijn linkerbeen was afgezet. Ook zag je een vrouw van boven de dertig, die zittend aan het strand verdrietig uitkeek over de zee. Zij wilde haar beide benen kwijt, het liefst flink hoog. Ze wees aan hoe hoog, in ieder geval ver boven de knie. Thuis was ze al in de rolstoel aan het oefenen. Aanvankelijk dacht ik dat ik zat te kijken naar weer zo'n briljante parodie van Arjan Ederveen, maar hoe langer ik keek hoe meer het mij duidelijk werd dat dit echt was. Er zijn werkelijk mensen die lijden aan body dysmorphia, een syndroom waarbij je verlost wil worden van een lichaamsdeel.

,,Ach had ik maar één been'', schreef de dichter, ,,dan kan het ene been het andere tenminste niet in de weg zitten.'' Maar het is geen kwestie van twee strijdende benen, het is een gevecht tussen been en hoofd. Waarom wil iemand van een gezond been af? Ik heb er werkelijk geen antwoord op. Een psychiater zei dat het een schreeuw om aandacht is: eindelijk een alibi om straks verzorgd te mogen worden. Ik kan dat nauwelijks geloven. En wat te denken van de chirurg die de amputatie wil uitvoeren? Voor straf een been afzetten? Maar ik help alleen maar iemand die zich ongelukkig voelt, zei hij. Een redenering waar ik geen been tussen kan krijgen.