Eten (2)

Een groot mysterie:

Soms verandert mijn smaak,

Soms moet ik niets meer hebben

Van iets dat ik vroeger lekker vond.

Vroeger hield ik meer

Van eigeel dan van eiwit;

Nu leg ik de dooier

Op de rand van mijn bord.

Dat is het onbegrijpelijke:

Dat ik mij, hoe ik ook probeer,

De lekkere smaak van vroeger

Niet meer kan herinneren.