Een ding met een pruik

NEW YORK. Hoewel wij nooit echt bevriend waren, zij was de vrouw van een kennis geweest, nam zij, tot mijn verbazing, een paar maanden na de scheiding contact met me op.

Ze maakte het goed, ze had haar haren verloren en één of twee borsten, dat kon ik zo gauw door de telefoon niet verstaan, en haar man, maar ze leefde. ,,Bovendien'', voegde ze eraan toe, ,,heb ik nu mooier haar dan ooit. Die pruiken van tegenwoordig zijn heel ingenieus.''

De afspraak werd drie keer op het laatste moment uitgesteld, omdat de therapie die ze onderging haar uitputte en ook nog andere bijwerkingen had die over de telefoon maar niet nader omschreven moesten worden. ,,Ik wil je niet als een wrak ontmoeten'', zei ze.

Toen de ontmoeting dan eindelijk plaatsvond, gerangschikt conform de wetten van het sociale verkeer, eerst iets drinken, dan iets eten, dan nog iets drinken, hoefde ik niet te liegen. Ze zag er stralend uit. Ze droeg een streepjesbroek met frisse kleuren, misschien een tikkeltje een clownsbroek, maar onmiskenbaar vrolijk.

,,Je ziet er goed uit, Mia'', zei ik.

Haar pruik werd besproken. Ik mocht er even aanzitten en we kwamen tot de conclusie dat de pruik een vooruitgang kon worden genoemd, beter dan het origineel dat gesneuveld was in een oorlog die noodzakelijk genoemd mocht worden.

,,Is het mensenhaar?'' vroeg ik.

Terwijl het gesprek vergleed in andere richtingen, weer geheel volgens de wetten van het sociale verkeer, dacht ik dat het mij niets zou kunnen schelen als ze zou doodgaan. Hoe aardig ik haar ook vond, hoezeer ik haar ook het beste toewenste, haar dood liet me koud. Als ze hier ter plekke aan mijn voeten dood neer zou vallen, zou ik dat erg vinden wegens de overlast. Wie wil sterven moet maar onder een boom gaan zitten en wachten op zijn dood.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik mij betrap op ongewenste gedachten en hoe groter de angst dat die op een dag naar buiten sijpelen, of beter gezegd, spuiten.

Ik speelde wel, professioneel mag ik zeggen, hoe begaan ik met haar was, en dat spel deed mij ook deugd. Ik zag hoe goed ik was, mijn medeleven miste zijn uitwerking niet.

We lachten dapper om verdriet, want alleen zo kun je het overwinnen. Zij lachte natuurlijk iets dapperder dan ik, het was haar verdriet, en toen het tijd werd aan tafel te gaan, was dat verdriet onzichtbaar geworden achter een intense hilariteit.

Waarom we ooit begonnen waren te lachen wisten we niet meer, maar we lachten hard en uitbundig. Zo hielden we leven en dood op een afstand, terwijl we ons toch tegoed konden doen aan een salade van zeldzame paddestoelen.

Toen moest Mia naar de wc, het duurde lang, langer dan het sociale verkeer ons geeft voor dergelijke activiteiten. Daarna was de hilariteit, die vanaf het eerste moment een eigenaardige bijsmaak had gehad, verdwenen.

Bijwerkingen werden behandeld, neveneffecten, misselijkheid die in golven kwam, zetpillen tegen misselijkheid. De vraag: hoe komt zo'n zetpil in de bloedbaan? Daarop wisten we allebei geen antwoord. Kortom een hele medische encyclopedie, maar met de nodige luchtigheid die je in staat stelt het ergste te behandelen zonder er iets van op te lopen. Een soort condoom.

,,En zie je mijn ex-man nog wel eens?'' vroeg Mia, toen wij alles over de zetpil hadden gezegd wat daar met goed fatsoen over viel te zeggen.

,,Minder, ik ben hem uit het oog verloren.''

Veel mensen verlies ik uit het oog. Ik laat ze lopen. Zoals een sportvisser de vissen die hij heeft gevangen weer teruggooit in het water, gooi ik mijn vangst terug. In het wild hebben ze het beter dan bij mij in het aquarium, houd ik mezelf voor.

Het lukt me niet in hun idealen, hoe klein ook, te geloven. Hun zorgen zijn zelden de mijne.

,,Hij maakt het goed'', zei ik, ,,maar het is voor jou toch ook een bevrijding. De scheiding.''

Wat voor mij vanzelfsprekend is, vinden anderen soms verbazingwekkend en ongepast, en omgekeerd.

Mia veegde met een servet over haar mond. ,,Nou een bevrijding, ik ben heel alleen.''

De nadruk lag op ieder woord. Normaal had ik een repertoire aan relativerende en humoristische opmerkingen om een dergelijke opmerking te pareren. Je liet je niet kennen, nooit.

,,Ik mis een lichaam'', zei Mia.

Een, niet het.

Ik besloot erover heen te praten. ,,Elke verbintenis is ook een gevangenis, zeker als die verbintenis niet functioneert.''

Ik zie geen heil in het toelaten van verdriet, want als je het eenmaal hebt toegelaten, hoe krijg je het weer weg?

Op tafel stond een schaal olijfolie. Als je oren zijn verstopt kun je ze open krijgen met behulp van olijfolie, had Mia me verteld.

,,Ik heb soms fantasieën om hem pijn te doen'', zei Mia.

De mensen verdwenen steeds meer naar de achtergrond in mijn leven. Een paar waren er die ik moet beschermen, maar ik had nooit echt iemand kunnen beschermen, ik was altijd te laat gekomen. De bescherming die ik bood was een illusie, mijn macht was macht op krediet. Geen werkelijke bescherming, en dat maakte elke verbintenis futiel, voorlopig.

,,Wat voor pijn?'' vroeg ik.

,,Allerlei soorten.''

De avond liep ten einde. Ik hielp haar in de jas, nam tassen aan, was vol medeleven met al die lichaamsdelen die aan het eind van zo'n lange avond pijn begonnen te doen.

,,Natuurlijk'', zei ik, ,,het is een aanslag.''

Straks was ze thuis, dan kon ze sterven, en ik zou er geen last meer van hebben.

,,Voor mijn ouders'', zei Mia, ,,is het het ergste.''

,,Ja, een kind dat ziek wordt.'' Een kind dat je moet opgeven, wilde ik zeggen, maar ik zei: ,,dat is gruwelijk.''

Het lopen ging aan het eind van zo'n lange ( `mooie' , zei ze) avond moeizaam, dus gaf ik haar een arm, hoewel ze niet eens zoveel ouder was dan ik.

,,Wil je mijn nieuwe flat in Chelsea zien? Ik kan thee voor je zetten.''

,,Ach.''

,,Of koffie, ik heb een espresso-apparaat gekocht.''

,,Dat zijn mooie apparaten.''

Volgens de wetten van het sociale verkeer stonden wij in de lift naar de elfde verdieping, waar zij woonde.

Haar flat was ruim voor één persoon.

Ze zei: ,,Doe je schoenen uit, in de badkamer heb ik vloerverwarming.''

We gingen op de vloerverwarming staan, het zat er niet voor niets.

,,Lekker'', zei ik, ,,vooral in de winter.''

Zolang je duidelijk bepaalde grenzen hebt, je je voortbeweegt in een kader kun je jezelf wijsmaken dat je deel uitmaakt van een groter geheel.

Mijn grenzen waren onduidelijk, vaag, onbepaald, bovendien was ik steeds bereid ze te verkennen, ze te verschuiven, ze aan te passen.

Een pruik die wordt opgezet, gaat ook weer af.

,,Een markant gezicht'', zei ik. ,,Het staat niet slecht.''

Het bed was net als de woning eigenlijk te groot voor één persoon.

Zelfs als je alle gevoelens hebt onderdrukt en weggestopt, kun je nog lust voelen. Voor het leven.

Dat wat was weggehaald moest maar bedekt blijven, stelde ze voor.

Daarover waren we het allebei eens.

Zo werd ik een lichaam dat gemist werd, een lichaam dat dringend nodig was, een ding om een fantasie mee te vervullen waarin haar ex-man gepijnigd werd.

En zij?

Ook een ding, een ding met een pruik die op en af ging.

Al hoopte ik vurig, dat gevoel was nog groter dan mijn lust, dat ze niet zou sterven terwijl ik op haar lag, of achter haar stond.

Niet sterven, dacht ik, kom op, niet sterven, nog even doorzetten.

De geluiden die haar lichaam maakte waren niet te vertrouwen.

Was dat werkelijk alles?

Nee, ik voelde ook gewichtloosheid, bodemloosheid, alsof je in de gymzaal aan het wandrek hangt en je durft niet meer naar beneden, Je kunt niet naar beneden, de treden zijn weggehaald.

,,Kom'', zei Mia, ,,nog eventjes. Ik ben zo klaar.''