De terugkeer van de KVP

Oud-D66-leider Hans van Mierlo kon er altijd heel bevlogen over praten: de eeuwige macht van de christen-democraten in de Nederlandse politiek. Een macht waardoor het CDA volgens hem ,,groter was dan de god die het in Nederland vertegenwoordigde''. Het was in feite zijn grootste drijfveer om in 1994 de paarse coalitie te forceren. Hierdoor kwam voor het eerst in bijna tachtig jaar een regering zonder christen-democraten aan het bewind. Toen paars net bestond vergeleek Van Mierlo in een vraaggesprek met het blad Idee van het wetenschappelijk instituut van zijn partij, de vanzelfsprekenheid van de macht van het CDA met een infectie. ,,Het waren de PvdA en de VVD die met dit virus besmet waren, want die twee partijen hadden zichzelf overgeleverd aan het CDA. Als coalitiepartner moesten ze keurig doen wat het CDA wilde, anders werden ze voor elkaar ingeruild.''

Dat was nu voorbij, meende Van Mierlo. Want de totstandkoming van paars had de ,,genen van de Nederlandse politiek veranderd''. Voorbij? Voor heel even dan, kunnen we nu, acht jaar later, constateren. De paarse partners liggen in een echtscheiding en het CDA zit weer net zo comfortabel in het midden als voor 1994. Alsof de Katholieke Volkspartij weer helemaal terug is van weggeweest, zo lijkt het wel. Men buigt niet naar links en men buigt niet naar rechts. Straks, na de verkiezingen, heeft het CDA het helemaal alleen voor het uitzoeken. Wordt het over rechts, of wordt het over links? Wie biedt het meest?

Helemaal vergelijkbaar met vroeger is de situatie natuurlijk niet. Het belangrijkste verschil is dat het CDA niet meer het alleenrecht bezit op de `alle-deuren-openhouden-politiek'. Want inmiddels weigeren nagenoeg alle potentiële regeringspartijen de kiezer vooraf duidelijk te maken waar de coalitievoorkeur naar uitgaat. `Eerst moet de kiezer spreken', luidt de clichétekst die dagelijks op wel een van de televisiezenders uit de mond van een lijsttrekker valt te vernemen. Maar waarvoor de kiezer dan kiest? Dat maken de regenten wel uit als zij na de verkiezingen weer onder elkaar zijn.

Dat PvdA en VVD straks niet meer met elkaar doorgaan ligt voor de hand. VVD-lijsttrekker Dijkstal hintte daar ook op toen hij twee weken geleden zijn ledenvergadering in Veldhoven toesprak. Zaken als de bestrijding van files, wachtlijsten, de WAO en het asielbeleid waren volgens hem haast niet aan te pakken met de PvdA. Uitsluiten deed hij de PvdA hiermee weliswaar niet, maar als een wens tot voortzetting van de cohabitation Hollandaise kon de uitspraak van Dijkstal toch moeilijk worden opgevat.

Melkert op zijn beurt blijft daarentegen alle opties openhouden. Met de VVD? Kan. Met het CDA? Kan. Met GroenLinks? Kan. Met D66? Kan. Alleen met Pim Fortuyn kan het volgens Melkert niet. Maar dat is weer niet zo'n gewaagde uitspraak, want Fortuyn heeft al talloze malen laten weten dat hij er `geen zin an heeft' om met de PvdA samen te werken.

En zodoende komt het CDA onder leiding van Jan Peter Balkenende straks toch weer in de vertrouwde verdeel-en-heerspositie. Maar met een voor de partij niet onbelangrijke complicatie. Het politieke krachtenveld dreigt bij de aanstaande verkiezingen zodanig te worden omgewoeld dat ten minste drie partijen voor een meerderheidscoalitie noodzakelijk zijn. Kiest het CDA voor rechts, dan zal behalve de VVD ook Pim Fortuyn moeten worden uitgenodigd. En mocht het CDA voor links kiezen, dan zit behalve de PvdA ook GroenLinks aan tafel. Met andere woorden: de echte keuze waarvoor het CDA dan staat is niet zozeer links of rechts, maar Fortuyn of GroenLinks.

De uiteindelijke keuze zal sterk worden beïnvloed door de vraag bij welke combinatie het CDA de grootste aandeelhouder is, en dus in aanmerking komt om de minister-president te leveren. Volgens de huidige peilingen zou het CDA dan voor de rechtse variant moeten kiezen, want de partij is groter dan de VVD, maar kleiner dan de PvdA. En het CDA weet als haast geen ander wat de waarde is van het kunnen leveren van de premier. Het was immers Ruud Lubbers die in de jaren tachtig met zijn charismatisch leiderschap voor het CDA de electorale weg omhoog wist te vinden.

Ook op inhoudelijke gronden ligt een combinatie van CDA, VVD en Fortuyn het meest voor de hand. Ervan uitgaande dat Fortuyn een belangrijk deel van zijn populariteit te danken heeft aan het `immigrantenvraagstuk', mag verwacht worden dat dit onderwerp bij de kabinetsformatie een belangrijke rol zal spelen. Op dit terrein staat het CDA aanzienlijk dichter bij Fortuyn dan bij GroenLinks. Hetzelfde geldt voor zaken als criminaliteitsbestrijding en verbetering van de infrastructuur.

Dat het CDA een samenwerking met Fortuyn aandurft, bewijzen de deze week met succes afgesloten college-onderhandelingen in Rotterdam. Het zou niet de eerste keer zijn dat gemeenten dienen als proeftuin voor de landelijke politiek. Paars bestond per slot van rekening ook al eerder in de steden dan in het land.

Zo vormen zich nu al de contouren van een nieuwe coalitie. Alleen mag de kiezer het nog niet weten. Die moet eerst stemmen, om vervolgens rustig af te wachten wat het zal worden. Het Britse blad The Economist omscheef de Nederlandse politieke cultuur enkele weken geleden treffend als er één van Daddy knows best. De kiezer mag zich straks op 15 mei even ontladen, maar direct daarna nemen de paternalisten het weer over.