De authentieke handgranaat

Iedereen lijkt het erover eens te zijn dat je alleen maar goed kunt schrijven over wat je zelf hebt meegemaakt en over gevoelens als je die zelf echt voelt. Een goed gedicht over leed kan niet worden geschreven door een dichter die niet zelf heeft geleden. Veel mensen gaan nog een stap verder en denken dat autobiografische betrokkenheid een garantie is voor esthetische kwaliteit. Als je maar authentiek verslag uitbrengt van je eigen beslommeringen en nauwkeurig opschrijft wat je in werkelijkheid hebt moeten doorstaan, schrijf je automatisch gedichten die authentiek zijn en daarmee goed.

De informatie op de achterflap van Soldatenlaarzen, het poëziedebuut van Arnold Jansen op de Haar (we kennen hem als auteur van de roman De koning van Tuzla), is relevant: de dichter `was als beroepsofficier betrokken bij de oorlog in voormalig Joegoslavië. Soldatenlaarzen is een reeks van grotendeels autobiografische gedichten. Het is de weerslag van de haat-liefdeverhouding van de auteur met het leger, een aanklacht tegen de oorlog, maar ook een zoektocht naar identiteit.' De flap dekt de lading. De bundel bevat gedichten met titels als `joegoslavisch requiem', `de meisjes van sarajevo' en `srebrenica'. Er ontploffen granaten, er wordt `under the protection of UN forces' gescholen in `in the biggest death camp in the world', er wordt gehandeld op de zwarte markt, bij een road-block vraagt iemand dwingend om een sigaret, er wordt gevloekt op cetniks en ustašas en gevlucht naar Tuzla. De onluisterende realiteit van de Nederlandse militaire operatie in voormalig Joegoslavië, waaraan we de laatste weken weer zo pijnlijk zijn herinnerd, is onverdund en uiterst herkenbaar aanwezig in deze gedichten.

De inzet van de bundel is tweeledig. De dichter probeert zich in zijn individuele poëzie los te maken van collectieve schuld en zijn individualiteit te herwinnen. In `retrospectief', het openingsgedicht, beseft hij: `het is niet wie ik ben / maar wie zij zijn'. In het slotgedicht besluit hij: `wij is een woord / bestemd voor koningen / en wie hun slippen dragen'. Bovendien probeert hij de oorlog te verwerken door de oorlog te vertalen. Echte granaten dienen in taal gedetoneerd: `ik wil exploderen in taal / woorden gooien als / handgranaten / sterren in de ruiten / schieten'. Zijn poëzie wil de verschrikkingen incorporeren en daarmee onschadelijk maken. Dit zijn de laatste woorden van de bundel:

ik droeg ze ja soldatenlaarzen

u wist het niet zei u

wat weet u wel

vergeet de rijm en reden

van uw argwaan

denk als u soldatenlaarzen ziet

aan mij aan mij alleen

Soldatenlaarzen is een authentiek document, daarover hoeven we geen seconde te twijfelen. Volgens de logica van diegenen die denken dat authentiek hetzelfde is als goed, is het daarmee ook een goede bundel. Maar wie zo denkt heeft ongelijk. Waar het aan schort is dat de dichter precies niet bereikt wat hij wil bereiken. Wanneer hij schrijft `tezelfdertijd detoneert / in het dorp rainci gornji / een granaat / twee lijken liggen / verstrengeld / als een uitgerukte / slingerplant', dan laat hij weliswaar een granaat ontploffen, maar hij explodeert niet in taal en hij gooit geen woorden als handgranaten. Deze verzen moeten het voor hun effect hebben van de werkelijkheid die eraan ten grondslag ligt en van niets anders dan die werkelijkheid. En als we door deze verzen worden geraakt, dan komt dat doordat we ons beelden herinneren van datgene wat ze beschrijven, niet doordat de dichter ons raakt met zijn woorden. Deze gedichten kunnen het niet stellen zonder de gruwelijke werkelijkheid die ze beschrijven en ze voegen aan die gruwelijke werkelijkheid niets toe.

Poëzie huist niet in het waargebeurde, maar in bewoordingen, beelden, klanken en ritme. Jansen op de Haar biedt ons weinig meer dan het waargebeurde. Hij is ten prooi gevallen aan het populaire misverstand dat een authentiek verslag van echt beleefd leed zich automatisch vertaalt in goede gedichten.

Arnold Jansen op de Haar: Soldatenlaarzen. Gedichten, Meulenhoff, 53 blz. €13,50