De archeologie van de pogrom

Aan overrompelende vertelstemmen is in de Amerikaanse literatuur geen gebrek. Sinds Huckleberry Finn (Mark Twain, 1885) hebben talloze eigenzinnig pratende ik-figuren het struikgewas naast het platgetreden literaire pad verkend – of ze nu Augie March heetten of Holden Caulfield, Philip Marlow of Humbert Humbert. De jonge debutant Jonathan Safran Foer (1977) voegt in Everything Is Illuminated (Alles is verlicht) aan die eerbiedwaardige reeks een nieuw kopstuk toe. De verteller van zijn even vermakelijke als ontroerende roman is een Oekraïense jongen die naar eigen zeggen Engels heeft geleerd op de universiteit en die zichzelf in het eerste hoofdstuk als volgt voorstelt:

`Mijn wetmatige naam is Alexander Pertsjov. Maar mijn vrienden titelen mij Alex, omdat deze versie van mijn naam sneller te spreken is. [...] De waarheid is dat mijn leven altijd zeer gewoon is geweest. Zoals ik al zei doe ik vele goede dingen met mijzelf en anderen, maar dit zijn wel gewone dingen. Ik vind Amerikaanse films te gek. Ik vind negers te gek, vooral Michael Jackson. Ik vind het te gek om zeer veel valuta uit te reiken in beroemde nachtclubs in Odessa.'

Alex bluft zich door de wereld, in een gebroken Engels (of moet ik zeggen Nederlands, want ik citeer de vertaling van Peter Abelsen) dat aan de ene kant snel went, en aan de andere op de lachspieren werkt. Hij gebruikt deftige woorden waar het niet nodig is, vervalt op vreemde momenten in straattaal, husselt woorden door elkaar (`geen ruggenmerg' wanneer hij `geen ruggengraat' bedoelt), vertaalt idioom letterlijk (`ik eet een zoet broodje' voor `I eat humble pie' ik verontschuldig me nederig), en toont in zijn syntaxis de invloeden van de taal waarmee hij is grootgebracht; tenminste, dat neem ik aan, want ík beheers weer geen Oekraïens).

Het doet allemaal niets af aan het verhaal dat Alex vertelt. Integendeel, zijn opgewekte taal houdt je zo sterk geboeid dat je pas laat in de gaten krijgt dat Alles is verlicht allesbehalve een vrolijke roman is. Alex blijkt gids van `Erfgoed Reizen', een door zijn vader opgezet en door zijn opa bemand reisbureautje dat joden van Oekraïense afkomst rondleidt door hun land van herkomst. Zijn eerste klant (door Alex consequent aangeduid als `de held') is een jonge New-Yorkse schrijver die op zoek is naar de sjtetl van zijn voorouders én naar de Oekraïense vrouw die zijn grootvader redde van de nazi-pogroms in 1942. De naam van de `held' is... Jonathan Safran Foer, die als bijfiguur in zijn eigen roman in de voetsporen treedt van illustere voorbeelden als Philip Roth. Door de ogen van Alex zien we hem als een verwende Amerikaan die moeilijk doet over het reisgezelschap (naast Alex en zijn onbekommerd antisemitische grootvader ook een stinkende hond die luistert naar de naam Sammy Davis Junior Junior), en die zijn hotel op stelten zet om vegetarisch te kunnen eten.

Slapstick

Na de slapstickachtige taferelen bij aankomst van de held begint de zoektocht naar het dorp Trachimbrod, dat van de aardbodem lijkt weggevaagd en waarover de aangesproken boeren zich in geheimzinnig stilzwijgen hullen. Pas als de drie expeditieleden de moed bijna hebben opgegegeven weet Alex met behulp van een oude foto van Jonathans grootvader een oude boerin aan het praten te krijgen. De scène waarin dat dat gebeurt – Alex vraagt tien keer achter elkaar `Heeft u weleens iemand van deze foto gezien?' en peilt telkens een andere reactie – is een ontroerend hoogtepunt van Alles is verlicht. De vrouw is de laatste overlevende van Trachimbrod, en bewaart de weinige materiële herinneringen aan de eens zo bloeiende sjtetl in kartonnen dozen. In het tweede deel van de roman komen we bij stukjes en beetjes te weten hoe de shoah van de bewoners is verlopen, en welke rol daarin is gespeeld door gewone Oekraïners als Alex' grootvader. Zoals de Engelse titel van de roman al aangeeft worden veel van de terugkerende raadsels die de `held' tegenkomt op zijn zoektocht uiteindelijk opgehelderd.

Alles is verlicht is een vol boek, ondanks de voor Amerikaanse begrippen verfrissend bescheiden omvang. Alex' verslag wordt afgewisseld met hoofdstukken uit een verzonnen kroniek die Jonathan Safran Foer schrijft over het dorp van zijn voorouders en die hij opstuurt naar de Oekraïense jongen die sinds de gedeelde ervaringen kennelijk een vriend van hem is geworden. Op de magisch-realistische, aan Chagall herinnerende verhalen over het leven in een dorp met rekkelijke en precieze joden, wordt door Alex in aandoenlijke brieven gereageerd. Zijn onbekendheid met literaire procédés (`There were many mishaps [...] Are you being a humorous writer here, or an uninformed one?') en zijn afschuw van verhalen die slecht aflopen, leidt tot prachtige passages. `Wat dwingt jou om op deze manier te schrijven?' vraagt hij wanneer een van Jonathans personages weer ongelukkig eindigt. `Wij hebben zoveel kansen om goed te doen, maar jij kiest keer op keer voor het kwade.' Als schrijvers, zoals Jonathan beweert, `nomadic with the truth' zijn, `waarom maken wij het verhaal dan niet meerderwaardig aan het werkelijke leven.'

Alex heeft een punt. Per slot van rekening wordt bijna de hele geschiedenis van Trachimbrod (op het afschuwelijke einde na) door Jonathan literair aangekleed. Maar hij heeft ook een motief. Als Jonathan bij de jodenvervolging van 1942 belandt, zou Alex graag zien dat zijn geliefde grootvader en diens toch al veelgeplaagde mede-Oekraïners niet als de harteloze slechteriken worden afgeschilderd die ze voor het grootste gedeelte waren. Want `met schrijven krijgt een mens tweede kansen.'

Waarzegger

Hoe te schrijven over verschrikkelijke (`onbeschrijflijke') dingen is maar een van de vele vragen die in Alles is verlicht aan de orde komen; maar dan wel een die in het licht van de Shoah – waarvan de kunst zich heel lang verre heeft moeten houden – extra relevant is. `Humorous is the only way to tell a story' schrijft Alex in een van zijn brieven, en Foer lijkt hem daarin gelijk te geven. Niet alleen de zoektocht in de Oekraïne maar ook het reilen en zeilen van de oude sjtetl wordt humoristisch beschreven, of het nu gaat om de richtingenstrijd tussen de Rechtstaanden en de Onderuitgezakten of om een waarzegger die brodeloos wordt omdat hij te eerlijk is om zijn klanten een rooskleurige toekomst te voorspellen. Pas in het derde deel van de roman wordt de toon grimmiger, en krijgen we van het alter ego van de schrijver ook een correctie op de stelling van Alex. `Vroeger dacht ik altijd dat humor de enige manier was om de schoonheid en de gruwelijkheid van de wereld te kunnen doorgronden,' zegt Jonathan in een gesprek met Alex. `Maar nu denk ik precies het omgekeerde. Met humor ontwijk je die prachtige en gruwelijke wereld juist.'

Foers boek is natuurlijk de perfecte weerlegging van Jonathans gedachte. De beestachtige massaverbranding van de joden uit het ongetwijfeld geheel uit de duim gezogen plaatsje Trachimbrod komt des te harder aan doordat ze is ingebed in een verhaal waarom je moet lachen. Alles is verlicht schaart zich daarmee tussen controversiële kunstwerken als La vita è bella van de Italiaanse filmer Roberto Benigni en Time's Arrow van de Engelse schrijver Martin Amis. Afgezien daarvan is het een roman die zich op een subtiele manier uitspreekt over de kwetsbaarheid en de noodzaak van de herinnering, en over de menselijke drang om zelfs de afschuwelijkste waarheid te achterhalen.

Dit klinkt allemaal abstracter en afstandelijker dan ik zou willen. Want Alles is verlicht is in de eerste plaats een boek dat me meer geraakt heeft dan enig ander Amerikaans debuut van de laatste tien jaar. Niet zozeer omdat Foer zo'n gaaf web weeft tussen fictie, werkelijkheid, geschiedenis en mythe; en ook niet omdat hij als een modernistisch meester speelt met taal en compositorisch alleen tegen het einde een steekje laat vallen. Maar vooral omdat hij een aantal figuren heeft geschapen die je – met al hun zwakheden en feilen – in je hart sluit en in je geheugen opslaat. Alex natuurlijk, de bluffer met een klein hartje; zijn door de geschiedenis in een hoek gedreven grootvader; de oude vrouw die het geheugen van de vernietigde sjtetl is; en zelfs de onhandige Jonathan Safran Foer, die zo dolgraag een familieverleden wil, zonder dat hij beseft wat hij zich daarmee op de hals haalt.

In een veelgeciteerde passage uit The Catcher in the Rye van J.D.Salinger zegt de hoofdpersoon dat je na het lezen van een indrukwekkend boek zou willen `dat de schrijver die het geschreven heeft een ontzettend goede vriend van je was en dat je hem altijd kon opbellen als je daar zin in had.' Bij Alles is verlicht bekroop me die gedachte ook. Maar meer nog is het een boek waarvan je zou willen dat iedereen het zou lezen. Zodat je er altijd over kon praten als je daar zin in had.

Jonathan Safran Foer: Everything Is Illuminated. Hamish Hamilton, 276 blz.€18,95 (E32,15 geb.). De Nederlandse vertaling van Peter Abelsen, Alles is verlicht, is verschenen bij Anthos, 302 blz, €19.90