Daar komen de pimps

Steeds vaker duikt de pooier op in songs en videoclips. Hij is de zwarte variant op onze Vos Reinaerde.

George Michael bracht onlangs met veel tam-tam een nieuwe single uit. Het nummer, `Freeek!', was niet zo verrassend. Maar `Freeek! de video' wel. Wat wil je als er 1 miljoen pond kan worden besteed, waarvan alleen al 80.000 aan de kostuums. En wat voor kostuums: Michael loopt door een apocalyptisch Los Angeles in een rood rubberen pak met stekels en schubben, als een kleine geile dinosaurus. Hij haalt wellustig zijn zweep over de ruggen van een stuk of vijf aangelijnde vrouwen. Aangelijnde vrouwen? Jawel, Michael is aan de wandel met dames op handen en voeten die een hondenband dragen. Strak als dobermanns, in sensationeel lakleer gestoken. Aan het eind van de scène draaien ze hun billen richting de toeschouwer. Michael kijkt er wervend bij. Wij begrijpen: George Michael heeft prima waar in de aanbieding.

Volgende week gaat in Nederland de eerste speelfilm van Ali G in première, Ali G Indahouse. Ali G, de Engelse joodse komiek die zich graag gedraagt als gangsta-rapper, wordt in de film lid van het kabinet. In een van de scènes rijdt hij in een strech-limo naar een feestje bij de premier thuis. Hij stapt uit in een enkellange witte nertsmantel, op zijn hoofd een gangsterhoed, aan zijn arm een blondje in glitter en naaldhakken. Ook in de clip `Me Julie', het liedje uit de film, zingt Ali G in een lange witte nertsmantel en lakschoenen – stoeiend op het strand met een serie vrouwen in te kleine bikini's.

We kenden hem al uit talloze liedjes en clips van gangsta-rappers en andere woordkunstenaars: de pimp – de pooier – in zijn mooie kleren en snelle auto, met zijn vlotte babbel en zijn onbetrouwbare blik. Deze pimp is een vertrouwde figuur in de Afrikaans-Amerikaanse verhalentraditie, en hij duikt de laatste jaren steeds vaker op in de artistieke expressie van zwarte artiesten. Van Snoop Doggy Dogg tot Dr. Dre en The Notorious BIG, ze zijn pimp en ze zijn er trots op. Soms is het letterlijk (Notorious BIG en Ice-T, in hun jeugd), soms overdrachtelijk. Want de pimp is een tot archetype uitgegroeide professie. Hij staat inmiddels voor de zwarte variant op onze Vos Reinaerde, de sluwe babbelaar die iedereen voor zijn karretje weet te spannen. Dat is ook meteen de relatie tussen de rapper en de pimp: ze moeten het hebben van hun rappe tong.

Het type maakt nu school. Want niet alleen in de belevingswereld van de zwarte Amerikaan figureert de pimp, ook George Michael en Ali G (die eigenlijk Sacha Baron Cohen heet) voelen zich pimp in het diepst van hun wezen. Zo maakte de pooier een dubbele oversteek: van de zwarte naar de witte populaire cultuur, en van Amerika naar Engeland.

Blondines

En dat in een jaar dat zo uitbundig in het teken stond van zijn vrouwelijke tegenhanger: de publieke vrouw, het meisje van plezier. Overal zagen we ze. Beeldvullend in de persoon van Nicole Kidman in Baz Luhrmans film Moulin Rouge; Lil' Kim, Mya, Christine Aguilera en Pink die in hun ondergoed het bijbehorende liedje (`Lady Marmelade', beter bekend als `Voulez Vous Coucher Avec Moi') de hitparade inzongen; en, opnieuw, in een hele serie clips. Van Shakira tot Destiny's Child, overal werden de dik opgemaakte blondines ingezet.

Toch is de `ho' als archetype geen nieuwkomer in de populaire cultuur, zowel wit als zwart. We hadden Irma La Douce al. En het was in de jaren zeventig dat een van de opruiendste punkslogans luidde `We Are All Prostitutes'. Mark Stewart van The Popgroup had hem bedacht. Hij schopte het ermee tot menig T-shirt. Wij zijn allemaal hoer, zeker voorzover werkzaam in de muziekindustrie. Hoeren verdienen hun geld met `turning tricks', en dat is precies wat de muzikant doet, avond aan avond op het podium: zijn intiemste ziel versjacheren voor het genot van anderen.

De pimp daarentegen heeft nooit eerder zo in de belangstelling gestaan. Inmiddels is `pooier' al méér dan een geuzennaam, het is een eretitel. Zijn Engelse vertaling is divers: pimp, player (`playa'), en het ouderwetsere `mack'. Deze laatste variant komt waarschijnlijk van het Franse woord voor makreel (`maquereau'). Op dezelfde manier doet deze stekelvinnige trekvis dienst in het Nederlands; in het Bargoens betekent makreel souteneur. De makreel figureert nu op vele manieren in de rap-teksten: `Who's The Mack?', vroeg rapper Ice Cube; `Pimpin' Ain't Easy, rapte Ice-T. Ice-T schreef over een `Pimp Behind the Wheels' en maakte een `Pimp Anthem' in 1996. Er is een `Pimp Symphony' van de rapper Pimpsta, een `Pimp Type of Weather' volgens Hellborn, er wordt verbasterd – `Pimpalistic' door Non Fiction – en er is een `Pimp in Velvet', van Jimpster. `Pimp Like Me' rapte Eminems vriendenclubje D-12 op hun cd Devils's Night. Afgelopen week nog verscheen er een nieuwe cd van een rapper die zich naar het op één na oudste beroep heeft vernoemd: Mack 10 uit Californië.

In de rap-canon hebben allerlei verschillende mannelijke stereotypen in de schijnwerpers gestaan. Zo is er de `thug' (schurk), de `hustler' (oplichter), de `pusher' (drugsdealer), de `man' (idem), de `gangsta' (allround crimineel) en is er dus de pimp. Voor al deze ondernemers geldt één gemeenschappelijk kenmerk: hun werkterrein – de straat. En `de straat', zo heeft twintig jaar rapmuziek ons geleerd, is heilig in die kringen. Want de straat is voedingsbodem en ring tegelijk. Hier gebeuren de dingen waar de rappers over zingspreken en hier meten ze hun krachten. In de kleine twintig jaar dat rap nu populair is, zijn alle straatprofessies aan de orde geweest. Het is nauwelijks te zeggen welke in de loop der jaren het belangrijkst was, al lijkt het er op dat de agressieve gangsta ten opzichte van de pimp tegenwoordig wat is teruggevallen.

Het is niet moeilijk te bedenken waarom de lepe pimp een dankbaar karakter is. Hij heeft immers alles waarover de rapper graag beschikt: geld, vrouwen en macht. De pimp is de Koning van de Straat. Ice-T beschreef de attractie van het vak in zijn `Pimp Anthem': ,,My mind's blown off fine champagne/ So bent on currency, got green in my vein/ So damn smooth that every woman wanna touch me/ So much sexuality that nuns wanna fuck me'' (,,Ik ga uit mijn dak op de beste champagne/ Ik ben zo dol op geld dat het me groen door de aderen stroomt/ Ik ben zo glad dat iedere vrouw me wil strelen/ Ik ben zo sensueel dat nonnen me willen neuken'').

Glamourversie

Zoals auteur Eithne Quinn schrijft in een artikel in Journal of American Studies (`Who's The Mack?': The Performativity and Politics of the Pimp Figure in Gangsta Rap), is de huidige verbeelding van de pimp een geïdealiseerde. Net als Nicole Kidman in Moulin Rouge heel wat mooiere korsetten aanhad dan haar collega's op straat, bieden de rappimps een glamourversie van de werkelijke pooierstiel. Op foto's en in clips dragen ze kleren die we kennen van de klassieke Italiaanse maffia. Slappe hoeden, pochets, diamanten manchetknopen en glimmende schoenen. Maar rappers zouden geen rappers zijn als er niet ergens een opzichtige gouden ketting blonk, of een glimmend sporttruitje werd tussengemoffeld. Het toppunt van de pimpgarderobe is de lange bontjas: een glanzende pels tot op de hiel.

De voorliefde voor dit soort garderobes kent een langere geschiedenis in de zwarte populaire cultuur. In de jaren zeventig was deze al te zien in bijvoorbeeld de blaxploitation-films. De hoofdrolspeler uit The Mack (1973, van regisseur Michael Campus), `Goldie', in een witte jas met niks eronder, zou voor een hedendaagse rapper kunnen doorgaan. Ook Don Covay, een invloedrijke soulzanger, ziet er op de hoes van zijn lp Travelin' in Heavy Traffic (1976) heel trendy uit.

Het is de vraag of de rapper zich ook identificeert met de inhoudelijke kant van het beroep. Gaat het alleen om de stijlkenmerken – de dough, de hoes en de gsm? Of zien ze werkelijk graag vrouwen voor zich werken? Waar het gaat om de dagelijke uitoefening van het souteneurschap variëren de liedjes van hedendaagse rappers in realisme. Meestal draaien de teksten vooral om de `conspicious consumption' van de pooier: hij heeft de poen en laat het breed hangen. Voorbeeld is Too Short, die in zijn `I'm a Playa' optimistisch rapt: ,,If you ever see me rollin' in my drop-top Caddy/ Throw a peace sign and say, `Hey, Pimp Daddy!'''. Maar anderen leven zich wel degelijk in in de praktijk van het pimpen. Zo beschrijven Bizarre, Eminem en de andere leden van D-12 uitvoerig `hun werk' in `Pimp Like Me'. ,,Sell that pussy bitch/ Get out there and switch and go make Bizarre rich/ You gotta itch/ You fucking dirty bitch/ Now get on the corner and start sucking some dick/ Niggas want pussy/ And I need cash/ So mom get out there and start selling your dirty ass''.

Braggadocio noemen ze dit soort grootspraak in het Engels. En dat is precies de crux van het pimp-imago in de hedendaagse muziek. De grootste attractie van de pooier, meer dan zijn geld en zijn toegang tot vrouwen, is zijn bravoure. Dáár draait immers het rappen om, en braggadocio is van oudsher de belangrijkste karakteristiek van de makreel. Lees het in de boeken van oer-pimp Iceberg Slim (die na drie gevangenisstraffen zijn leven als pooier inruilde voor dat van schrijver. Slims boeken, zoals Pimp en Trick Baby, zijn sinds de jaren zestig de belangrijkste naslagwerken voor rappers), en hoor het in de verdichte pimp-monologen van Ice-T of Dr.Dre.

Verbaal vertoon is het enige instrument van de pooier. Eithne Quinn noemt het de `toast', de bijdehante woordstroom waarmee vrouwen moeten worden overreed, en klanten geworven. Volgens Quinn bedienen pooiers zich van een aantal trucs die ook voor goeie rappers opgaan: overdreven formuleringen, zelfgemaakte woorden, metaforen, aforismen, woordgrapjes, dit alles begeleid door hevig wisselende gelaatsuitdrukkingen.

Met zijn bravoure scoort de pimp op verschillende fronten. Niet alleen motiveert hij zijn vrouwen, hij bewijst tegelijkertijd zijn sensuele kunnen aan de buitenwereld. Want in de zwarte traditie worden, aldus Quinn, seksualiteit en verbale overtuigingskracht aan elkaar gekoppeld. Rappers gingen niet voor niets rappen.

Toch zit er ook een tragisch aspect aan de huidige verheerlijking van de pooier. Vergeleken met de andere stereotypen die de rappers ooit bezongen, heeft de macht van de pimp een wankele basis. De gangsta heeft zijn wapens, de dealer zijn drugs, maar de pimp is afhankelijk van vrouwen. En vrouwen blijven vrouwen. De pooier mag dan zijn verbale methodes hebben, hij kan de productiemiddelen nooit werkelijk bezitten. Braggadocio is niet alleen een streven, het is ook noodzaak.