Conservatieve bestuurders

Niet iedereen heeft in de gaten dat we in het jaar 2002 leven. Jos Hell is bestuurder van de judobond. Hij zei deze week op een bijeenkomst over de positie van vrouwen in de sport dat de dames eens minder voor de spiegel moeten staan. Per dag verliezen ze daar 21 minuten aan, wat per jaar tien volle dagen scheelt. Het is hun eigen schuld.

Sportbestuurders zijn over het algemeen conservatief. Of het nou gaat over arbeiders op het sportveld of vrouwensport. In 1922 bijvoorbeeld werd de Corinthians opgericht als belangenorganisatie van de `heren-voetballers'. Deze organisatie was een antwoord op het opkomende arbeidersvoetbal, in een tijd dat sociale mobiliteit een volkomen onbekend begrip was. Artikel 3 uit de statuten zei genoeg: `Doel van de vereniging is het hooghouden der amateurbeginselen bij de beoefening der voetbalsport onder de meer beschaafde kringen, die zich gaandeweg aan actieve deelname onttrekken.'

De `minder beschaafde kringen', zoals bij DWS en Go Ahead, waren woest en wilden niets te maken hebben met die sportelite. Het begrip 'beschaafde kringen' werd snel verwijderd, maar toch te laat. De arbeiders hadden geen behoefte meer aan contact met de Corinthians.

Dat het betaalde voetbal pas in 1954 werd ingevoerd, heeft ook alles te maken met conservatieve bondsbestuurders. Mensen zoals Karel Lotsy, de grootste sportbestuurder uit het midden van de vorige eeuw, zal zelf niet geweten of zich herinnerd hebben wat armoede betekende. Alleen dan is het te begrijpen waarom hij zo'n groot tegenstander was van het betalen van spelers. De eer en clubliefde stond bij Lotsy boven alles, maar het gemiddelde KNVB-lid uit de jaren dertig begreep niet waarom hij op een werkdag voor een hongerloontje zich moest afbeulen om in het weekend voor tienduizenden betalende toeschouwers te spelen. Waar de recettes heengingen? Naar de KNVB van Lotsy en de clubs. Gelukkig betaalden de clubs zwart uit om de ergste sociale nood tegen te gaan, maar als de KNVB erachter kwam, volgde onverbiddelijke uitsluiting. Zo deden de heren dat toen.

Over vrouwensport schreef ik al vaker over het waanzinnig conservatieve gedrag van bestuurders bij de KNVB of op olympisch niveau. Hoe zou dat toch komen? Helaas heb ik geen statistische gegevens bij de hand over de sociale achtergrond van sportbestuurders in dit land, maar het lijkt mij dat sprake is van een oververtegenwoordiging van de hoogste klassen. Die hebben moeite zich in te leven in de onaangenamere kanten van het leven. Alhoewel het net zo goed veroorzaakt kan zijn door passiviteit van de sporters. Want die lieten veel over zich heen komen of waren volkomen ongeïnteresseerd in randzaken. Maar goed: iemand sport om te sporten en niet om te besturen. Als je maar bereid bent soms een belediging te slikken.

jurryt@xs4all.nl