Agenten in Bosnië ontslagen

De VN-missie in Bosnië heeft gisteren laten weten vier Bosnische politie-agenten te hebben ontslagen omdat ze in de Bosnische oorlog blijken te hebben gemoord en gemarteld.

Ontslagen werden drie Serviërs en één moslim. Bij onderzoek is gebleken dat twee van de Serviërs tijdens de Bosnische oorlog werkzaam waren voor de politie in de West-Bosnische stad Kljuc en hebben deelgenomen aan massamoord: samen met soldaten van het Bosnisch-Servische leger moordden de politie-agenten van Kljuc in juli 1992 meer dan tweehonderd moslim-inwoners – allen burgers – van een naburig dorp uit. Veertig slachtoffers zijn later in een massagraf teruggevonden. Het was slechts één van een reeks massamoorden op dorpelingen in de buurt van Kljuc. De twee maakten zich ook schuldig aan mishandeling en etnische zuivering.

De derde Bosnisch-Servische agent was in de oorlog chef van politie in de stad Kalinovik, waar onder zijn leiding Bosnische Kroaten en moslims – zo zei gisteren een woordvoerder van de VN in Sarajevo – werden ,,gearresteerd, opgesloten en onderworpen aan zowel fysieke als psychologische foltering''. Bovendien werden in de regio rond Kalinovik massamoorden op niet-Serviërs gepleegd, onder andere door de politie.

De moslim-agent werd ontslagen omdat is gebleken dat hij in de oorlog kampbewaarder van Celebici is geweest. In dat gevangenkamp werden – aldus de woordvoerder van de VN-missie in Sarajevo – Bosnisch-Servische burgers ,,vermoord, gefolterd, geslagen en op andere wijze onderworpen aan een wrede en onmenselijke behandeling''.

Bewijsmateriaal tegen de vier agenten werd verzameld met behulp van onderzoekers van het Joegoslavië-tribunaal. De VN-missie heeft de juridische autoriteiten in Bosnië gevraagd actie te ondernemen tegen de vier ontslagen agenten.

De vier ontslagen brengen het totaal van Bosnische politiemannen die wegens wandaden in de Bosnische oorlog door de missie van de Verenigde Naties zijn ontslagen op 29. De meesten van hen zijn Bosnische Serviërs.