`Aan Diderot en de Verlichting dank ik mijn bevrijding'

Fouad Laroui, genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs, wenst het Midden-Oosten vertalingen van Diderots `Jacques le fataliste' toe.

,,Schrijver zijn, de lezer precies vertellen hoe het zit, de alwetende God spelen van een wereld waarin alles vastligt, dat vond ik een te grote rol', zegt Fouad Laroui. ,,Dan moet je minstens vijftig jaar zijn, dacht ik, net als Cervantes toen hij Don Quichot schreef. Dat idee veranderde toen ik Jacques le fataliste van Denis Diderot las, en ik begreep dat je met schrijven ook een totaal onvoorspelbare wereld kunt oproepen.'

Fouad Laroui (Oujda, 1958) werd geboren in Marokko, studeerde in Parijs en werkte aan de universiteit van Cambridge en York. In 1989 kwam hij voor het eerst naar Nederland, sinds een paar jaar is hij onderwijsdirecteur van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Laroui heeft vanaf 1995 de Nederlandse nationaliteit, hij spreekt de taal uitstekend maar schrijft zijn romans in het Frans. Drie romans heeft hij op zijn naam staan, en twee vertalingen verschenen al eerder in het Nederlands. Nu ligt de vertaling van zijn debuut uit 1996 in de winkel, De tanden van de topograaf. Zijn dichtbundel Verbannen woorden, wèl direct in het Nederlands geschreven, is genomineerd voor de

C. Buddingh'-prijs, waarvan de winnaar op 19 juni bekend wordt gemaakt.

In zijn werkkamer op de VU vertelt Laroui over het moment waarop hij Jacques le fataliste et son maître (1796) in handen kreeg. ,,Ik was veertien, vijftien jaar oud. Op het Frans lyceum in Casablanca hadden we een bibliotheek met alleen boeken uit de Franse literatuur, niets in het Arabisch of het Engels. Ik kende alleen rechtlijnige, traditionele romans. Jacques le fataliste was een openbaring voor me, het begon al met de eerste acht zinnen – die zijn in mijn geheugen gegrift.' In de Nederlandse vertaling luiden ze: `Hoe hadden zij elkaar ontmoet? Bij toeval, zoals iedereen. Hoe heetten zij? Wat kan u dat schelen. Waar kwamen zij vandaan? Uit de dichtstbijzijnde plaats. Waar gingen zij heen? Weet een mens waar hij heengaat?'

Laroui: ,,Ik begreep toen wat de essentie van romanschrijven is: vrijheid. Je hoeft je absoluut niet aan de regels te houden. Het feit dat ik schrijf zoals ik schrijf, is geen toeval. Soms laat ik de verteller rechtstreeks tegen de lezer praten, of ik presenteer twee verschillende mogelijkheden om het verhaal te besluiten. Mijn uitgever in Parijs vraagt wel wanneer ik nu eens een echte roman schrijf – hij bedoelt natuurlijk een traditionele roman. Het feit dat ik niet anders kan schrijven dan ik doe, komt door Diderot. Er is geen weg terug voor mij, omdat ik nu eenmaal veronderstel dat ik net als Diderot een intelligente lezer voor me heb. Diderot richtte zich tot de lezer als een gelijke die even veel weet als hijzelf. Hij heeft geen idee hoe zijn personages, Jacques en zijn meester, elkaar hebben ontmoet. En waar ze vandaan komen maakt hem niet uit. De gebeurtenissen in het boek verlopen even onvoorspelbaar als in het leven zelf.

,,Vrijheid was, toen ik Diderot voor het eerst las, niet vanzelfsprekend in Marokko. De bibliotheek in het Frans lyceum was een van de weinige plekken waar ik nog het gevoel had, dat ik vrij kon zijn. Ik kon daar praten met Denis Diderot, en ik kon kiezen met wie ik wilde praten. Via Diderot heb ik de hele Verlichting leren kennen, schrijvers als Voltaire en Rousseau. Uiteindelijk werd ik ontrouw aan Diderot, in de loop der jaren ging ik Voltaire als mijn echte intellectuele held zien, en dat is zo gebleven.

,,Voltaire was een soort Diderot, maar scherper, Voltaire ging verder, hij heeft zich vrijgemaakt van alles wat het ancien régime vertegenwoordigde, niet alleen op politiek maar ook op religieus gebied. Maar uiteindelijk is het voor mij een kwestie van stijl. Ik hou veel van Jacques le fataliste, ik geniet van de stijl, en toch is de Voltaire van de pamfletten en Candide de grootste meester in de Franse taal. Maar ik ben Diderot nog steeds dankbaar dat ik door hem de Verlichting heb leren kennen.'

Op het lyceum is Laroui doordrenkt geraakt van de Franse cultuur, in het bijzonder die van de achttiende eeuw; daarvan getuigen ook zijn romans, geschreven in een heldere, wendbare stijl, vol esprit. ,,Ik heb in Marokko veel kritiek op mijn boeken gekregen: men vraagt zich daar af hoe ik nog kan beweren dat ik van Marokkaanse afkomst ben. Dat is makkelijk te pareren, want de Verlichting heeft een universeel karakter. Ik ben nog steeds op zoek naar de Arabische Voltaire. Er zijn wel Arabische denkers die heel ver zijn gegaan, in de Middeleeuwen al liep iemand als Averroës, vierhonderd jaar voor Descartes, vooruit op de Verlichting. Sterker nog, de Arabische cultuur van de twaalfde eeuw in Andalusië heeft de Renaissance en daarna de Verlichting mogelijk gemaakt. Uiteindelijk beschouw ik mijn kennismaking met de Verlichting als een intellectuele bevrijding, en ik wens zo'n bevrijding aan alle mensen toe, in het bijzonder buiten Europa. Ik zou graag landen die nog steeds in de Middeleeuwen leven, willen bombarderen met vertalingen in het Urdu, Iraans, Arabisch enzovoorts van Jacques le fataliste.'

Laroui studeerde in Parijs wis- en natuurkunde en behaalde de graad van civiel ingenieur. ,,Tijdens mijn natuurkundestudie leerde ik dat er op het meest elementaire niveau van de werkelijkheid geen enkele zekerheid bestaat. De onzekerheid is eigenlijk het enige wat daar vaststaat. Dat onzekerheidsprincipe kun je in Jacques le fataliste al op de eerste bladzijde terugvinden. Jacques zegt dat hij weet dat alles vaststaat wat ons overkomt, dat `elke afgevuurde geweerkogel een naamkaartje heeft'. De meester meent echter dat de mens vrij is in zijn handelen. Diderot poneert iets en hij geeft onmiddellijk het tegenovergestelde standpunt weer; het dilemma tussen het fatalisme of de vrijheid lost hij niet op.

,,Dat vond ik heel interessant, want de Arabisch-islamitische cultuur wordt gekenmerkt door fatalisme. Er zijn wetenschappers die beweren dat het fatalisme de oorzaak is geweest voor de neergang van de Arabische wereld. De Arabische samenleving van de twaalfde eeuw was een van de meest geavanceerde beschavingen ter wereld, tot die een paar honderd jaar later door de Turken, de Engelsen en de Fransen onder de voet werd gelopen. Er zit iets heel fatalistisch in de islam zelf, God heeft alles al voorbeschikt, dat komt aardig overeen met de predestinatieleer van Calvijn.

,,Jacques le fataliste wordt gekenmerkt door een geloof in de vooruitgang, dat had Diderot als man van de Verlichting heel sterk. Ergens schuilt het idee dat je vooruit kunt gaan, zelfs wanneer het fatalisme de enige logische houding zou zijn. Dat is trouwens ook de conclusie van Candide van Voltaire, de laatste woorden `il faut cultiver notre jardin' kun je lezen als `ondanks alles moet je blijven werken aan jezelf'. Dat is een conclusie die het fatalisme tegenspreekt. Diderot lost het dilemma tussen het fatalisme en de wilsvrijheid niet op, maar toch lees ik Jacques als een pleidooi voor menselijke vrijheid, ondanks alles. Ondanks alle beperkingen hebben we een kleine ruimte die vrijheid heet. Tweehonderd jaar na Diderot kwam Sartre die zei: de kleine ruimte waarin je je vrijheid kunt ontplooien, dat ben je zelf. De definitie van Sartre, dat jouw identiteit precies gelijk is aan de ruimte waarin je je vrijheid kunt uitoefenen, vind ik heel boeiend. Zo zie je ook hoe de Verlichting doorwerkt in de Franse cultuur, in het existentialisme en verder, tot op de dag van vandaag.'

Denis Diderot: Jacques le fataliste et son maître. Vertaald als Jacques de fatalist en zijn meester. Het Spectrum, 1978, 236 blz. Alleen antiquarisch verkrijgbaar.