Trouw aan Miloševic

,,Ik wil [met de gang naar Den Haag] mijn bescheiden bijdrage leveren aan de beëindiging van het isolement van mijn land en van de sancties die nog bestaan.''

Het klonk gisteren, aan de vooravond van zijn gang naar Den Haag, heel vroom en nobel, uit de mond van ex-generaal Dragoljub Ojdanic, ex-stafchef van het Joegoslavische leger en ex-minister van Defensie. Zo vroom en nobel dat men bijna zou vergeten dat hij al sinds mei 1999 wegens oorlogsmisdaden in Kosovo wordt gezocht en dat hij drie jaar heeft geweigerd die gemelde ,,bescheiden bijdrage'' te leveren. Sterker: begin deze maand nog weigerde hij hardnekkig zich te melden bij het Joegoslavië-tribunaal. Pas de wet waarmee Joegoslavië sinds vorige week de samenwerking met het tribunaal regelt (een wet die weigerende verdachten bedreigt met gedwongen uitlevering) bracht Ojdanic ertoe vandaag op een vliegtuig naar Nederland te stappen.

De nu 60-jarige Ojdanic werd stafchef van het Joegoslavische leger in november 1998, toen Slobodan Miloševic Momcilo Perišic de laan uitstuurde wegens diens kritiek op het Kosovo-beleid. Perišic keerde zich met name tegen Miloševic' opdracht het leger in te zetten tegen de rebellen van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Voor dat smerige werk – de bestrijding van het UÇK ging gepaard met geweld tegen burgers en met etnische zuivering – voelde Perišic niets. Het leger was er om het land tegen een buitenlandse vijand te verdedigen, en het UÇK was geen buitenlandse vijand, aldus Perišic.

Ojdanic had die scrupules niet – als hij zich door iets onderscheidt, dan door zijn blinde trouw aan Miloševic. Onder zijn verantwoordelijkheid werd het leger in Kosovo ingezet bij een lange reeks wreedheden voor en tijdens de Kosovo-oorlog (maart-juni 1999), bij bloedbaden als dat in Racak en bij de deportatie van honderdduizenden Kosovaren naar Albanië, Macedonië en Montenegro. Ojdanic deed wat Miloševic van hem verwachtte. Hij werd er na de Kosovo-oorlog voor beloond met promotie – hij werd Joegoslavië's enige viersterrengeneraal. In februari 2000 volgde hij minister van Defensie Pavle Bulatovic op nadat die in een café in Belgrado was vermoord (ironisch genoeg werd Bulatovic gisteren, één dag voor Ojdanic' gang naar Den Haag, postuum door Miloševic' opvolger Koštunica onderscheiden).

Ojdanic vocht in 1992 in de Bosnische oorlog als commandant van het legerkorps uit Uzice (zijn geboorteplaats) in Zvornik tegen de moslims. Daar zijn vele moslims vermoord, maar in Den Haag moet Ojdanic zich alleen voor wandaden in Kosovo verantwoorden.