Nederlandse ambassade in Berlijn in complex tekentafelvisioen

In Berlijn verrijst een nieuwe Nederlandse ambassade, een gewaagd ontwerp van architect Rem Koolhaas. ,,Het gebouw is zo ingewikkeld, die bouwvakkers hebben niet het flauwste benul wat ze aan het doen zijn.''

De locatie appelleert aan Hollands glorie van het klassieke soort. De nieuwe Nederlandse ambassade in Berlijn verrijst aan de oever van de Spree, ter hoogte van de Mühlendamm-sluizen. Kabbelend water en rondvaartboten: de gedachten gaan onverwijld naar Amsterdam.

Het gebouw zelf wordt Hollands glorie van een geheel ander soort. Eén blik op de maquette maakt duidelijk: Nederland is een transparant en gastvrij land. Een land dat Duitse voorschriften met creativiteit bejegent. Een land ook dat het experiment niet schuwt. Ook al kost ambitie een cent extra en kan de buitenwacht slechts met moeite van het Nederlandse gelijk worden overtuigd.

Rem Koolhaas ontwierp voor Buitenlandse Zaken een gewaagd en uiterst complex project. De kanselarij is een gebouw zonder dragende zuilen, zonder etages in de klassieke zin. Bovendien stond Koolhaas op het gebruik van zichtbeton, een in Duitsland nauwelijks toegepaste techniek.

,,We hebben de complexiteit van het ontwerp onderschat'', zegt Wim Henskens, hoofd algemene zaken van de Nederlandse ambassade. De bouw duurt mede daarom bijna een jaar langer dan voorzien. De begroting van 60 miljoen gulden wordt aanmerkelijk overschreden.

Het ontwerp voor de kanselarij en vier woningen voor ambassadepersoneel is zo vooruitstrevend dat de uitvoerders eigenlijk niet konden geloven dat Koolhaas' tekentafelvisioen uitvoerbaar was. ,,Maar ja, je ziet het'', zegt Henskens, als hij rap een steiger beklimt: ,,Het kan wel.'' Deze week dronken de bouwvakkers hun Pfannenbier: het hoogste punt was bereikt. Koolhaas heeft permanent drie architecten op de bouwplaats. De maquette was zeker in de beginfase een veel geraadpleegd hulpmiddel. Henskens: ,,Het gebouw is zo ingewikkeld, die bouwvakkers hebben niet het flauwste benul wat ze aan het doen zijn.''

Berlijn stelt twee belangrijke eisen aan nieuwbouw in het historische hart van de stad. De vier hoeken van het perceel moeten bebouwd worden en er moet een binnenplaats zijn. De meeste architecten conformeren zich op conventionele wijze: de gevels omlijsten het perceel, de cour bevindt zich in het midden, voor passanten onzichtbaar.

Koolhaas bewijst dat het ook anders kan. Op één hoek staat een kubus met ribben van 27 meter, de eigenlijke kanselarij. Op de `achterkant' van het grondstuk staat een smal gebouw in de vorm van een `L' dat de kubus als het ware omarmt en de drie overige hoeken afdekt. Tussen `L' en kanselarij is ruimte voor een oprijlaan en, aan de Spree-zijde, voor een breed terras, waar de dienstauto's kunnen keren en dat zonodig voor ontvangsten gebruikt kan worden. Voilà de `binnenplaats', die in dit geval naar twee kanten open is. Daar bevindt zich ook de hoofdingang.

Om te voorkomen dat het nieuwe centrum in voormalig Oost-Berlijn na kantoortijd uitsterft, eist de stad ook dat 20 procent van het bouwvolume gereserveerd wordt voor woningen. Naast de vier woningen in de 130 meter lange `achterwand' komt daarom ook onder het dak van de kubus een appartement. Oorspronkelijk bedoeld als residentie voor de ambassadeur. Maar, zegt Henskens, dat was geen goed plan. Ambassadeurs in de Duitse hoofdstad wonen traditioneel in de lommerrijke villawijk Grunewald aan de westrand van de stad en niet in Berlin Mitte. Ook de Nederlandse ambassadeur wilde graag tussen de collega's wonen.

Henskens: ,,Een ambassadeur ontvangt thuis ook mensen die niet willen dat een hele ambassade kan zien dat ze op bezoek komen.'' De woning in de kanselarij is daarom omgedoopt tot `woning tweede man'. Voor de ambassadeur wordt vanaf augustus in het groen een nieuwe residentie gebouwd naar ontwerp van Rijksbouwmeester Jo Coenen.

Het mooiste kantoor is voor de eerste man. Met uitzicht op de Spree zal de ambassadeur zijn gasten mogen ontvangen. Voor kleine vergaderingen kan hij terecht in een stalen kooi die straks met één zijde buiten aan de kubus wordt gehangen. `Skybox', noemt Henskens de constructie, die in de lucht boven het terras voor de dienstauto's zal zweven. De tweede man had het minder getroffen: zijn kantoor heeft geen panoramablik. In de oksel van de `L' wordt daarom straks een grote spiegel gemonteerd, zodat ook hij de Spree kan gadeslaan.

De immense L wordt bedekt met geperforeerd staal, de kubus krijgt puien van glas, doorsneden door verticale stalen kolommen. De kubus rust behalve op die dragers op een soort rondgang die als een misvormde spiraal door het gebouw slingert en die naar verschillende werkniveaus leidt. De rondgang, traject genaamd, wordt een met aluminium bedekte koker die de bezoeker over kleine, steile trapjes steeds hoger voert langs de kantoortuinen voor het ambassadepersoneel.

In zijn streven naar transparantie was Koolhaas zuinig geweest met deuren: de werkruimtes moesten vloeiend in elkaar overlopen. Op verzoek van de ambassade is het aantal deuren inmiddels opgevoerd.

Henskens: ,,Voor de afdeling internationaal cultuurbeleid is een kantoortuin geen probleem, maar de politieke afdeling stond toch op privacy.''

Toen duidelijk werd dat de complexiteit van de bouw was onderschat ging Buitenlandse Zaken akkoord met een langere bouwtijd. Om de kostenoverschrijding enigszins in de hand te houden wordt daarom her en der op het ontwerp bezuinigd. De nooduitgangen krijgen geen kostbare schuifdeuren, de architecten zoeken goedkopere materialen, het personeelsrestaurant moet het zonder schuifdak stellen. De gebouwen worden volgend voorjaar opgeleverd.

Voor ontwerp en actuele beelden zie: http://nieuwbouw.dutchembassy.de