Mooi en opgeruimd

Sinds de dagen van Pistolen Paultje (Paul Wilking) en Gerrit de Stotteraar (destijds Neerlands bekendste in- maar vooral uitbreker) is onze onderwereld er niet alleen een stuk harder maar ook kleurrijker op geworden, althans wat bijnamen betreft. Neem nu de film Bella Bettien, onlangs op de televisie te zien. Die was gebaseerd op het boek la Bella Bettien, waarin criminoloog Frank Bovenkerk schetst hoe Bettien Martens van een vrolijke Hollandse blondine een belangrijke schakel werd tussen Colombiaanse drugsbaronnen en de Italiaanse maffia. Dat die metamorfose een bepaalde instelling vereiste, spreekt uit haar tweede bijnaam: the lady with the thousand faces. Al hadden twee gezichten volstaan, getuige haar verklaring in een interview met de BBC: ,,looking all so sweet and so nice and so lovely on the outside, but hard as stone inside''. De pers typeerde haar als de koningin van het witwassen en de Filmkrant noemde haar de mooie drugsbarones.

Zij is niet de enige Nederlandse misdaadkoningin met een bijnaam. Parool-journalist Bart Middelburg gaf zijn boek over de Surinaamse Thea Moear als titel De Godmother, Engels voor peetmoeder. Peetvader (of peter, van het Grieks voor vader) is een term uit de katholieke doopceremonie, een extra ouder die er altijd voor zijn petekind zal zijn. In de oerkatholieke maffia is de Godfather dan ook het hoofd van zijn misdaadfamilie.

Moear was een van de oprichters van de Bruinsma-groep, de criminele organisatie rond Klaas Bruinsma van wie Middelburg ook een biografie schreef, De Dominee. Voor die bijnaam doen twee verklaringen de ronde, waarvan de aardigste is dat Bruinsma in het zwart gekleed ging. De andere is `zijn in het gangstermilieu ongebruikelijke neiging om iedereen de les te lezen'.

Tegenover de Bruinsma-groep stond de organisatie rond Simon Klepper, landelijk bekend als Sam K. maar – tot hij werd geëlimineerd – in criminele kringen als de godfather van de Amsterdamse onderwereld. Zijn zakenpartner, John M., overleefde eerder dit jaar een aanslag op de Keizersgracht. K. en M. gingen door het leven als Spic & Span, wegens hun drastische manier van het wegwerken van oneffenheden (spic and span was ooit een schoonmaakmiddel). Niet voor niets heetten ze ook het duo Opgeruimd staat netjes.

Een belangrijke rol, met name in de IRT-affaire, speelde P.R. ofwel Sapman, zo genoemd omdat hij als dekmantel voor justitiële infiltratie een vruchtensapfabriek zou beginnen in Noord-Afrika. Doordat hij zijn familie liet delen in zijn succes, was er ook sprake van Sapvrouw en Sapbroer. Een vergelijkbare naam kreeg Nico Krombach. Hij werd de Fruitman, want hij – ik citeer vakliteratuur – ,,verzorgde de `dekladingen' fruit in de mango- en sinaasappelentrajecten'' van Karel Koekkie Vosseveld. Tegenstrever in de IRT-zaak was Fred Teeven, toen officier van justitie, maar inmiddels lijsttrekker voor Leefbaar Nederland. Die beet zich als een terriër in zijn onderzoek vast en hield daaraan de titel de pitbull over.

Henk Orlando Rommie is de Zwarte Cobra. Zwart om zijn Surinaamse afkomst, cobra wegens een overeenkomst in dodelijke doeltreffendheid. Wegens zijn gelijkenis met een Amerikaans acteur wordt hij ook Eddie Murphy genoemd.

De bekendste van allemaal is wellicht `drugsmagnaat' Johan Verhoef, behalve als Johan V. bekend als de Hakkelaar. Ook daarvoor zijn twee verklaringen: hij heeft een neiging tot stotteren (vandaar ook: de Stotteraar) en voor hij echt crimineel werd, handelde hij in tweedehands auto's (een familietraditie, vandaar ook: de Zigeunerkoning) nabij het pompstation de Hackelaar bij Muiden.

Philip Freriks, de niet altijd tekstvaste nieuwslezer, dankt aan V. de bijnaam Philips de Hakkelaar.