Kunstpaus

Mag ik de redactie gelukwensen met het geslaagde portret van Michaël Zeeman, `Een kunstpaus gaat naar Rome' (NRC Handelsblad, 22 april). Zelden zag ik een reputatie zo eenvoudig tot mythe gemaakt.

Heel even dacht ik dat het bestendigen van legendes vooringenomen stemmen zouden gewagen van het opwarmen van kliekjes niet de functie van een krant was. Maar dat was een stem uit een oud regime, toen mens- en maatschappijbeeld complex en journalistiek een moeilijk vak was. En goedbeschouwd bereiken de eenvoud van de gehanteerde beelden en de simpelheid van het journalistieke credo hetzelfde kritische resultaat. Want wij moeten aannemen dat iemand die trouwe vrienden en vriendinnen heeft een eenzame machtsbeluste man is. Wij moeten geloven dat iemand die overal gevraagd wordt om met zijn kennis en kunde het debat vaart en niveau te verlenen een bluffer en een leugenaar is. Wij moeten slikken dat een gelauwerde auteur eigenlijk een door anonieme beschermers tegen de Hermandad beschermde crimineel is. En wij moeten dat doen op grond van een artikel waarin natuurlijk geen vrienden zoals ik, maar ook niet een van de vele medewerkers in de vele activiteiten die Zeeman tentoonspreidt aan het woord komt. Nou, dat doen we natuurlijk niet. Wij hebben veel liever die onkenbare, boeiende, buitenmaatse, veeleisende, veelgevende meneer die we kennen en die in onze eigen ogen ook al de proportie van een mythe had aangenomen. Maar ja, welke vriend geeft dat toe?