Het boek, de prijs en de cultuur

Tot 2005 heeft Nederland een vaste boekenprijs. Over wat er daarna met deze cultuurpolitieke maatregel zou kunnen gebeuren, verscheen gisteren een rapport. Een Europees beleid is er nog niet, wel hebben inmiddels zeven EU-landen besloten de afspraken tussen uitgevers en boekverkopers te vervangen door een wet. Een rondgang langs de Europese praktijk.

Charing Cross Road, vanouds de straat met de meeste boekhandels van Londen, is een frontlinie. Van weerskanten vuren de belligerenten van de vrije Britse boekenmarkt op elkaar.

Het filiaal van de Amerikaanse boekenketen Books etc. heeft The Impressionist van reisschrijver Hari Kunzru in stelling gebracht als Boek van de Maand, nu voor slechts 9,99 pond in plaats van de normale prijs van 12,99 pond (20,75 euro). Aan de overkant bij Waterstone's, de grootste boekenketen met een Britse eigenaar, kost hetzelfde boek het normale bedrag. Maar als je het online bestelt, krijg je daar óók bijna drie pond korting. En Waterstone's heeft zijn eigen Boek van de Maand: Anita Shreeve's roman Sea Glass, van dertien voor negen pond.

Eén deur verder, bij Foyles, het stoffige en monumentale boekenpakhuis zonder filialen, moet je voor Kunzru en Shreeve de gewone winkelprijs betalen. Maar daar krijg je deze maand Mario Vargas Llosa's laatste boek én Eric Schlossers litanie tegen de Fast Food Nation met twee pond korting. Bij Foyles kun je bovendien intekenen voor een ,,exclusieve literaire lunch'' met oud-premier Margaret Thatcher.

Op de kaft van elk Brits boek staat de verkoopprijs afgedrukt. De moordende prijzenslag bij de grote boekhandels laat zien dat dat bedrag nog nauwelijks iets betekent, sinds de vaste boekenprijs in 1995 officieel is afgeschaft.

Dat is wel eens anders geweest. Gedurende de hele negentiende en twintigste eeuw hebben Britse gevestigde boekverkopers met relatief succes hun markt beschermd. Ze vroegen uitgevers om niet te leveren aan handelaars die hun boeken te ver onder de prijs aanboden. In 1899 sloten ze hun eerste formele prijsafspraak, het Net Book Agreement (NBA), dat nog bijna een eeuw de basis zou vormen voor hun kartel.

De afschaffing van de vaste boekenprijs in 1995, het zoveelste monopolie dat onder Conservatieve regeringen sinds 1979 sneuvelde, maakte daaraan een einde. Benzinepompen, kiosken en supermarkten moesten óók bestsellers kunnen aanbieden, zodat consumenten voordeel zouden hebben van een gezondere boekenbranche met meer concurrentie en een grotere omzet, redeneerden de voorstanders. Tegenstanders vreesden juist de variëteit aan beschikbare titels verloren zougaan, mét de kleine, gespecialiseerde boekhandel.

Een jaar na de afschaffing van het NBA staakten de stemmen. De omzetten stegen (tot twee miljard pond per jaar), maar stabiliseerden zich later, terwijl slechts een klein percentage boekwinkels er de brui aan gaf.

Aan Charing Cross Road is de balans dezer dagen duidelijker. Het speelveld wordt gedomineerd door de `publieksketens' Waterstone's en Books etc. en de academische boekhandel Blackstone's. Uitgevers die willen doordringen tot Books' Boek van de Maand-lijst – zoals Kunzru's Hamish Hamilton – moeten daarvoor 2.500 pond (4.000 euro) neertellen. Dezelfde eer bij online-boekhandel Amazon, Waterstone's partner, kost ruim het dubbele. En W.H. Smith, de `Britse Bruna', rekent tienduizend pond om een titel `Boek van de Week' te noemen. Zelfs boekenplanken zijn te koop; wie drie maanden lang vooraan in de winkel wil liggen moet daarvoor tot 13.000 pond neerleggen.

Die markt speelt het bestsellerdenken in de kaart. Uitgevers worden steeds schuwer om risico's te nemen. Wie een niet-courant boek zoekt, komt bij de meeste ketens bedrogen uit, omdat ze het alleen van snelle omzetten en kleine voorraden moeten hebben. Maar online of bij antiquariaten is dat boek juist weer wel snel, gemakkelijk en goedkoop te vinden. Al zullen tegenstanders van de al te vrije boekenmarkt juist volhouden dat datzelfde boek in de toekomst niet eens zou zijn uitgegeven.