Het boek, de prijs en de cultuur

Tot 2005 heeft Nederland een vaste boekenprijs. Over wat er daarna met deze cultuurpolitieke maatregel zou kunnen gebeuren, verscheen gisteren een rapport. Een Europees beleid is er nog niet, wel hebben inmiddels zeven EU-landen besloten de afspraken tussen uitgevers en boekverkopers te vervangen door een wet. Een rondgang langs de Europese praktijk.

Een afschrikwekkend voorbeeld van de gevolgen van het verdwijnen van de vaste boekenprijs is te vinden in Zweden. Voor een bijeenkomst over de vaste boekenprijs volgende week van de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB) schreef de Zweedse schrijver-vertaler Per Holmer een verhaal. De Nederlandse auteur J. Bernlef, die een aantal keer in het Zweeds is vertaald, zal dat voorlezen.

Holmer spreekt over `taferelen uit een zich steeds verder uitbreidende culturele woestijn'. De vaste boekenprijs werd – mede dankzij een lobby van de Zweedse uitgevers – in 1970 afgeschaft. Om de negatieve gevolgen voor minder populaire boeken te ondervangen, introduceerde de overheid een stelsel van subsidies. De vergoeding, gemiddeld ongeveer 75 procent van de productiekosten, wordt achteraf gegeven, maar alleen voor de productie, en niet voor de verspreiding van de boeken.

Een van de gevolgen was dat er steeds meer titels werden geproduceerd. Ondanks de subsidies rezen de prijzen de pan uit en de boekhandelaren adverteerden voornamelijk voor bestsellers. Doordat uitgevers er niet voor zorgden dat succesvolle uitgaven uit het verleden verkrijgbaar bleven, en doordat de boekhandelaren ze nauwelijks inkochten, heeft een boek in Zweden tegenwoordig een levensduur van ongeveer drie maanden.

De hoop dat een alternatief boekenverkoopcircuit zou ontstaan, bijvoorbeeld bij benzinestations en warenhuizen, bleek ongegrond. Inmiddels heeft Zweden op een inwonersaantal van bijna negen miljoen mensen nog maar tien goedgesorteerde boekhandels. Het netwerk van brede boekwinkels, zelfs in de kleine dorpen, is verdwenen. De BTW voor boeken, tot dit jaar 25 procent, is nu aangepast aan de Europese normen. Holmer: ,,Toch blijft de literatuur ontzettend duur: een nieuwe dichtbundel van zestig pagina's, ook van een debutant, kost vijfentwintig euro.''

Misschien wel het meest dramatische gevolg van het afschaffen van de vaste boekenprijs vindt Holmer de effecten op literaire auteurs. ,,Een groeiend aantal gewone romanciers stort zich in deze ratrace. Niet met nieuwe literaire boeken, de verkoop is daarvoor te gering, maar in een genre dat ze nog onlangs als minderwaardig beschouwden en vaak niet eens echt beheersen.''

Staatssecretaris Van der Ploeg heeft aangegeven met name de situatie in Zweden te willen onderzoeken, alvorens een besluit te nemen over de toekomst van de vaste boekenprijs in Nederland.