Fusie tussen LSE en Nasdaq niet logisch

Niemand gelooft dat de London Stock Exchange (LSE) veel weg heeft van een roofdier. De grootste aandelenbeurs van Europa werd vorig jaar op het nippertje verslagen, toen zij probeerde de optiebeurs Liffe over te nemen. Een jaar eerder, toen de consolidatiewedloop tussen de Europese beurzen voor het eerst op gang kwam, werd de LSE bijna opgekocht door het Zweedse OM, een bedrijf dat slechts half zo groot is als de Londense beurs zelf. Maar als de LSE dan geen roofdier is, moet de onderneming bijna wel een prooi zijn. Beleggers lijken dat althans te geloven. Berichten dat de in New York gevestigde Nasdaq de op 1,4 miljard pond gewaardeerde branchegenoot zou willen overnemen, hebben de koers van de LSE naar recordhoogte gestuwd.

In veel opzichten is dit een herhaling van wat twee weken geleden gebeurde, toen werd verondersteld dat Deutsche Börse op het punt stond een bod op de LSE uit te brengen. De topman van de Duitse beurs, Werner Seifert, noemde dat gerucht later een slechte 1 aprilgrap. Hopelijk geldt dat ook voor het onderhavige gerucht. Een fusie tussen LSE en Nasdaq ontbeert vrijwel iedere industriële en financiële logica. De twee beurzen gebruiken verschillende handelssystemen, dus de kostenbesparingen zouden minimaal zijn. Geen van beide bedrijven heeft iets te bieden dat de ander nog niet heeft, zoals derivaten. Handelaren in obligaties hebben weinig belangstelling getoond voor beurzen die dag en nacht openblijven. Het is moeilijk in te zien waarom dat voor de aandelenhandel anders zou zijn.

Het beste wat van het Nasdaq-bod kan worden gezegd is dat het wellicht een serieuzere partner uit de tent lokt. Het is moeilijk te geloven dat Deutsche Börse of Euronext werkeloos zullen blijven toekijken als ze het idee hebben dat er echt iets aan de hand is. Het is denkbaar dat er dan een biedingstrijd rond de LSE ontbrandt.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.