`De verdachten zijn gedesoriënteerd geraakt'

Het gerechtshof in Leeuwarden sprak gisteren Herman du Bois en Wilco Viets in een nieuwe behandeling van de zaak vrij van de moord op Christel Ambrosius in 1994. Uit het vonnis.

Negenentwintig kantjes telt het de uitspraak van het Leeuwardense gerechtshof in de Puttense moordzaak. In 85 `punten' ontleden de raadsheren het bewijs zoals dat door het OM naar voren is gebracht. De conclusie: dat Du Bois en Viets Christel Ambrosius in 1994 hebben verkracht en vermoord, is ,,onwaarschijnlijk''.

,,Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat de aangetroffen sporen niet kunnen leiden tot de overtuiging dat H.d.B. (Herman du Bois, red.) en/of W.V. (Wilco Viets, red.) in de middag van 9 januari 1994 op de plaats van het delict aanwezig zijn geweest en ook niet dat zij toen met C.A. (Christel Ambrosius, red.) in aanraking zijn geweest.''

,,Uit al het voorgaande vloeit voort dat het voor het antwoord op de vraag of H.d.B., W.V., G.S. (Gerrit Schuchard, de schoonvader, red.) en W.B. (Willem Bettink, een bekende, red.) op zondagmiddag 9 januari 1994 met de Mercedes van G.S. hebben gereden in het bosgebied rond Driewegenweg 41 te Putten en vervolgens of zij zich hebben schuldig gemaakt aan medeplegen van verkrachting en doodslag van C.A., aankomt op de geloofwaardigheid van de bekennende verklaringen van genoemde vier personen.''

,,Het is (...) moeilijk voor te stellen dat men in strijd met de waarheid bekent zulke ernstige delicten als verkrachting en doodslag te hebben gepleegd dan wel te hebben gezien (...) en dat men daar ook nog zo uitgebreid over verklaart.''

,,Daar staat echter het volgende tegenover:

Het is aannemelijk dat de verdachten doordat zij tijdens de voorlopige hechtenis zeer lang (...) in beperkingen hebben verkeerd waardoor zij (...) enigszins gedesoriënteerd zijn geraakt.''

,,Deze desoriëntatie moet zijn versterkt doordat de verdachten tijdens de verhoren (...) werden geconfronteerd met feiten die als vaststaand werden gepresenteerd maar niet vaststonden (...)''

,,Hoewel er geen reden is te twijfelen aan de integriteit van de opsporingsambtenaren (...) is het opsporingsonderzoek (...) vrijwel uitsluitend gericht geweest op het onderbouwen van de verdenking die tegen H.d.B. c.s. gerezen was.''

,,Op grond van al het vorenoverwogene is het hof (...) van oordeel, dat het onwaarschijnlijk is dat H.d.B. en W.V. C.A. hebben verkracht en om het leven hebben gebracht (...)''

www.nrc.nlUitspraak