De Nobelprijswinnaar

Een knuffelbeer zoals je die op de kermis kunt winnen bij de schiettent, zo ziet Joseph Stiglitz eruit. De Nobelprijswinnaar voor economie in 2001 is een kleine, stevige man met een pluizige baard en twinkelende kraalogen. Een beetje slordig – twee keer vergeet hij zijn aantekeningen mee te nemen – en innemend. Hij wekt de indruk voor alles tijd te hebben en voor iedereen open te staan.

Afgelopen week was Stiglitz even in Amsterdam op uitnodiging van het John Adams Institute om zijn boek Globalization and its discontents* toe te lichten. Het is een kritiek op de uitwassen van de globalisering, in het bijzonder op de rol die het IMF eind jaren negentig speelde bij de aanpak van de financiële crises in ontwikkelingslanden. Stiglitz spreekt uit ervaring. Hij was in die tijd chief economist van de Wereldbank en maakte van nabij mee hoe eerst de Aziatische landen en daarna Rusland onderuit gingen. Het IMF-beleid maakte de crises naar zijn mening alleen maar erger, zonder oog te hebben voor de dramatische effecten. In 1999 werd Stiglitz ontslagen – met zijn ongezouten kritiek had hij iedereen tegen zich in het harnas gejaagd. Een avondje Stiglitz (60) is onderhoudend. De combinatie van kennis, humor en ervaring maakt hem tot een tamelijk unieke verschijning. Hij behoort tot het selecte groepje topeconomen die over de wereld reizen als academische popsterren. Ze hebben invloed, omdat ze, naast hun academische werk of carrière bij internationale instellingen, optreden in de media, spreekbeurten geven en zich laten inschakelen als consultants voor ontwikkelingslanden.

Laatst nog, vertelt Stiglitz, was hij in Venezuela om president Hugo Chávez advies te geven. Chávez (die twee weken geleden werd afgezet en na twee dagen weer terugkwam als president) is een links-radicale populist. In Venezuela komt de olierijkdom éénderde van de bevolking ten goede en hij wil de andere tweederde daarin laten delen. Veel goede raad kon Stiglitz hem niet geven.

De grote boosdoener van de crises in ontwikkelingslanden is volgens de Nobelprijswinnaar de liberalisatie van het korte kapitaalverkeer, het flitskapitaal dat een economie ontwricht als het instroomt en nog veel meer als het weer uitstroomt. Dat heeft de crises in Oost-Azië, Rusland en recentelijk Argentinië veroorzaakt. Stiglitz maakt een vergelijking: als auto's telkens op dezelfde plek van de weg uit de bocht vliegen, dan is er niet iets mis met de auto's, maar met de bocht in de weg. Zijn oplossing: de vrije kapitaalbewegingen moeten worden beperkt en zeker niet zo radicaal worden ingevoerd als het IMF heeft bepleit.

Het IMF komt steevast met twee voorwaarden voor financiële steun aan landen in crisis: de rente moet omhoog om de munt te ondersteunen en de uitgaven moeten omlaag om de begroting in evenwicht te brengen. Dubbel fout, volgens Stiglitz. Hij onderschrijft dat het IMF fungeert als ziekenboeg voor landen in terminale economische omstandigheden, maar hij verwerpt de behandeling. ,,Het is alsof de patiënt in het ziekenhuis komt voor een chirurgische ingreep, maar dan verplicht wordt een aderlating te ondergaan.''

Het IMF en de Treasury, het Amerikaanse ministerie van Financiën, identificeren zich louter met de belangen van de financiële wereld, meent Stiglitz. Ter illustratie zegt hij dat Robert Rubin, de vorige Amerikaanse minister van Financiën, naar Goldman Sachs is vertrokken en dat Stanley Fischer, indertijd de nummer twee en feitelijk uitvoerende directeur van het IMF, nu de topman is bij Citicorp. ,,Als ik marxist was, zou ik het wel weten'', grapt hij.

Toch is het IMF in zijn ogen niet het slachtoffer van een samenzwering, maar men heeft de gevolgen van het beleid nooit doordacht. Toen het Fonds midden jaren negentig miljarden dollars aan Rusland leende, en de Russische regering miljarden weggaf aan de nieuwe oligarchen, die in ruil hiervoor steun beloofden bij de herverkiezing van Jeltsin in 1996, bijvoorbeeld. Waar lieten zij dat geld? Niet in Rusland met zijn onzekere politieke toekomst en economie in crisis, maar in de Verenigde Staten waar de economie bloeide. Zo stroomden de miljarden die het IMF verstrekte, regelrecht uit Rusland naar de VS. In Argentinië, waar het IMF lang heeft vastgehouden aan het dogma om de lokale peso aan de dollar te koppelen, gebeurde exact hetzelfde. ,,Ik weet niet of de Argentijnen het IMF hebben overtuigd, of dat het IMF de Argentijnen heeft overtuigd. Het resultaat is hetzelfde'', zegt Stiglitz. Nu de koppeling is losgelaten en de Argentijnse overheid bankroet is, geven de provincies hun eigen papiergeld uit om lokale ambtenarensalarissen te betalen. Stiglitz vertelt dat hij een verzameling van dit Mickey Mouse-geld aanlegt.

Nee, hij is niet tegen marktwerking, hij gelooft óók in een sturende rol van overheden. Daar ontbreekt het te vaak aan in ontwikkelingslanden. Met de `onzichtbare hand' van Adam Smith heeft hij weinig affiniteit. ,,Het enige wat klopt aan deze uitspraak is dat die hand inderdaad onzichtbaar is'', sneert hij. Hij moet de grap al duizenden keren gemaakt hebben.

Dit is Stiglitz ten voeten uit. Trefzeker en met humor legt hij het feilen van het internationale financiële systeem bloot. Hij wil het IMF niet afbreken, zoals de antiglobalisten, maar hervormen. Meer openheid, eerlijker verdeling van de macht, beter bestuur. En vooral kritisch nadenken over de gevolgen van de voorgeschreven behandeling. Aderlatingen zijn uit de tijd. En dan is de tijd op. Buiten staat een Bentley Convertible te wachten om hem naar zijn volgende bestemming te brengen. Een spreekbeurt voor een kapitaalkrachtig Amerikaans verzekeringsbedrijf.

* De Nederlandse vertaling verschijnt binnenkort onder de titel Perverse Globalisering bij Uitgeverij Spectrum.

rjanssen@nrc.nl