De laatste speler van de Europese kampioen

Met het afscheid van John (voorheen Johnny) Bosman is een einde gekomen aan de gouden generatie van 1988. De andere spelers van het Nederlands elftal die dat jaar de Europese titel wonnen, hebben hun voetballoopbaan al eerder beëindigd. Bosman stond op het Europees kampioenschap in West-Duitsland alleen in het openingsduel tegen de Sovjet-Unie in de basisopstelling.

De 37-jarige aanvaller wordt komende zondag in de thuiswedstrijd van AZ tegen NEC uitgezwaaid door de Alkmaarse voetbalfans. Hij heeft aangegeven dat hij fysiek en mentaal niet langer is opgewassen tegen het topvoetbal. Hij heeft vaak last van kleine blessures. Vorig najaar verloor hij zijn vijfjarige zoontje door een fietsongeluk. Hij had al eerder privé-problemen.

Bosman is opgegroeid in Noord-Holland en leerde voetballen bij de amateurs van Roda '23 in Bovenkerk. Via RKAVIC in Amstelveen belandde hij als jeugdspeler bij Ajax, waar hij in het seizoen 1983-1984 debuteerde in het betaalde voetbal. Bij de Amsterdamse club was hij een generatiegenoot van Marco van Basten, Gerard Vanenburg en John van 't Schip.

In tegenstelling tot deze talenten was Bosman een voetballer met beperkingen. Hij was niet snel en had geen gevaarlijke passeerbeweging. Hij kon wel goed `kaatsen' en beschikte over een enorme sprongkracht. Hij was daarom een uitblinker in kopduels. De meeste doelpunten maakte hij met zijn hoofd.

Bosman vormde in zijn beginperiode bij Ajax met Van Basten een succesvol aanvalsduo. Als schaduwspits kwam hij bijna even vaak tot scoren als zijn ploeggenoot. Met Ajax won hij in 1987 de Europa Cup voor bekerwinnaars. De finale tegen Lokomotiv Leipzig moest hij wegens een schorsing missen.

Een jaar later speelde hij in hetzelfde toernooi het verloren finaleduel tegen KV Mechelen. Bosman verhuisde vervolgens naar deze Belgische club, waarbij hij ook een kampioenschap vierde. Na een kort verblijf bij PSV speelde hij in de beginjaren negentig vijf seizoenen voor Anderlecht. Hij won in Brussel drie keer de Belgische titel.

In de herfst van zijn voetballoopbaan keerde Bosman terug in de eredivisie. Hij baarde als begin dertiger opzien bij FC Twente, waar hij in het seizoen 1996-1997 twintig competitietreffers maakte. Drie jaar later beleefde hij een even sterk debuut bij AZ. Hij scoorde achttien keer. Vorig seizoen raakte de doelpuntenmachine vastgeroest. Dit seizoen kwam hij door privé-omstandigheden nauwelijks aan spelen toe. Hij bleef steken op een totaal van 249 treffers in clubverband.

Voor het Nederlands elftal scoorde Bosman in dertig interlands zeventien keer. Hij was vaker reserve, aangezien Van Basten meestal de voorkeur kreeg. De interlandcarrière van Bosman werd gekenmerkt door pech. In 1987 scoorde hij vijf keer tegen Cyprus. Daarmee evenaarde hij het nationaal record van Jan Vos en Leen Vente. De wedstrijd tegen Cyprus werd echter ongeldig verklaard wegens een bomincident in de Kuip van Rotterdam.

Bosman speelde een ondergeschikte rol op de eindtoernooien. Voor het WK in 1990 werd hij gepasseerd door John van Loen. Hij deed ook niet mee aan het EK in 1992. Bij het WK in 1994 zat hij wel in de selectie, maar kwam hij niet aan spelen toe. In 1997 kwam een einde aan de interlandloopbaan van een typische clubspeler.