Boekenprijs

De vaste boekenprijs is al jaren een maatschappelijk geloofsartikel in Nederland. De voorstanders afficheren zich als cultuurdragers, voor wie het geschreven woord geen fysiek product is, maar een geestelijk erfgoed. De tegenstanders presenteren zich als marktdenkers, voor wie het onbegrijpelijk is dat de boekenbranche zich niet naar de wetten van vraag en aanbod zou kunnen conformeren. Tot nu toe is het pleit beslecht ten gunste van de horizontale prijsbinders. Ze weten zich gesteund door bijvoorbeeld Duitsland, waar de boekenprijs ook is gefixeerd en het aanbod en de diversiteit van de titels immens zijn. Dit laat onverlet dat vooral de uitgevers daarvan nu profiteren. Dankzij het kartel kunnen ze makkelijk calculeren en zijn hun risico's beperkt. Met een relatief kleine oplage zijn ze uit de kosten. Een bestseller zorgt voor de winst, zonder dat de auteur daarvoor navenant wordt beloond. Dat is niet louter slecht. Belangrijk literair werk is niet altijd te plannen. Nieuwe klassiekers zijn niet het resultaat van marketing, maar dienen zich vaak per toeval aan.

De prijsbinding staat niettemin onder steeds grotere druk. Theoretisch is het feitelijke kartel in strijd met nagenoeg alle mededingingsregels die de Europese Unie hanteert. Bij wijze van uitzondering, zo is in 1997 afgesproken, mag de boekenbranche nog tot 2005 onderlinge afspraken maken. Maar er is opmerkelijk genoeg nooit duidelijk gemaakt wat precies de cultuur-politieke doelstellingen van de vaste boekenprijs zijn, en dus ook niet of die worden gerealiseerd. Praktisch is de vaste boekenprijs eveneens moeilijk te handhaven. Boeken vormen namelijk geen nationale markt meer, die voor de buitenwereld kan worden afgegrendeld. Internet heeft de wereld opengelegd voor schrijvers, uitgevers en lezers. Wie in Kampen een buitenlands boek wil kopen, kan dankzij computer en telefoon makkelijk prijzen vergelijken en een titel bij de goedkoopste aanbieder kopen.

Met andere woorden: formeel is sprake van een vaste boekenprijs, maar feitelijk worden voortdurend gaatjes in het bastion geschoten. Tegenover cyberboekhandel Amazon.com, die zijn klanten bedient met kortingen en andere diensten, staan de reële boekwinkels, die een minuscule beschadiging of misdruk al gebruiken om onder de prijs te duiken.

Het is daarom van belang niet te lang stil te staan bij het verleden. Over drie jaar komt aan het kartel hoe dan ook een einde. Voordat het zover is, moet dus worden gezocht naar oplossingen die recht doen aan de mededinging én aan de culturele betekenis van het boek. In het onderzoek Boek en Markt dat deze week is uitgekomen, hebben het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) verschillende alternatieven geïnventariseerd. Zo is het denkbaar dat de overheid uitgaven van cultureel-literaire betekenis of de boekverkopers – bijvoorbeeld de kleinere boekwinkels in de provincie – gaat subsidiëren om te voorkomen dat ze worden weggevaagd door `branchevreemde' ketens. Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) heeft zich hiertegen terecht gekeerd. De rijksoverheid is amper in staat te beoordelen of een toneelgroep of muziekensemble gesteund moet worden, laat staan dat ze de concrete culturele functie van een boekhandelaar kan vaststellen. Als dit al zinvol is, dan is dat een taak voor lokale overheden.

Een andere variant is de periode van de verplichte vaste prijs te verkorten van de huidige twee jaar naar een half of één jaar. In de Tweede Kamer ligt al een wetsvoorstel dat zo'n één jaar durende vaste boekenprijs wil verankeren. Van der Ploeg neigt naar een kortere periode. Hoewel hij in theorie voorstander is van volledige afschaffing, denkt hij op die manier inzicht te krijgen in de praktijk. Deze benadering verdient steun. Voor een voortgezette loopgravenoorlog tussen beide partijen is het nu te laat. Komende jaren gaat het om het zoeken en vinden van een evenwicht tussen de culturele betekenis van het geschreven woord en het economische belang van een eerlijke markt.