Anti-Israël-demonstratie 2

Ook ik bevond me op de Dam tijdens de demonstratie op zaterdag 13 april. Het was meteen duidelijk dat dit geen demonstratie zou worden voor een vreedzame oplossing van het probleem in het Midden-Oosten, maar een demonstratie van wraak, onmacht, agressie en een schrijnend gebrek aan historisch besef.

Slechts een splinter van `Een Ander Joods Geluid' was aanwezig op de Dam. Verreweg de meesten hadden verkozen er niet heen te gaan. Waarom ik wel ging? Om de angel uit het antisemitisme te halen. Om te tonen dat Palestijnen en joden alleen sámen voor vrede kunnen zorgen. Opdat er niet alleen Arabieren en Palestijnen zouden zijn, maar ook wij, joden.

Op de Dam werd de sfeer steeds grimmiger. Toen de stoet zich eindelijk in beweging wilde zetten, haakte ik af. Om de hakenkruisen, om de nazi-symbolen waar ik niet achteraan wilde lopen, niet kon lopen. Dat was mijn waarheid.

De waarheid van hen die wel doorliepen was dat je juist moest meelopen, als een eiland van vredelievende gedachten.

Allebei waar, denk ik. Maar waarom respecteren we elkaar niet? Waarom vliegen de joden elkaar nu ook in de haren? Waarom kijken we niet naar onze gemeenschappelijke doelstelling: het vredig voortbestaan van Israël naast zijn buren. Waarom gebruiken wij die doelstelling niet om via gesprekken te komen tot een zo goed mogelijke oplossing?