Als de martelaar maar niet je kind is

Palestijnse ouders hebben een dubbel gevoel: ze zijn veelal voor zelfmoordaanslagen, maar niet door hun eigen kinderen.

,,Natuurlijk heb ik het er met ze over!'' Nabil zegt het bijna verontwaardigd. De klusjesman uit Beit Hanina op de Westelijke Jordaanoever heeft vijf kinderen. De oudste van hen, Mohammed, is nu veertien en in de gevarenzone. ,,Ik zeg tegen hen dat je in iedere oorlog soldaten en denkers hebt. Je hebt mensen die strijden met wapens, en mensen die strijden door dokter te worden, of professor. Mijn kinderen moeten in die tweede categorie terechtkomen.''

Nabil heeft het over wat Israëliërs aanduiden als zelfmoordterroristen en de Palestijnen als `martelaren'. Precieze cijfers ontbreken maar Nabils houding lijkt exemplarisch voor die van Palestijnse ouders: zo'n driekwart is voor zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers zolang de Israëlische bezetting voortduurt. Maar hun eigen kinderen offeren, dat is een ander verhaal.

Een filmpje dat het Israëlische bureau voor Public Relations recentelijk verspreidde, probeert een heel andere boodschap uit te dragen. Begeleid door een foto van een oudere Palestijnse vrouw in een demonstratie komt de tekst in beeld: ,,Oh kinderen van Palestina, luister naar jullie moeders als zij jullie opdragen om joden te vermoorden.'' Ook in de rest van de indrukwekkende stroom propagandamateriaal dat de Israëlische regering en lobbyisten deze intifadah vervaardigden, staat dit punt centraal: Palestijnse kinderen worden er door hun ouders op uitgestuurd om joden te doden.

Maar gesprekken met ouders in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever geven eerder een tegenovergesteld beeld. Het is de grote angst van de Palestijnse ouder op het moment: het bericht komt binnen van een zelfmoordaanslag en een van hun kinderen tussen de 15 en 25 is onvindbaar. Ze weten dat de terreurorganisaties na werving van een toekomstige martelaar deze op het hart drukken zich niet opvallend anders te gaan gedragen. Tot een paar maanden geleden, hadden Palestijnse ouders houvast aan het idee dat plegers van aanslagen altijd enkele dagen voor hun daad verdwenen om in alle rust te worden voorbereid. Maar tegenwoordig is dat teruggebracht tot uren. De terreurorganisaties ontdekten dat collaborateurs dergelijke verdwijningen direct doorgaven aan de Israëliërs, die dan bij wegversperringen op zoek gingen naar de persoon in kwestie.

Maar de grootste verandering en bedreiging voor ouders is wel dat dezer dagen ieders zoon of dochter een zelfmoordterrorist kan blijken te zijn. Tot ongeveer een jaar terug was de achtergrond van een zelfmoordterrorist voorspelbaar: ongetrouwde, streng religieuze mannen uit de onderklasse. Maar nu blazen meisjes van 18 met uitstekende cijfers zich een paar maanden voor hun eindexamen op, zoals Ayat Akhras op 29 maart in een supermarkt in Jeruzalem – twee doden. Of het a-politieke rijkeluiszoontje Ezzidin Masri van 23 die op 9 augustus zichzelf en de Sbarro pizzeria in Jeruzalem de lucht in liet gaan – 15 doden. De praktijk van de zelfmoordaanslag is geseculariseerd, geëmancipeerd en verjongd: dinsdag werden drie 14-jarigen doodgeschoten toen ze een joodse nederzetting probeerden binnen te dringen.

Het is een dubbel gevoel, geeft een ouder in Gaza toe. Aan de ene kant juicht vrijwel iedereen de `martelaaroperaties' in Israël toe omdat men voelt voor het eerst een wapen te hebben waarop de Israëliërs geen antwoord hebben. ,,Zolang wij onder bezetting leven, zullen zij leven in angst voor aanslagen'', is een gevierde slogan. Maar aan de andere kant is er nauwelijks een ouder te vinden die zijn zoon of dochter ook daadwerkelijk wil offeren. Vandaar dat de terreurorganisaties de toekomstige daders expliciet verbieden met hun ouders over hun plannen te praten. Na een aanslag verklaren ouders vaak trots te zijn, en te hopen dat meer van hun kinderen de stap naar het martelaarschap zetten. Maar psychologen wijzen erop dat een dergelijke stemming vaak even snel verdwijnt als de televisiecamera's die haar vastleggen. Daarna wacht de ouders vaak een diepe depressie.

Het is gebruikelijk dat de aanslagplegers in een videoboodschap hun daad toelichten. Eenmaal tot nu toe verscheen één pleger met een van zijn ouders in de boodschap. In alle andere video's vroeg de zoon of dochter vergiffenis aan de familie voor alles wat ze fout zouden kunnen hebben gedaan. Ook tegenover onverdachte Arabische en Palestijnse satellietstations verklaren ouders van `martelaren' steevast dat ze geen idee hadden van de plannen van hun zoon. Sommige ouders geven het geld dat ze van Hamas, Jihad of Saddam Hussein krijgen als beloning voor het martelaarschap weer weg.

De psychiater en publicist Iyad Serraj uit Gaza houdt zich al jaren bezig met zelfmoordterrorisme. Hij zoekt het in een complex van factoren. Ten eerste zijn er de Palestijnse autoriteiten die al dan niet informeel het martelaarschap aanprijzen en stimuleren, hoewel ze nooit hun eigen kinderen sturen. Deze maand verklaarde ook de vrouw van Arafat, Soha, vanuit haar woonplaats Parijs dat zij graag een zoon zou offeren in de strijd. Alleen heeft ze er geen.

Dan is er het islamitische geloof dat de martelaar allerlei beloningen in het vooruitzicht stelt. Met name religieuze leiders verheerlijken in hun vrijdagmiddagpreken de martelaarsdood als de ultieme geloofstest. De Palestijnse televisie zendt dergelijke preken vaak rechtstreeks uit, zoals vrijdag nog.

Maar politiek en religiositeit verklaart lang niet alles, vervolgt Serraj. Want in het algemeen trekken gewone Palestijnen zich weinig aan van wat hun leiders zeggen; die zijn te corrupt en incompetent. En veel van de aanslagplegers blijken nauwelijks religieus, terwijl de Koran vrouwelijke martelaren in het geheel niets in het vooruitzicht stelt. ,,De aanslagplegers van nu lijden aan een dubbele gezagscrisis'', meent Serraj. ,,Ten eerste is het Palestijnse gezag de afgelopen anderhalf jaar niet in staat gebleken het Palestijnse volk te beschermen. Kijk maar naar wat de Israëlische invasies aanrichten''.

De aanslagplegers van nu zijn kinderen van de eerste intifadah, vervolgt Serraj. Toen maakte Israël er een gewoonte van om vaders ten overstaan van hun kinderen in elkaar te slaan en te vernederen. Daarmee ontstond de tweede gezagscrisis: de vader die zijn gezin niet kan beschermen. ,,De aanslagplegers van nu luisteren niet meer naar hun ouders'', zegt Serraj. ,,Ze hebben het idee: alles wat voorgaande generaties hebben geprobeerd om een staat te krijgen, heeft gefaald. Als wij het niet doen, dan doet niemand het.''