Project `zakenbank' mislukt

De bestuurkamer is een duiventil, de winst halveert en moederconcern ABP trekt het grootste deel van zijn vermogen terug. De zakenbank NIB heeft pijn.

Bijna 2 miljard euro. Dat betaalden de pensioenfondsen ABP en PGGM drie jaar geleden voor de toenmalige Nationale Investeringsbank. De twee grootste Nederlandse pensioenbeleggers gingen ondernemen. Met een ambitieus doel: het uitbouwen van een zakenbank die de concurrentie met de andere Nederlandse grootbanken serieus moest kunnen aangaan. NIB Capital zou het vooruitgeschoven beleggingsloket worden van de pensioenfondsen, gesteund door de miljardenvermogens. Van de ambities is weinig overgebleven. ABP heeft besloten om 24 miljard euro aan beleggingen, circa 16 procent van de totale portefeuille, terug te dirigeren naar het pensioenfonds. NIB Capital verliest zijn rijkdom. Wat resteert is een participatiemaatschappij met 12,8 miljard toegezegd vermogen, waarvan nog niet de helft echt is geïnvesteerd.

Er is vanaf de start in 1999 geen moment rust geweest in de NIB-gelederen. Topman M. Jonkhart vertrok al na een paar maanden met ruzie. Zijn opvolger M. Gedopt sneuvelt nu ook. Commissaris M. Enthoven daalt af uit het toezichtscollege en neemt de leiding van het bedrijf over.

Een ingrijpende herstructurering onder leiding van Gedopt is verkeerd uitgepakt. Volgens een ingewijde is een groot deel van de expertise bij de bank verloren gegaan, vooral op het terrein van kredieten. ,,Het kind is met het badwater weggegooid. De interne samenhang is om zeep geholpen. Waardevolle specialisten verlieten de bank. ABP neemt het laatste deel van de expertise mee. De bank is volledig uitgekleed.''

NIB Capital was vorig jaar meer dan 10 miljoen euro aan gouden handdrukken kwijt. De personeelskosten stegen met een derde, het loon van bestuurders met gemiddeld een derde en de commissarisvergoedingen met de helft.

Op nagenoeg alle terreinen leverde NIB Capital in. Er werden minder hypotheken verkocht, de inkomsten van het participatiebedrijf daalden en diverse activiteiten werden eenvoudigweg gestaakt. De winst van het bedrijf halveerde tot 104 miljoen euro.

NIB Capital had juist veel kennis op het gebied van leningen en het structureren van financieringen. Die markt was in 2001 booming, maar daarvan zou NIB Capital nauwelijks hebben geprofiteerd.

In Utrecht, waar het vermogensbeheer van NIB Capital is samengebald, werken circa zestig mensen. Die gaan volgens een woordvoerder ,,grotendeels'' mee naar ABP. Het pensioenfonds is tevreden over de prestaties in Utrecht, ook al deden de vermogensbeheerders van NIB het vorig jaar slechter dan de markt. Daardoor liepen zij een deel van de provisies mis. De afdeling dook daardoor vorig jaar in de verliezen. De circa 25 miljard (99 procent kapitaal van ABP) die in Utrecht beheerd wordt, staat volgens specialisten borg voor een jaarlijkse vaste beheervergoeding van zo'n 100 miljoen euro. Volgend jaar heeft NIB Capital die inkomstenstroom niet meer.

Is de vermogensverhuizing van ABP de opmaat tot een volledig vertrek? ,,Absoluut niet, dat is een fabeltje'', zegt een woordvoerder. PGGM, dat veel minder vermogen onder de NIB-paraplu heeft ondergebracht, moet nog een besluit nemen wat zij met het gestalde kapitaal doet. Een woordvoerder bevestigt dat PGGM – net als ABP – het aandelenbelang van 50 procent niet van plan is te verkopen.

De pensioenfondsen worstelen met de dekking van hun verplichtingen en hebben aangekondigd hun premies te verhogen. Het project `NIB Capital' kan als mislukt worden beschouwd. Een slechtermoment was bijna niet denkbaar.