Nieuw register bij NIOD-onderzoek

Het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie (NIOD) gaat kopers van het onlangs verschenen Srebrenica-rapport gratis een nieuwe versie van het register aanbieden. Dit heeft NIOD-onderzoeker P. Romijn gisteren in Amsterdam gezegd.

De afgelopen weken is veel kritiek gekomen op het register dat de bijna 3.400 pagina's tellende hoofdrapport van Srebrenica, een `veilig' gebied moet ontsluiten. Gisteren, tijdens een discussie georganiseerd door Het Parool en het Historisch Nieuwsblad, erkende `eindverantwoordelijke' Romijn dat het register in grote haast vervaardigd is. Hij onderstreepte dat de bureauredactie van uitgeverij Boom geen blaam treft voor alle fouten in tekst en register. ,,Het was een mammoetwerk en door de tekst zo laat aan te leveren hebben wij de redactie voor grote problemen geplaatst.'' Het NIOD, zei Romijn, is de critici dankbaar ,,voor het vele spitwerk'' dat zij hebben verricht om in hun verschillende publicaties op fouten te wijzen.

Een van die critici is de historicus B. Bommeljé, die gisteren met Romijn in debat ging. Hij vroeg zich af waarom het NIOD niet meer tijd had gevraagd, maar in plaats daarvan ,,in de valkuil van de eerstejaarsstudent'' was gevallen en in panische haast het werk had afgeraffeld om op tijd te kunnen inleveren bij de docent. ,,We moesten kiezen'', zei Romijn, ,,tussen het gebrom van de docent of de spot en hoon trotseren als we opnieuw uitstel hadden aangevraagd.''

Volgens Romijn hebben de leden van het onderzoeksteam, dat uiteindelijk naar een omvang van elf `hoofd-onderzoekers' groeide, het onderling niet altijd even gemakkelijk gehad. Nadat NIOD-directeur Blom de opdracht van het kabinet om de val van Srebrenica te onderzoeken had aanvaard, is een team van historici samengesteld die elk min of meer op eigen houtje op onderzoek uitgingen. ,,Het was een collegiaal team, er zat weinig sturing in.'' Een ander NIOD-onderzoek naar de terugkeer en opvang van slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, dat later begon, is volgens Romijn op die reden ook anders georganiseerd, ,,met één onderzoeksleider en met één hoofd-auteur''.

Volgens Romijn zijn de onderlinge discussies over de richting van het onderzoek ,,niet altijd makkelijk geweest''. ,,De Srebrenica-onderzoekers hadden door de aard van de opdracht niet de gelegenheid tussentijds hun bevindingen te laten toetsen door collega-wetenschappers, zoals gebruikelijk. Het was allemaal een intern proces en dat werd een soort snelkookpan.''