`Nederland is Suriname hulp verschuldigd'

De Surinaamse minister van Justitie Gilds wil dat Nederland te hulp schiet in de strijd tegen drugs. De opvolger van Fred Derby hekelt verder sceptici over het onderzoek naar de Decembermoorden: ,,Zij vergissen zich.''

Siegfried Gilds, de Surinaamse minister van Justitie, was op bezoek in Nederland en zag in zijn hotelkamer Pim Fortuyn op televisie. ,,Iemand die kritiek heeft op het begrip `oude politieke partijen': voor ons niet onbekend'', glimlacht de bewindsman, refererend aan de Surinaamse situatie, waar die term al sinds 1986 gemeengoed is. Toen keerde de `oude politiek' (de bundeling van Creoolse, Hindoestaanse en Javaanse volkspartijen) na jaren van militair bewind terug in de politieke arena.

Gilds' partij, de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA), profileerde zich destijds juist als alternatief voor de gevestigde orde. Maar later sloot de SPA, voortkomend uit de vakcentrale C'47, zich bij de `oude politiek' aan. Ze is nu de kleinste coalitiepartner in het regerende Nieuw Front (NF). Sinds het overlijden in mei vorig jaar van de charismatische oprichter en vakbondsleider Fred Derby is Gilds eerste man in de partij.

Een `Fortuyn-effect' heeft de SPA nooit kunnen bewerkstelligen. Sterker: na twee regeerperiodes in het NF wordt de partij door veel Surinamers juist als onderdeel van de oude politiek gezien. Gilds formuleert voorzichtig als hem gevraagd wordt of het wel verstandig is dat de SPA deel blijft uitmaken van het NF, zeker nu er steeds meer kritiek komt op de regering-Venetiaan wegens het uitblijven van politieke resultaten: ,,Verkiezingen zijn pas weer in 2005. Er is de wens om binnen het NF te blijven. Maar andere coalities zijn altijd mogelijk. De politiek is niet statisch.''

Toch heeft de aansluiting bij het NF de SPA ook voordeel opgeleverd. In ruil voor loyaliteit van de vakbeweging kreeg de partij, na slim onderhandelen van Derby, in de zomer van 2000 maar liefst drie ministersposten. Gilds heeft met het departement van Justitie de zwaarste. Derby schoof hem naar voren nadat hij in het eerste kabinet-Venetiaan (1991-1996) als minister van Defensie succesvol afgerekende met de toenmalige legertop.

Op Justitie staat Gilds voor twee moeilijke klussen: vervolging van de `Decembermoorden' en van de economische delicten van de regering-Wijdenbosch. Maar het loopt allemaal minder soepel dan Derby, zelf de enige overlevende van de Decembermoorden, voor ogen moet hebben gehad. Gilds wijt het vooral aan ,,de complicerende situatie in Suriname'' waar de minister het vervolgingsapparaat niet kan aansturen: ,,Ze staan helemaal los van de politiek en ik wil en mag me daar dus niet in mengen.'' Toch stelt de bewindsman dat er schot in beide zaken zit: ,,Het onderzoek naar ingewikkelde corruptiezaken uit de Wijdenbosch-periode kost tijd, omdat onze capaciteit beperkt is. Het gerechtelijk vooronderzoek naar de Decembermoorden is veel verder dan de mensen denken. Zij die zeggen `Dat wordt toch nooit meer wat', vergissen zich. De onderzoekshandelingen in Suriname zijn zo goed als klaar, op het forensisch onderzoek na. Daarvoor hebben we rechtshulp gevraagd in Nederland en dat is toegezegd. Verder zal de rechter-commissaris in mei hier nog enkele getuigen ondervragen. Ik verwacht dat de hele zaak in het najaar aan het openbaar ministerie kan worden overgedragen.''

Tegen die tijd zal er trouwens een knoop moeten zijn doorgehakt over een ander heikel punt in de regering-Venetiaan: de benoemingen van een aantal topposities in het justitiële veld. De vacatures van procureur-generaal, president van het hof en politiekorpschef staan nu al jaren open. Gilds, politiek verantwoordelijk voor de benoemingen, geeft toe ,,dat het inderdaad niet vlot''. Hij wijst op de ,,moeizame politieke weg'' die bewandeld moet worden, onuitgesproken doelend op de etnische achtergronden van de benoemingen. ,,Maar ik verwacht in ieder geval snel een nieuwe president van het hof.''

De bewindsman was recent in Den Haag om de rechtshulpprocedures rond de Decembermoorden te bespreken en de drugsproblematiek aan de orde te stellen. Net als op de vluchten uit de Antillen, zitten er ook in de toestellen uit Paramaribo tientallen bolletjesslikkers per week. Veel Surinamers met een Nederlands paspoort bevinden zich in de veel te krappe cellenhuizen in Paramaribo. ,,Dat is ongewenst'', zegt Gilds. ,,Door de capaciteitsproblemen kunnen wij dat nauwelijks meer hanteren. Nu Nederland strenger controleert op Curaçao, levert ons dat extra problemen op. Wij hebben sterke aanwijzingen dat de stroom bolletjesslikkers zich verplaatst van de Antillen naar Suriname. Dat kunnen we er echt niet bij hebben.''

De minister vertelt dat hij dit al onder de aandacht heeft gebracht van Den Haag: ,,Maar concrete stappen zijn helaas uitgebleven. Daarom pleit ik voor een bilateraal verdrag waarin Nederland zich verplicht om Suriname te helpen, óók met financiële middelen. Dat moet los staan van de verdragsmiddelen (de ontwikkelingsgelden zoals afgesproken na de onafhankelijkheid in 1975, red.). Wij hebben behoefte aan meer opsporingscapaciteit, scanners, celruimte en meer. Die cocaïne gaat vanuit Suriname naar Nederland en Europa; drugs is een grensoverschrijdend probleem en vraagt om een gezamenlijke aanpak. Nederland heeft een zekere verplichting om ook in Suriname wat te doen.''

Terug in Suriname zal Gilds in het kabinet worden geconfronteerd met de economische problemen van dit moment. Het bakovenbedrijf Surland, in handen van de staat en leverancier van harde valuta, balanceert op de rand van de afgrond. Maar ook op andere gebieden wil het maar niet vlotten met de sanering van de economie. Gilds verwoordt de visie die zijn voorganger Derby huldigde: ,,Suriname moet niet te veel op donoren vertrouwen, maar produceren. We moeten investeren, schulden durven maken en het zelf terugverdienen. Ik weet dat het een cliché is, maar ons land heeft zóveel rijkdom dat dat terugbetalen geen enkel probleem hoeft te zijn. Daarom ben ik er voor dat ons ontwikkelingsbeleid niet te zwaar leunt op externe financiering. We moeten maar nu spreek ik vooral als SPA-man wat dat betreft gewoon vuile handen durven maken.''