Justitie kan grote strafzaken niet aan

Het openbaar ministerie is onvoldoende toegerust voor de afhandeling van omvangrijke strafzaken. Dat blijkt uit een interne evaluatie in opdracht van het college van procureurs-generaal van drie beruchte drugszaken uit de jaren negentig.

Personeelsgebrek, onvoldoende ervaring van officieren van justitie en gebrekkige kennis van de instructies van het college van procureurs-generaal spelen justitie bij dergelijke grootschalige strafrechtelijke onderzoeken parten.

De evaluatie, Kansen en risico's voor opsporing, vervolging en berechting, is gemaakt door mr. J. van Zon, advocaat-generaal van het gerechtshof in Den Bosch. Het rapport schetst de gang van zaken bij drie van dergelijke megazaken, het Hakkelaarproces (grootschalige hasjsmokkel), de zaak tegen Etienne U. (hasjimport) en het zogeheten Iglo-onderzoek (cocaïnesmokkel).

Opsporingsinstanties, zo blijkt uit de evaluatie, hebben te maken met een ,,oerwoud van ontoegankelijke richtlijnen. (..) Er bestaat een cd-rom waarop die richtlijnen zijn terug te vinden, maar de toegankelijkheid laat te wensen over en bovendien blijken niet alle instructies hierop terug te vinden.''

Soms lopen opsporingsinstanties elkaar voor de voeten, uit scoringsdrift of onderling wantrouwen, meldt de evaluatie. Zoals in de zaak tegen Etienne U., waarin het Haarlemse kernteam van politie geen krediet had bij andere opsporingsdiensten, ,,waardoor sommige informatie in een veel te laat stadium bij het team bekend werd. (..) In het land volgde men de ontwikkelingen in het opsporingsonderzoek met argusogen. Dat zorgde er voor dat het kernteam een grote scoringsdrift had.''

Parketten kampen met een tekort aan ervaren mensen en een groot verloop, aldus de evaluatie. Dat leidt tot inzet van jonge, onervaren officieren op grote onderzoeken ,,met veel afbreukrisico.''

In het rapport wordt aanbevolen officieren die grote zaken behandelen extra salaris te bieden. Ook moeten officieren die actief zijn in zulke zaken zich ertoe verplichten een lopende zaak af te ronden voordat zij een nieuwe baan elders aanvaarden.

Een door het openbaar ministerie ingestelde werkgroep die de aanbevelingen in het rapport onderzocht bevestigt dat door capaciteitsgebrek minder ervaren officieren op groot onderzoek worden gezet. De werkgroep stelt voor om officieren elders uit het land in te zetten als een parket dergelijke grote zaken in behandeling neemt.

Ook het gesignaleerde grote verloop onder ervaren officieren ziet de werkgroep als probleem. ,,Het leidt tot verlies aan expertise en heeft nadelige consequenties voor de opleiding van jonge officieren.'' [Vervolg STRAFZAKEN: pagina 2]

STRAFZAKEN

'Geef officieren trainingen'

[Vervolg van pagina 1] Als de capaciteit ontoereikend is, moet in het uiterste geval besloten worden om onderzoek niet uit te voeren, of moet er bij andere onderzoeken ,,een herschikking tot stand worden gebracht'', zo schrijft het rapport. Dat geldt met name voor zogeheten `pluk-ze'-operaties. Als daarvoor onvoldoende expertise beschikbaar is, ,,moet in het uiterste geval besloten worden om het financiële traject niet in te gaan''.

Officieren moeten getraind worden tegen de steeds agressievere opstelling van advocaten van verdachten, waarbij de integriteit van de staande magistratuur openlijk in twijfel wordt getrokken, adviseert het rapport. Dat geldt ook voor de omgang met de media: ,,Zonder actieve mediabenadering wordt het openbaar ministerie bij voorbaat op achterstand gesteld.'' Toch moeten justitie en politie terughoudendheid betrachten omdat met name juichende persberichten van de politie ,,in de praktijk van de berechtingsfase (..) veelal niet waargemaakt worden.'' Een woordvoerder van het college van procureurs-generaal wilde vanochtend niet reageren.