Jorritsma wil af van vaste boekenprijs

De vaste boekenprijs zorgt niet voor een groter literair aanbod. Er lopen geen geldstromen van bestsellers naar literaire kunst.

Dat concludeert demissionair minister Jorritsma van Economische Zaken uit een vandaag gepresenteerd onderzoek naar de doelmatigheid van de vaste boekenprijs door het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Volgens Jorritsma, samen met staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) opdrachtgever van het onderzoek, betaalt de consument te veel door de vaste boekenprijs, waarop de aanval al lang is geopend vanuit België en het internet. Jorritsma wil advies over drie door CPB en SCP voorgestelde alternatieven voor de vaste boekenprijs vragen aan de Raad van Cultuur, de Consumentenbond en het boekenvak. Het nieuwe kabinet zou uiterlijk dit jaar een beslissing dienen te nemen.

De vaste boekenprijs, een afspraak binnen het boekenvak om de prijs van een boek tot twee jaar na publicatie te handhaven, waarna het boek bijvoorbeeld kan worden verramsjt, ,,dient derhalve te worden afgeschaft of door een alternatief beleidsinstrument vervangen'', schrijven de onderzoekers. Zij komen met drie mogelijke alternatieven: het instellen van een beperkte vaste boekenprijs, de boekenprijs overlaten aan de markt, of het subsidiëren van boekhandels.

Aad Nuis, voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB), is ontevreden over het rapport Boek en Markt. De conclusies zijn ,,niet houdbaar'', schrijft Nuis, oud-staatssecretaris van Cultuur, in een reactie. Hij betreurt het dat de onderzoekers, zonder de voor- en nadelen goed af te wegen, toch tot de verstrekkende conclusie komen dat de huidige vaste boekenprijs niet efficiënt genoeg is.

Het afschaffen van de vaste boekenprijs kan volgens Nuis ,,schade veroorzaken'', en leidt tot ,,het verdwijnen van de kleinere boekhandels'', tot ,,minder keuze'', ,,minder ruimte voor deskundig personeel'', ,,verschraling van het aanbod bij de uitgevers'' en ,,geringere levenskansen voor boeken en schrijvers met een minder voor de hand liggende of minder populaire boodschap''.

Het tweede alternatief van de planbureaus om de bestaande vaste boekenprijs te beperken, is ,,zo sterk uitgehold en afgezwakt dat de werking ervan tot vrijwel niets wordt teruggebracht'', vindt Nuis. Bij het derde alternatief, het subsidiëren van de boekhandels, vreest Nuis voor ,,grote bureaucratische en juridische rompslomp''.

Nuis onderkent dat het noodzakelijk is om het systeem van de vaste boekenprijs aan te passen – de nieuwe Mededingingswet laat een ontheffing op grond van cultuurpolitieke argumenten, zoals de KVB die tot 2005 heeft, niet meer toe. Daarom pleit hij namens de KVB voor een wet op de vaste boekenprijs, een alternatief dat de planbureaus zelf niet hebben aangedragen.

Vorige maand dienden de Kamerleden Dittrich (D66) en Halsema (GroenLinks) een ontwerp-wetsvoorstel in om de vaste boekenprijs wettelijk te verankeren. Het ontwerp ,,stemt in hoge mate overeen met wat er in het boekenvak leeft'', aldus Nuis.