Inval bij Shell in Australië

Kantoren van olieconcerns Koninklijke/Shell, ExxonMobil en Caltex Australia zijn doorzocht door de Australische mededingingsautoriteit ACCC. De onderzoekers zochten naar documenten die aantonen dat er sprake is geweest van prijsafspraken tussen de drie bedrijven.

De invallen, de grootste ooit door de ACCC, werden gedaan op elf locaties, onder meer in Sidney en Melbourne. Zij volgden op klachten dat de bedrijven de prijzen voor benzine tegelijkertijd hadden verhoogd tijdens de paasvakantie.

Als er daadwerkelijk zulke afspraken zijn gemaakt kunnen Shell en branchegenoten een boete tegemoet zien van maximaal 10 miljoen Australische dollars (6,1 miljoen euro).

De ACCC zei dat het documenten opgestuurd had gekregen van een anonieme persoon. Deze documenten zouden erop wijzen dat de drie afspraken hebben gemaakt over een prijsverhoging. Het onderzoek zal maanden in beslag nemen, aldus de ACCC.

De ACCC sluit niet uit dat er nog meer invallen komen. De drie bedrijven zeggen dat zij zullen meewerken. Een Shell-woordvoerder in Australië zei tegen het persbureau Bloomberg dat het bedrijf wel vaker wordt onderzocht op prijsafspraken, maar dat deze nog nooit tot nadelige conclusies voor Shell hadden geleid. Het is inderdaad niet de eerste keer dat Shell wordt verdacht van prijsafspraken. Eerder werden al onderzoeken gedaan in Italië en Zweden.

In december stelde de Nederlandse Mededingingsautoriteit in een rapport dat er geen prijsafspraken waren gemaakt, maar dat de prijs van benzine, diesel en LPG wel kunstmatig hoog wordt gehouden door bedrijven als Shell, Exxon, Texaco en het Britse BP.