Het broeit in schijnbaar vredig Macedonië

Met het aanbod om 400 soldaten naar Macedonië te sturen gloort een nieuwe missie voor Nederland op de Balkan.

Zo zout heeft Aytekin Aksas het nog nooit gegeten. In wereldstad Istanbul dacht de Turkse crimefighter (`afdeling moord') alles te hebben gezien, maar in de dorpen rond de Macedonische stad Tetovo werd hij met stomheid geslagen. Daar durft de politie de voormalige bolwerken van Albanese guerrillastrijders amper binnen te gaan. ,,Eerst vragen ze aan de burgemeester of het veilig is. Zegt de burgemeester nee, dan gaan ze niet.''

Aytekin Aksas is als hoofd van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) in Tetovo belast met het toezicht op de intrede van de nieuwe, multietnische politie in voormalig rebellengebied. Die politie, bestaande uit Macedonische en Albanese agenten, is een belangrijk onderdeel van het vredesakkoord. Dat bracht afgelopen zomer een einde aan de gevechten tussen Albanese rebellen en Macedonische strijdkrachten.

Sinds die tijd is er veel veranderd. In Tetovo is het een drukte van belang. Vrouwen doen boodschappen, kinderen spelen op straat, mannen zitten op de terrassen. Vorig jaar waren de straten verlaten en galmden de doffe klappen van granaten door de stad.

Maar schijn bedriegt. ,,In de hoofdstad vertellen ze dat het goed gaat. Onzin'', aldus Aksas. Want de politie laat zich verjagen door boze dorpelingen en arresteert bovendien geen verdachten, ook al weten ze hun naam en adres. En de Albanese bevolking gaat met haar klachten niet naar de politie, maar naar het (officieel opgeheven) bevrijdingsleger, UÇK. Dat trekt 'savonds de dorpen in om de zaken ,,op hun eigen manier op te lossen''. Zo bouwen de guerrillastrijders een parallelle structuur op.

De NAVO heeft er vooralsnog geen last van. Zij beschermt slechts de waarnemers van de OVSE en de EU. Alleen op die voorwaarde stemde de Macedonische regering in met de komst van een vreemde troepenmacht. Het `kale' mandaat geldt straks ook voor de 400 soldaten die het demissionaire kabinet-Kok vorige week heeft aangeboden. Maar of zij ook gaan is nog onzeker, want dat moet eerst nog aan Nederland worden gevraagd door de regering in Macedonië en de NAVO-leiding in Brussel.

Maar een nieuwe Balkan-missie gloort. Er is zelfs sprake van dat Nederland de leiding zal overnemen van de Duitsers. Het is niet de eerste Balkanmissie na Srebrenica. Soldaten gingen eerder naar Bosnië, Kosovo en Macedonië.

,,We hebben geleerd sinds Srebrenica'', zei Kok ter toelichting op het besluit. Maar onzeker is de situatie in Macedonië wel, met een moeizaam gesloten vredesakkoord en een roerige verkiezingsperiode op komst.

Maandenlang hebben Macedonische parlementariërs het vredesakkoord tegengewerkt. In februari gingen ze onverwachts overstag. Om het geld, wordt gezegd in de hoofdstad Skopje. Als beloning krijgt Macedonië financiële hulp en voor de Albanese strijders volgde amnestie.

In de praktijk stuit het akkoord op problemen. Het lokale zelfbestuur komt langzaam op gang, de politie verovert haar verloren gezag moeizaam terug, officiële documenten worden nog niet in het Albanees gesteld, de volkstelling is opnieuw uitgesteld. Die telling is van cruciaal belang want die moet duidelijkheid scheppen over de omvang van de Albanese minderheid. Aan de hand van die cijfers kunnen Albanezen weer een `evenwichtig' aantal banen in de publieke sector opeisen. Het ligt allemaal vast in het vredesakkoord.

Dat is goed, maar de politie begint inmiddels op een werkgelegenheidsproject te lijken, klaagt OVSE-hoofd Aksas. In het dorp Radusa blokkeerden boze dorpelingen afgelopen week de weg. De politie moest meer Albanezen uit Radusa in dienst nemen, zeiden ze, anders kwamen de agenten het dorp niet meer in. De agenten dropen af en de inwoners van Radusa lachten zich een bult. Ze waren opnieuw onverzettelijk gebleken.

Opnieuw, want tijdens het conflict genoten Radusa's strijders al een sterke reputatie. Een belangrijk wapenfeit was de verovering van een Macedonische tank. Die werd midden in het modderige gehucht geparkeerd, beschilderd met strijdkreten en de Albanese vlag en vervolgens aan de wereldpers getoond. Zo ging de vernedering van het Macedonische leger de wereld over.

In Poroj keerde politie helemaal niet terug. Vanuit dit voormalige UÇK-bolwerk werden de rebellen bevoorraad. Vorige week hielden de inwoners de politie tegen. Ze eisten de vrijlating van twee Albanese strijders, die worden verdacht van marteling en moord op een aantal Macedonische wegwerkers.

,,Er is niets veranderd'', zegt Poroj's dorpsoudste Rexhep Selmani en hij zwaait vervaarlijk met zijn hete koffie. ,,Onze taal wordt niet gebruikt, onze universiteit wordt niet erkend en onze vlag wordt niet gehesen.'' Maar welke vlag is zijn vlag? ,,De Albanese natuurlijk.''

Een vriend van hem gooit zijn identiteitsbewijs op tafel, een vergeeld document, gesteld in het Servo-Kroatisch, de taal van het oude Joegoslavië. Hij weigert een nieuw aan te vragen totdat Macedonië zo'n document in het Macedonisch en Albanees opstelt. Macedonië scheidde zich in 1992 van Joegoslavië af. Zijn identiteitsbewijs is al tien jaar niet meer geldig.

Stabiel is Macedonië niet, zeggen internationale waarnemers dan ook. ,,We kunnen champagne drinken'', zegt een van hen, ,,maar het is nog geen succes. We beginnen pas.''