Henri

Een schrijversbijeenkomst in Baarle-Nassau, mét publiek. Vlaamse en Nederlandse auteurs ontmoeten elkaar. Kinderboeken schrijven wij, pardon jeugdboeken, nee jeugdliteratuur! Wij moeten onze branche hooghouden. Tenslotte zien kinderboekrecensenten zich ook graag als literatuurcriticus.

Enfin, het publiek bestaat dus uit kinderen. Zij zitten braaf de voorleessessies uit, zij luisteren naar een spitse dialoog tussen een Nederlandse dichter en een Vlaamse poëet. Zij vragen deze en gene om een beroemde handtekening en verder rennen ze door de gangen van het immense patronaatsgebouw.

Aan het eind van de dag is iedereen moe. In de koffiehoek zit ik naast een Antwerpse moeder met wie ik een goed gesprek heb over haar pasgeboren dochter en over haar zoontje van vijf dat zo dol is op boeken. Henri heet hij. Hij zit in het voorleeslokaal. Het boek was bijna uit, dus nu gaat ze hem halen.

Als het gebouw leegstroomt kom ik haar voor de toiletten tegen, geheel in paniek: Henri is zoek. Hij zat niet meer bij het voorlezen, hij was niet op de eerste verdieping, niet op de tweede en ook niet op de wc. Trillend wijst ze op de trap die naar het souterrain leidt en verdwijnt uit het zicht.

Mijn ogen gaan naar de openstaande voordeur aan het eind van de gang. Als hij nou eens... Misschien is hij op zijn eigen manier alvast op weg naar huis, naar Antwerpen.

Ik ren naar het parkeerterrein om de hoek. Daar, tussen twee grote auto's in, staat roerloos een klein jongetje en ja, hij heet Henri en hij was eerst bij de boeken en nee, hij gaat niet met mij mee naar binnen, hij wacht hier op zijn moeder.

,,Maar je moeder is erg ongerust want ze is je kwijt'', zeg ik. ,,Ik ken je moeder wel hoor, en ik weet dat je pas een zusje hebt en hoe ze heet.'' Een echte onverlaat zou deze tactiek niet verbeteren.

Henri loopt mee terug naar het patronaatsgebouw. Daar valt een snikkende moeder eerst mij in de armen om pas daarna haar kind afwisselend te omhelzen en door elkaar te schudden, luidkeels roepend dat hij zoiets nooit, nooit, nooit meer mag doen! ,,Beloof je dat, Henri, beloof je me dat je nooit meer weg zal lopen?''

Henri knikt zwijgend. Hij was helemaal niet weggelopen en hij snapt ook niet waar alle opwinding voor nodig is, maar hij begrijpt dat alleen zijn toestemming een eind kan maken aan dit gênante gedoe.

Henri lijkt mij een ondernemend en competent kind. Ik zal eens een boek voor hem schrijven. Een mooi leesboek, geen literatuur.