Geen akkoord na topconferentie Kaspische Zee

Een tweedaagse topconferentie van de vijf landen die grenzen aan de Kaspische Zee in de Turkmeense hoofdstad Asgabat is mislukt. De top ging vandaag uiteen zonder akkoord over de verdeling van de rijkdommen onder de zee en de vaststelling van de juridische status van de binnenzee – een kwestie die al tien jaar sleept.

De presidenten van vier voormalige Sovjet-republieken – Rusland, Azerbajdzjan, Turkmenistan en Kazachstan – en Iran kwamen in Asgabat niet nader tot elkaar. Gisteravond leek de conferentie al geheel te mislukken toen de Iraanse president Khatami voortijdig de zaal verliet en een lid van de Iraanse delegatie liet weten dat het vertrek voortkwam uit ongenoegen. Later evenwel werd meegedeeld, zowel door Iraanse delegatieleden als een Kazachstaanse minister, dat de president – die lijdt aan hernia – rugpijn had en zich moest laten behandelen. Vandaag was hij wel aanwezig toen de conferentie werd hervat.

Tot eind 1991 waren Iran en de Sovjet-Unie de enige kuststaten van de Kaspische Zee – een zee waaronder grote olievoorraden liggen. Beide landen maakten voor de helft aanspraak op het bezit van de natuurlijke rijkdommen en beschouwden de Kaspische Zee tot een binnenzee die gemeenschappelijk geëxploiteerd kan worden.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de toename van het aantal kuststaten tot vijf veranderde die situatie eind 1991. De nieuwe kuststaten – Kazachstan en Azerbajdzjan voorop; Turkmenistan is gematigder – zien de Kaspische Zee niet als een binnenzee, maar als een heuse zee, hetgeen betekent dat men het eens moet worden over de opdeling in territoriale zones, vijf in getal. Rusland is het daar inmiddels mee eens, maar Iran houdt formeel nog steeds vast aan de vijftig procent die het vroeger had. Vorig jaar liet het doorschemeren dat standpunt desnoods met militair geweld te verdedigen; de Iraanse marine bracht toen twee schepen van de oliemaatschappij BP op in de Azerbajdzjaanse sector waarop Iran aanspraak maakt. Als gevolg van het ontbreken van een alles omvattend akkoord van de vijf landen wordt de exploitatie van de olie nu geregeld met bilaterale akkoorden tussen de betrokken landen; die werken echter niet altijd even goed.

De afgelopen maanden heeft Iran zijn standpunt aangepast. Het heeft laten weten in te stemmen met een opdeling van de Kaspische Zee, als elk van de vijf landen maar een gelijk part krijgt: elk twintig procent. Dat zien de andere landen echter niet zitten: Irans kustlijn is slechts twaalf procent van de totale Kaspische kust.

Na de eerste dag van de conferentie is een principeverklaring opgesteld die vandaag had moeten worden aangenomen, maar die de gecompliceerde kwestie van de juridische status van de Kaspische Zee niet oploste. De Turkmeense gastheer, president Saparmurat Niyazov, zei vanochtend: ,,Het is een leeg document. Het is niet goed lege documenten te aanvaarden.'' Gisteren waarschuwde Niyazov tot twee keer toe dat de kwestie op geweld kan uitlopen. ,,De Kaspische Zee ruikt naar bloed.'' Uiteindelijk werd er niets getekend. ,,We hebben besloten geen verantwoordelijkheid te nemen voor enige resolutie'', aldus Niyazov.