Fransen speelden een lichtzinnig spel

Na de schande van de eerste ronde moeten de Franse kiezers ervoor zorgen dat Le Pen in de tweede ronde wordt verpletterd, vindt Bernard-Henri Lévy.

Het is een tragedie dat 17 op de 100 Fransen, om wat voor reden dan ook, hebben gestemd op de partij van de haat, de burgeroorlog, het racisme. Voor een land dat de Oostenrijkers de les leest als ze op Haider stemmen en de Italianen als ze op Berlusconi stemmen, is het een schande om de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in te gaan met Jean-Marie le Pen, de ergste van de drie, tegenover Chirac. Ik voel schaamte en woede tegenover al die onverantwoordelijke mensen die al twintig jaar met vuur spelen. Door hun aarzelingen of toegeeflijkheid, door ons steeds maar voor te houden dat Le Pen een politicus als alle andere is en dat een stem op het Front National alleen maar een proteststem is zonder nostalgische ondertoon en zonder oproepen tot geweld, hebben ze hem een plaats gegeven in het politieke landschap.

Zover zijn we gekomen: de verdedigers van Vichy, de mensen die alleen van een ziek, verslagen, vernederd Frankrijk houden, de vertegenwoordigers van een extreem-rechts dat door een voormalige gaullistische premier ,,racistisch, antisemitisch, xenofoob'' werden genoemd, degenen die nooit hebben verhuld dat ze de Republiek haten, kunnen nu een van hen een gooi zien doen naar de meest symbolische functie.

Ik voel woede tegenover de enorme lichtzinnigheid waarmee miljoenen kiezers democratie en spektakel door elkaar hebben gehaald, waarmee ze hun keuze hebben gemaakt op basis van een gebaar, een oorvijg, een huilbui, een scheut ketchup, waarmee ze de voorkeur gaven aan de ene omdat zij sympathiek is en de ander hebben afgewezen omdat hij te `onhandig' was, te `rigide', te `grijs', waarmee ze meer op basis van gezichten dan op ideeën hebben gekozen, meer op uiterlijkheden dan op programma's, waarmee ze voor de eerste keer ervan hebben afgezien om met hun geweten te stemmen en halfdronken hebben toegelaten dat het geheugen, de geschiedenis en de overtuigingen ondergeschikt zijn gemaakt aan de telelenzen van de massamedia en hun clichés.

Woede tegenover degenen die, zappend tussen kandidaten, Frankrijk in het nauw hebben gebracht.

Maar dit is niet meer het moment om je over te geven aan woede en schaamte. En het is nog niet het moment om de geschiedenis te schrijven van deze langzaam opkomende plaag, deze ontbinding van het politieke en sociale leven waarvan we nu het laatste stadium hebben bereikt. Wat nu echt urgent is, is om weer overeind te krabbelen, ervoor te zorgen dat de tweede ronde de schande uitwist van wat er is gebeurd. Echt urgent is nu te verzekeren dat niet alleen Chirac wint, maar dat Le Pen wordt verpletterd.

Geen stem mag er ontbreken. Geen stembiljet mag dit keer verloren gaan. We moeten de keuze voor Chirac transformeren in een keuze tegen Le Pen. Het is noodzakelijk dat de stemming zo massaal is en zo duidelijk, dat zij een niet mis te verstane boodschap vormt voor de avonturier die ons met zijn aanwezigheid op het electorale platform twee weken lang voor het oog van de wereld belachelijk maakt.

Het is voor ons niet eens zozeer van levensbelang om de weg te versperren voor het Front National, maar om in het land een schok teweeg te brengen die het front terugbrengt naar de tien tot vijftien procent waartoe het beperkt had moeten blijven. Het is van vitaal belang dat we het karakter van de stemming veranderen, dat de tweede ronde een groot referendum wordt over de republikeinse principes die de aanhangers van Le Pen bezoedelen en die onze bodem zijn, ons cement, onze gezamenlijke constitutie.

Het zou beter zijn geweest als we ons eerst hadden afgevraagd of Chirac de juiste man is voor deze situatie, of we ons hem kunnen voorstellen als de verdediger van democratie en recht. Nu hebben we die keus niet meer. Sommigen van de verliezers, zoals Fabies, Mamère, Hue, Strass-Kahn, hebben het meteen begrepen en gezegd. Anderen, zoals Jospin, moeten nog overeind krabbelen en moeten het nog begrijpen en zeggen; zonder bijbedoelingen of rancune. Er is tijd genoeg om, over twee weken, aan de parlementsverkiezingen te denken.

Wat mij betreft, in dertig jaar heb ik nooit rechts gestemd. Op 5 mei zal ik dat wel doen. In de geest die ik heb gezegd.

Bernard-Henri Lévy is filosoof en schrijver.