Dianne Wiest

In een serie profielen van hedendaagse sterren deze week de Amerikaanse actrice Dianne Wiest, bekend uit de films van Woody Allen, die nu in agorafobische Beatles-fan in `I Am Sam' speelt.

Dianne Wiest speelde vijfmaal in films van Woody Allen en won tweemaal een Oscar voor beste vrouwelijke bijrol. Het hadden er ook drie mogen zijn. In Hannah and her Sisters (1986) was Wiest de neurotische middelste zuster die niet kon acteren en toen maar de Stanislavsky Catering begon. Onvergetelijk is de scène waarin ze samen met een vriendin door een architect mee uit wordt genomen. Wie brengt hij het eerst naar huis? In Bullets over Broadway (1994) was Wiest een actrice die eerder diva dan actrice was. In Radio Days (1987) was ze de ongetrouwde tante van de op Woody Allen geïnspireerde hoofdpersoon. Onvergetelijk is de blik waarmee Wiest opkeek naar de voor het huwelijk ongeschikte mannen die haar mee uitnamen, elke keer weer een blik die het altaar in de verte al zag opdoemen. Misschien werd ze er niet voor bekroond omdat ze met Hannah and her Sisters al het jaar daarvoor in de prijzen was gevallen.

Dianne Wies (Kansas City, 28 maart 1948), dochter van een piloot uit het Amerikaanse leger en een verpleegster, droomde er als kind van ballerina te worden. Toen een leraar haar op school in een toneelstuk liet meespelen, verlegde ze haar droom naar actrice. Hij is voorbeeldig uitgekomen. Behalve in films van Allen speelde Wiest rollen in Parenthood, (waarvoor ze ook voor een Oscar genomineerd werd), Edward Scissorhands (the Avon Lady) , Little Man Tate, op de televisie (Law and Order) en in het theater. Je kunt niet zeggen dat ze getypecast wordt. Wiest speelde harde, zachte, leuke, vervelende en belachelijke vrouwen. Wel profiteert elke film van de energie die ze uitstraalt, nu eens gericht op het vliegensvlug suggereren van neuroses, dan weer ijzig onderdrukt, alsof haar gevoelens een corsetje dragen. In I Am Sam is ze een pianiste met pleinvrees die haar encyclopedische kennis van The Beatles aan haar achterlijke buurman overdraagt.

Woody Allen weet in het boek Woody Allen on Woody Allen alleen een cliché over Wiest ten beste te geven: ,,The second I met her, she lit up the room.'' Maar met haar kleine ogen, grote mond, en ronde gezicht is Wiest niet iemand bij wie je dit cliché verwacht. Dat het toch gebeurt, niet alleen bij Allen, maar ook bij het publiek, is Wiests wonder. Het wonder is het grootst als ze lacht.