De `sociale vuilnisman' van Rusland

Opluchting in Moskou: Hitlers verjaardag ging zonder pogrom voorbij. Dankzij `operatie anti-extremist'. Maar hoe betrouwbaar is de politie?

De Tanzaniaan Hussein is blij dat hij deze week zijn doctoraalscriptie mag verdedigen. Een dag later gaat hij naar huis. Hij bootst een opstijgend vliegtuig na en lacht. Eindelijk weg uit Moskou.

Sinds 1996 studeert Hussein op de Universiteit van de Vriendschap der Volkeren, voorheen Patrice Lumumba Universiteit. Hier staalde de Sovjet-Unie vroeger de kaders van de Derde Wereld. Nu komt slechts een derde van de studenten uit het buitenland, al heet de straat langs de campus in de volksmond nog altijd `Apenstraat' en de universiteit het `Lumumbarium'.

Hussein oogt nerveus als we hem aanspreken. Het zal aan het kale hoofd van onze fotograaf liggen. Hussein is alert voor dit soort signalen, want voor hem was studeren in Moskou een survival-training. Steeds over je schouder kijken. Geen oogcontact maken met Russen, zeker niet met meisjes. In groepen reizen. Niet na zeven uur 's avonds in de metro. Het loonde: Hussein werd slechts tweemaal in elkaar geslagen. Dat ze hem op straat Tsjoenga-Tsjanga noemen, naar het negertje uit de oude Sovjet-tekenfilms dat ,,nooit werkt en veel bananen eet'', is tot daaraan toe. Maar de angst, daar wen je nooit aan.

Raskimar en Abdul-Laden uit New Delhi zijn vorig jaar aan hun studie begonnen. Stom dat ik naar mijn oom luisterde, zucht Abdul-Laden. Die studeerde in de jaren zeventig in Moskou. Goedkoop en je hebt een geweldige tijd, zei hij. Maar zijn neef is de campus nog nooit af geweest. Te onveilig. Na college loopt hij snel naar zijn studentenflat. Raskimar: ,,Ik heb het Kremlin nog nooit gezien. Maar ik word wel een modelstudent zo.''

Raskimar en Abdul-Laden patrouilleerden dit weekeind met dertig vrienden rond hun studentenhuis. 20 april is de verjaardag van Adolf Hitler, en skinheads hadden per e-mail iets bijzonders beloofd. Met knokploegen zouden ze de campus bestormen.

Sinds 1998 vieren Russische skinheads Hitlers verjaardag met een pogrom. Vorig jaar sloegen 150 jongeren een Kaukasische markt kort en klein, tien gewonden. Een 18-jarige Tsjetsjeen werd doodgestoken. In oktober gingen skinheads tekeer op een markt, waarbij ze een Tadzjiek, een Indiër en een Azeri doodsloegen.

Een lange serie incidenten wees dit jaar op een ambitieuzere aanpak. Een kleine greep. Een skinheadgroep e-mailde een ultimatum naar zeven ambassades: vanaf 20 april zou elke buitenlander worden vermoord. Een Afghaan werd in een metrostation doodgestoken. De vrouw van de Zuid-Afrikaanse ambassadeur kreeg een sigaret op haar borst uitgedrukt. Op de Arbat-boulevard kregen zwarte lijfwachten van een Amerikaans Congreslid rake klappen.

President Poetin zegde skinheads donderdag in zijn toespraak tot de natie de wacht aan. Een gevaar voor de openbare orde en stabiliteit, noemt hij ze. ,,Vandaag begint operatie anti-extremist'', liet de politie manhaftig weten. In Moskou gold vanaf vrijdag de staat van beleg. Openluchtmarkten werden gesloten, duizenden agenten bewaakten parken, markten, winkelcentra en voetbalstadions. Bij een park in de wijk Kitai Gorod, waar de skinheads zaterdag zouden praten over het cadeautje dat ze Hitler dit jaar zouden schenken, duwden agenten kale jongeren zonder pardon in arrestantenbusjes. Het `Verbond tot Christelijk Ontwaken' moest het daarom met een publiek van vijftig oudjes doen. Ze kusten ikonen van de laatste tsaar, ,,vermoord door de joden''. Sprekers met grijze baarden en SS-achtige uniformen brulden: ,,Ziet u hoe ze onze Russische jeugd van straat pikken? Wij weten dat de politie het eigenlijk met ons eens is, maar de joden heersen in het Kremlin.''

Skinheads zijn in Rusland een onderdeel van het grootstedelijke landschap geworden. De politie schat de harde kern landelijk op duizend, hun aanhang op tienduizend. Maar journalisten en experts denken dat alleen Moskou er al 15.000 telt. Uiterlijk verschillen ze niet van hun westerse voorbeelden: bomberjacks, strakke spijkerbroeken met omgeslagen pijpen, legerkistjes, camouflagekleding, nazi-insignes. Ze hebben hun eigen rockgroepen, lezen Mein Kampf en cultiveren alles wat hen onderscheidt van punks, neo-hippies en vooral `rapperi', liefhebbers van zwarte hip-hop muziek. In de chatrooms van de `fansites' van de Moskouse voetbalclubs scheppen ze op over hun vechtpartijen en debatteren ze over buitenlandse kleding die de ware skin draagt. ,,Het zijn kleine motjes die op ons vuur afkomen, kwetsbare jongens uit gebroken gezinnen'', meent Aleksander Ivanov-Soecharevski, leider van de neo-nazi partij NNP.

,,Negerstudenten zijn niet het probleem'', zegt Dmitri, die we ontmoeten bij een metrostation. ,,Die zijn bang. Vietnamezen ook niet, die zitten stilletjes in hun getto. Het zijn de Kaukasiërs. Ze hebben een grote bek en vallen onze meisjes lastig. Laatst hebben we een Georgiër een spijker in zijn schedel geslagen.'' Dmitri ziet skinheads als `sociale vuilnismannen'. ,,Ik ken een jongen die 's nachts daklozen de keel doorsnijdt. Hij zit nu in het leger.''

Critici verwijten de staat dat ze dit monster zelf heeft geschapen. Want sinds de tweede inval in Tsjetsjenië in 1999 hebben `zwarten' en `spleten' – Kaukasiërs, Centraal-Aziaten – het zwaar te verduren. De politie controleert altijd en overal hun papieren en maakt zich vaak schuldig aan mishandeling en afpersing. Skinheads worden daarentegen met fluwelen handschoenen aangepakt. De politie weigert mishandelingen vaak te registreren of vergoelijkt ze als jongensbranie. Het liefst ontkent ze het bestaan van skinheads. ,,Wij hebben alleen voetbalhooligans'', stelt de chef van de Moskouse politie. ,,Er is geen skinhead-probleem'', zegt een politiewoordvoerder. Er zijn aanwijzingen voor nauwere banden tussen de politie en skinheadgroepen. Een undercover-journalist van Kommersant beschrijft deze week hoe ze op 18 april met een groepje skinheads een Hitler-video bekijkt en daarna gevechtstraining krijgt op het Moskouse hoofdkwartier van de speciale politie OMON. ,,Ja hoor, we geven hier training aan kindertjes. Daar is toch niets mis mee?'' zegt OMON-woordvoerder Sergej desgevraagd. Hij traint, zegt hij, ,,mensen die op zakenreis naar de noordelijke Kaukasus gaan''.

Vechtersbaasjes drillen voor Tsjetsjenië – skinheads hebben hun nut voor sommige staatsorganen. Maar de autoriteiten beloven beterschap. In de Doema ligt een wetsvoorstel om het aanzetten tot rassenhaat en `hate crimes' zwaarder te bestraffen. In 1999 haalde zo'n wetsvoorstel het niet omdat de communisten vreesden dat het tegen hen zou worden gebruikt.