De media als medecoupplegers in Venezuela

Waar waren de Venezolaanse media tijdens de mislukte staatsgreep? Ze zweerden samen met de coupplegers, zeggen critici. ,,Chávez heeft de onaanraakbaren geraakt.''

,,We waren het kanonnenvoer voor een spel dat hogerop werd gespeeld'', zegt journaliste Eurídice Ledesma (38). Op haar gezicht zijn nog steeds de verwondingen te zien van haar poging de gebeurtenissen rond de staatsgreep tegen president Hugo Chávez te verslaan. ,,Op straat, bij de bevolking waar de doden vielen, was geen verslaggever te bekennen. Geen schrijvend journalist, geen camera, geen fotograaf, niets.'' Alleen de ploegen van CNN waren er. En die ene fotograaf die naast haar door sluipschutters werd doodgeschoten.

Ledesma is een ervaren journaliste. Al vijftien jaar in het vak. Toch heeft ze, meer dan een week na de coup, nog geen enkele Venezolaanse krant bereid gevonden haar ooggetuigenverslag van die dagen te publiceren. ,,Onafhankelijkheid bestaat hier niet meer.''

Twee dagen lang zaten de Venezolanen zonder informatie, terwijl hun land in brand stond. De kranten – die allemaal anti-Chávez zijn – verschenen niet. De vier grote televisiekanalen – ook anti-Chávez – zonden plotseling alleen nog tekenfilms en baseballwedstrijden uit. En dat terwijl ze vóór de coup geen moment voorbij lieten gaan om nieuws- en opinieprogramma's in te lassen met uitsluitend tegenstanders van Chávez. Zelfs de presentatrice van het kookprogramma van Venevisión ventileerde tussen de taarten regelmatig haar afkeer van wat ze samen met de anderen `de tiran' noemde.

,,Het was een belangrijke wedstrijd voor een groot deel van de bevolking'', rechtvaardigt Álvaro Benavides van het Venezolaanse televisiestation Televen nu de honkbalwedstrijd tussen Houston en San Luís die eindeloos werd herhaald. De hoofdredacteur van het grootste kanaal, Venevisión, verklaart de nieuws-black-out daarentegen uit de angst van de journalisten. ,,We wilden niemand dwingen de straat op te gaan en het gevaar op te zoeken'', zegt Victor Ferreres. Het verklaart echter nog niet waarom er ook op zijn kanaal helemáál geen nieuws was. ,,We wilden een beeld van rust uitstralen'', is het enige dat de hoofdredacteur erover kwijt wil.

Maar terwijl Venevisión in de huiskamers `rust' uitstraalde, waren in de burelen van hetzelfde kanaal de coupplegers aan het vergaderen. ,,In de vroege ochtend van vrijdag (..) ontmoetten (vakbondsleider) Carlos Ortega en (werkgeversvoorzitter) Pedro Carmona elkaar in het kantoor van Venevisión, samen met andere nationale persoonlijkheden'', schrijft de journaliste Patricia Poleo in de krant El Nuevo País. Het is het moment waarop president Chávez al door de legertop gevangen is gezet, en er moet worden besloten wie de macht overneemt. Uiteindelijk verlaat werkgeversvoorzitter Carmona de vergadering, en roept hij zichzelf met steun van het leger tot `interim-president' uit. De journalist wil in haar artikel aantonen dat Carmona de anderen daarmee een `hak' heeft gezet. ,,Hij heeft ons verneukt'', laat ze de vakbondsleider zeggen.

Poleo weet waarover ze praat. De man die de vergadering in het televisiestation voorzat, was haar eigen vader, de eigenaar van El Nuevo País, Rafael Poleo. ,,De aanwezigen vroegen Rafael Poleo aantekeningen te maken, op basis waarvan de nieuwe regering samengesteld kon worden'', schrijft de dochter in de krant van haar vader.

Maar waarom vergaderden ze in een televisiestation? Het station van de kabel- en telefoonmagnaat Gustavo Sisneros, een van de machtigste ondernemers van Venezuela? En waarom vergaderden ze onder leiding van een krantenmagnaat? ,,Omdat we allemaal hetzelfde willen: dat de kop van Chávez rolt'', zegt Miguel Enrique Otero, eigenaar van de kwaliteitskrant El Nacional. Ooit was de krant van Otero een toonbeeld van integriteit en onafhankelijkheid voor het hele continent. ,,Je hoogste doel was daarvoor te werken'', vertelt Eurídice Ledesma. Ook zij werkte voor El Nacional, onder andere als correspondent uit Mexico.

Ongeveer een jaar geleden werd echter alles anders. De krant begon openlijk campagne tegen Chávez te voeren. ,,Ik geef toe dat ons doel om Chávez weg te krijgen soms afdoet aan onze journalistieke evenwichtigheid'', zegt Otero. Ook geeft hij toe dat veel van de artikelen in zijn krant ondergeschikt zijn geworden aan het doel om Chávez weg te krijgen. Is Otero niet bang dat hij het belangrijkste bezit van zijn krant – zijn geloofwaardigheid – heeft verspeeld? ,,Nee'', zegt Otero. ,,De aanhangers van Chávez zijn proletariërs die geen kranten lezen. En onze oplage is alleen maar gestegen.''

Volgens Otero ligt de oorzaak van de breuk tussen Chávez en de media bij Chávez zelf. De president schildert journalisten af als `charlatans', `leugenaars', `anti-revolutionairen' en `verraders'. ,,Hij beschimpt mijn vader, oprichter van onze krant. Hoe anders dan met de pers zelf kun je jezelf daartegen verdedigen?'' Voor Chávez is Otero wellicht ook een `verrader'. Drie jaar geleden steunde Otero de verkiezingscampagne van Chávez. Zelfs financieel. Zijn vrouw werd staatssecretaris in de nieuwe regering van Chávez. Waarom sloeg hij om? ,,Omdat ik al snel inzag dat Chávez niet competent was. Een man die zich laaft aan de macht.''

Het ministerie van Informatie van Chávez zegt echter dat de breuk veroorzaakt werd door het feit dat Chávez weigerde Otero nieuwe leningen tegen lage rente te verstrekken voor de bouw van een hotel op een Venezolaans toeristeneiland. ,,Het klopt dat ik zeven miljoen dollar voor het hotel heb geleend'', erkent Otero. Maar volgens hem is het feit dat Chávez hem geen nieuwe overheidslening tegen lage rente toestond ,,een kwestie van politieke chantage''. Chávez zou hem zo hebben willen dwingen zijn antiregeringstoon in de krant te herzien.

,,Chávez heeft de onaanraakbaren geraakt. Met name de onaanraakbaren van de massamedia'', schreef de Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano vorige week voor het onafhankelijke persbureau Inter Press Service (IPS). Dat zou de reden zijn dat er een coup tegen hem werd gepleegd. ,,Een mediacoup die alleen kon resulteren in een virtuele regering'', stelde Galeano. Het waren volgens Galeano dan ook de Venezolaanse media die de staatsgreep hebben voortgebracht.