Beeldhouwers krijgen gelijk

De Stichting Nederland Wereldtentoonstellingen (SNW) moet vijftien beeldhouwers een schadevergoeding van E7937,- per persoon betalen. Dat heeft de Amsterdamse rechtbank besloten op 10 april j.l. De beeldhouwers beschuldigden de SNW van contractbreuk.

In 1998 sloot de SNW contracten af met 21 Nederlandse beeldhouwers om beelden te leveren voor het park rondom het Nederlandse paviljoen op de Expo 2000 in Hannover. Eind 1999 werden deze contracten door de SNW eenzijdig beëindigd, omdat het plaatsen van beelden rond het door architectenbureau MVRDV ontworpen paviljoen bij nader inzien niet passend werd geacht. De kunstenaars kregen wel de afgesproken vergoedingen voor de bruikleen van een bestaand werk of, als zij een nieuw beeld maakten, een tegemoetkoming in de materiaalkosten. Vijftien van hen waren echter zo boos over de gemiste kans om op de Expo te staan, dat zij een kort geding aanspanden. Een voorstel van de stichting om de beelden op een alternatieve locatie te presenteren wezen ze af. In mei 2000 maakten de beeldhouwers hun eis van in totaal ruim twee miljoen gulden aan schadevergoeding bekend. Toen de SNW weigerde dit te betalen, lieten ze beslag leggen op een rekening van de SNW van vijf miljoen gulden en spanden zij een rechtszaak aan.

Hoewel ze minder geld krijgen dan ze eisten, stelt de rechtbank stelt de kunstenaars volledig in het gelijk. De SNW was verplicht om de beelden zoals afgesproken tentoon te stellen, en de kunstenaars mochten het alternatief van drijvende pontons ,,als niet serieus [verwerpen]'', aldus de rechtbank. De hoogte van de schadevergoeding is een schatting van de ,,toekomstige winstderving'' van de beeldhouwers: doordat ze niet aan de Expo meededen, liepen ze positieve publiciteit en kansen op verkoop mis. De SNW moet ook de proceskosten van E14.431 betalen. De stichting is verplicht de bedragen uit te keren, ongeacht of er nog hoger beroep wordt aangetekend.