Woonlasten stijgen meer dan de inflatie

De gemeentelijke woonlasten stijgen dit jaar opnieuw, en wel met 5,6 procent. Dat is meer dan 1 procent van de inflatie. Abcoude, Rozendaal en Reeuwijk horen tot de gemeenten met de hoogste woonlasten, Putten, Laren, Graft-de Rijp zijn de goedkoopste gemeenten als het om lokale tarieven en belastingen gaat.

Dat blijkt uit de jaarlijkse `Atlas van de lokale lasten' van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen. Vorig jaar bedroeg de stijging van de woonlasten gemiddeld 8 procent. De twee jaar daarvoor was dat respectievelijk 6,3 en 6,9 procent.

De Zalmsnip, in 1998 landelijk ingevoerd als compensatie van de lokale woonlasten, dient dat doel steeds minder, constateert het COELO. Gemeenten gebruiken de Zalmsnip voor het voeren van eigen inkomensbeleid. Sommige gemeenten keren minder uit dan de 45,38 euro die Financiën verstrekt. Ook komen inwoners, zoals studenten, voor de Zalmsnip in aanmerking als ze helemaal geen lokale woonlasten betalen. ,,De Zalm-korting komt daarmee steeds verder van het oorspronkelijke doel'.

Gemeenten weten het verbod op de door het Rijk verboden inkomenspolitiek makkelijk te omzeilen, aldus het COELO. Veel gemeenten keren de Zalmsnip niet uit, maar geven aan dat zonder die inkomsten de afvalstoffenheffing met een vergelijkbaar bedrag hoger zou zijn geweest.

Hogere woonlasten betekenen in de praktijk niet automatisch dat betrokken gemeenten meer te besteden hebben, zo concludeert het COELO. Integendeel zelfs. Gemeenten krijgen meestal een lagere uitkering uit het Gemeentefonds, zo blijkt uit de `Atlas' van COELA, omdat gemeenten met relatief duur onroerend goed naar verhouding meer worden gekort op hun algemene uitkering.