Wat heeft Jospin eigenlijk fout gedaan?

Lionel Jospin gaf Frankrijk als premier het verloren zelfvertrouwen terug. Waarom werd hij zondag toch weggestemd?

Frankrijk heeft zijn hand overspeeld door te `spelen met de democratie'. Dat is de conclusie van de hoofdredacteur van dagblad Le Monde, na de eerste ronde van de presidentsverkiezingen afgelopen zondag, waarbij de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen is doorgedrongen tot de tweede ronde ten koste van de socialist Lionel Jospin.

Een vertwijfeld Frankrijk is gisteren begonnen de balans op te maken en moet constateren dat er nu louter verliezers op het toneel staan. Jacques Chirac, die naar alle waarschijnlijkheid de tweede ronde gaat winnen, zal zijn overwinning mede danken aan links, dat nog liever `een dief' tot staatshoofd kiest dan `een fascist'. Het wordt een overwinning zonder glorie, die zijn mandaat zal overschaduwen. Maar ook Le Pen is een verliezer. De leider van het Front National heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij in de eerste plaats Chirac, `erger dan Jospin', wilde treffen. Welnu, dankzij Le Pen zal Chirac zichzelf opvolgen.

Maar dit zijn slechts verwachtingen. De concrete verliezer van het afgelopen weekeinde is vooralsnog Lionel Jospin. De man die Frankrijk, na zijn aantreden in 1997, uit een ware depressie hielp. Die, geruggesteund door mondiale economische voorspoed, de Fransen weer zelfvertrouwen gaf. Die een recordtijd van vijf jaar premier was, waarin Frankrijk de economische motor van Europa werd, in plaats van Duitsland. Onder wiens bewind het land het Europees én wereldkampioenschap voetbal won, om ook eens een niet onbelangrijk element van nationaal-psychologische aard te noemen.

Wat heeft deze Lionel Jospin eigenlijk fout gedaan? Waarom moest deze man zondagavond aarzelend zwaaien naar zijn snikkende aanhang, om vervolgens door een zijdeur te verdwijnen? Wat mankeerde er nog meer aan hem, behalve zijn bolle ogen, veroorzaakt door een overigens verholpen schildklieraandoening? Een bijna ongepaste vraag, maar niet van belang ontbloot in een tijd van ontideologisering, waarin niet zozeer een programma als wel charisma telt. Jospin was `streng', een `schoolmeester', niet `sexy' zoals president Chirac, die de harten van dames d'un certain âge sneller schijnt te doen kloppen. Een regeringsleider die niet sympa is en moet meemaken dat het glorieuze Frankrijk, dankzij het mondialiseringsproces en voortschrijdende Europese integratie, een steeds bescheidener internationale rol speelt, vraagt natuurlijk om moeilijkheden.

Maar verder? ,,Het werk, maar ook de stijl van Lionel Jospin streng en waardig verdienen respect, net als zijn vertrek uit de politiek, dat overeenstemt met de ethiek die hij verkondigd heeft sinds zijn aantreden'', schrijft opnieuw Le Monde. `Onrechtvaardig', noemt de krant zijn lot. Jospin heeft de meeste van zijn beloften vervuld. Hij heeft de 35-urige werkweek ingevoerd, de werkloosheid door een miljoen nieuwe banen teruggeschroefd, de introductie van de euro vlekkeloos laten verlopen, banen voor jongeren geschapen, ouderverlof ingesteld, net als een algemene ziektenkostenverzekering.

En toch weggestuurd, de `volle verantwoordelijkheid' voor de `mislukking' op zich nemend, want zo hardvochtig moet een politicus voor zichzelf zijn. [Vervolg JOSPIN: pagina 5]

JOSPIN

Het vertrek van Lionel Jospin is 'niet verdiend'

[Vervolg van pagina 1] Om zijn gedwongen aftocht te begrijpen zal ook Jospin nagaan waar het mis is gegaan. Hij zal dan bij voorbeeld onder ogen moeten zien dat hij, ondanks zijn ethiek, gelogen heeft. Hij was geen trotskist, hield hij lang vol, men verwarde hem met zijn broer. Dat deed men niet, hij was wél trotskist, en lang ook. Het was een stormpje, die definitieve onthulling, maar onmiskenbaar met gevolgen. Laatst nog zei iemand: ,,Ik ben links en verafschuw Chirac die geld verduistert om zijn partijkas te spekken. Maar erger vind ik toch iemand die zichzelf ontkent en liegt over zijn idealen in het verleden.''

De spreker is misschien een uitzondering in een land dat het niet altijd zo nauw neemt met principes, maar Jospins leugen kan toch ook bij minder grote scherpslijpers een rol hebben gespeeld. De door Chiracs `affaires' veroorzaakte afkeer van de politiek kon ook op de evenmin brandschone Jospin geprojecteerd worden. Het tous pourris kon met een argument gestaafd worden. Jospin heeft in die zin ook betaald voor de aantasting van de politiek door zijn rivaal.

De laatste maanden stonden bovendien bijna bij traditie, in verkiezingstijd de verpleegsters op straat, en de vroedvrouwen, de artsen, de gendarmerie, de politie. Hulpverleners en gezagshandhavers. Vooral dat de laatsten, pijlers van de Republiek en symbolen van het gezag van de Staat, het water kennelijk aan de lippen stond, heeft veel kwaad bloed gezet. Vorige week herinnerden demonstrerende douanebeambten opnieuw aan het verval van het land. Dat hóórt niet, in de ogen van een etatistisch ingesteld volk.

Andere fout. De roemruchte verplichte 35-urige werkweek was geen onverdeeld succes. Het midden- en kleinbedrijf kwam in moeilijkheden, sommige grote bedrijven trokken weg. De administratieve rompslomp nam toe en het psychologische klimaat leed eronder: werknemers gingen hun uren tellen. Ook werd de private sector ertoe gedwongen, terwijl er in het ambtelijk apparaat de hand mee werd gelicht.

Maar Jospins grote fout is misschien van tactische aard geweest. Hij verdedigde in zijn campagne een programma dat `niet-socialistisch' was. De bedoeling was duidelijk. Hij wilde partijman-af en staatsman worden, maar een fors deel van het linkse volksdeel heeft die ambitie niet op prijs gesteld. Ongeleide projectielen als de trotskistische Arlette Laguiller sponnen er garen bij.

Jospins pogingen tot herstel waren halfhartig. Hij zei gaandeweg `kandidaat van redelijk links' te zijn en richtte zich tot `het Frankrijk dat hard werkt, maar weinig verdient'. Zijn ingetogenheid was begijpelijk voor een kandidaat die ook het centrum en mogelijk een deel van rechts voor zich moest zien te winnen. Maar het was te weinig, en te laat, in een land dat in de politiek en het actiewezen verknocht is aan harde standpunten.

`Niet verdiend' luidt nu, uitgesproken maar ook stilzwijgend, het algemene oordeel. Links is verbitterd, maar bereidt zich, zonder Jospin, al voor op de algemene verkiezingen in juni. Het moet de kiezer overtuigen massaal op Chirac, op rechts, te gaan stemmen, om twee maanden later diezelfde kiezer voor te houden weer links te stemmen. Het is de vraag of die kiezer, die naar het oordeel van veel commentatoren niet tot de snuggersten behoort, dat gaat begrijpen.