VS medeverantwoordelijk voor Srebrenica

De Verenigde Staten moeten het Nederlandse voorbeeld volgen en een diepgaand onderzoek instellen naar de opstelling van de regering-Clinton ten tijde van de val van Srebrenica, meent Samantha Power.

Voor het eerst in de geschiedenis is een westerse regering gevallen omdat ze heeft moeten toekijken bij een volkenmoord. De Nederlandse premier Kok en zijn kabinet zijn afgetreden als reactie op een rapport dat de Nederlandse regering en het Nederlandse leger verwijt een karig clubje van zo'n vierhonderd Nederlandse vredeshandhavers op een onbezonnen en vrijwel onmogelijke missie te hebben gestuurd om de Bosnische moslims in de VN-enclave Srebrenica te beschermen.

Het aftreden van Kok is de eerste keer in ons tijdperk van volkenmoord dat een mogendheid van buiten een tastbare politieke prijs betaalt voor haar nalatigheid.

Maar de Verenigde Staten en de VN-Veiligheidsraadleden die de opdracht hadden gegeven tot de vorming van de beveiligde gebieden, en de burgers van Srebrenica vervolgens in de steek lieten, hebben nog op geen enkele manier hun deel van de schuld voor het bloedbad op zich genomen.

Ik heb jarenlang onderzoek gedaan naar de reactie van de regering-Clinton op Srebrenica en daarbij niet alleen vrijgegeven documenten geanalyseerd, maar ook zo'n vijftig gesprekken gevoerd met Amerikaanse functionarissen die bij de vormgeving van het Amerikaanse Bosnië-beleid betrokken waren. Zelfs dat officieuze onderzoek leverde verbluffende aanwijzingen op voor verregaande Amerikaanse kennis van het gevaar voor de moslims van Srebrenica. Hoge functionarissen binnen de regering-Clinton wisten dat de beveiligde gebieden vermoedelijk zouden worden aangevallen. Een aantal drukte zelfs de persoonlijke hoop uit dat het moslimgebied in Servische handen zou vallen, want dat zou de deling van het land vergemakkelijken.

Zodra Mladic op 11 juli 1995 Srebrenica innam, waren de Amerikaanse beleidsmakers zich er terdege van bewust dat de mannen en jongens van de vrouwen en kinderen zouden worden gescheiden, dat de Nederlandse soldaten werd belet toezicht op de `evacuatie' te houden en dat het lot van de moslims in handen lag van Mladic, de plaatselijk belichaming van het `kwaad'. Amerikaanse functionarissen kregen hysterische telefoontjes van vooraanstaande leden van de Bosnische regering, die Washington opriepen NAVO-luchtsteun te bieden om de gevangenen van Mladic te redden.

Een geheim telegram van 13 juli bevatte het schrikbarende bericht dat Servische troepen ,,allerlei'' gruweldaden begingen. Op 17 juli schreef de CIA-taskforce voor Bosnië in zijn dagelijkse geheime rapport dat de berichten van vluchtelingen over massamoord ,,bijzonderheden verschaffen die geloofwaardig lijken''. In een vertrouwelijk memorandum van 19 juli werd gerept van ,,geloofwaardige berichten over standrechtelijke executies en de ontvoering en verkrachting van Bosnische vrouwen''. Maar ondanks die wetenschap kreeg het lot van die mannen en jongens bij president Clinton en zijn topadviseurs geen prioriteit.

Omdat nadere kennis van Mladic' opzet slecht zou uitkomen, gaven de Amerikanen geen opdracht tot een wijziging in het vluchtpatroon van de Amerikaanse satellieten die van bovenaf beelden vastlegden, en ook niet voor nadere analyses van de inlichtingendiensten. Volgens een zegsman ,,analyseerden wij die beelden destijds niet op gruweldaden; we keken of de NAVO-piloten kwetsbaar waren''. Een ander herinnert zich: ,,Zodra Mladic die mannen gevangen had genomen, waren wij ze vergeten; we konden toch niets meer voor ze doen.''

Drie kostbare weken verstreken na de val van het veilige gebied voordat een opdracht werd gegeven tot een gedegen onderzoek van de satellietbeelden die eerder waren verzameld, en de geruchten werden bevestigd dat de moslims van Srebrenica inderdaad waren vermoord. Maar toen waren vrijwel alle gevangenen van Mladic al dood en (haastig) begraven.

Na het bloedbad werd door Clinton of het Congres niet meer teruggekeken. Ik heb geen aanwijzingen gevonden dat Clinton naderhand nog opdracht heeft gegeven tot een evaluatie van de Amerikaanse reactie op Srebrenica. Toen de VN in 1998 hun eigen Srebrenica-onderzoek instelden, werden de onderzoekers naar hun zeggen door leden van de regering-Clinton niet eens teruggebeld. Het VN-team kreeg alleen wat lagere functionarissen te spreken, die vrijwel niets onthulden. De Nederlandse onderzoekers liepen in Washington tegen dezelfde muur aan.

De geografische afstand van Amerika tot het toneel van de misdaad is geen excuus. Het is een bron van schaamte. De regering-Bush heeft een unieke kans om terug te kijken voor ze verder gaat. Door duizenden nog altijd geheime overheidsstukken te bekijken en te spreken met mensen uit inlichtingenkringen, het ministerie van Buitenlandse Zaken, het Pentagon en de regering-Clinton, kan het Nederlandse voorbeeld worden gevolgd en worden vastgesteld hoe en waarom de VS de andere kant op keken bij de grootste daad van genocide in Europa in 50 jaar.

Samantha Power is auteur van A Problem from Hell: America and the Age of Genocide.

©LAT-WP Newsservice