Reactie kabinet op NIOD

Het kabinet heeft er geen behoefte om aan de Tweede Kamer nog een `nadere beschouwing' over het NIOD-rapport inzake `Srebrenica' ter beschikking te stellen.

Dat blijkt uit de brief die premier Kok en de ministers Van Aartsen (Buitenlandse zaken) en De Grave (Defensie) aan de Kamer hebben gezonden. De Kamer had om de brief verzocht in verband met het overmorgen te houden Kamerdebat over het NIOD-rapport.

Oppositieleider Balkenende noemt de brief van het kabinet vandaag `zeer bedenkelijk'. Naar zijn mening is het kabinet erop uit door een procedurele stap van een inhoudelijk debat over het NIOD-rapport af te komen. Hij doelt daarbij met name op de in de brief nadrukkelijk voorkomende opmerking dat in de vorige week unaniem door de Kamer aanvaarde motie-Melkert eigenlijk al een parlementair oordeel over het NIOD-rapport is gegeven: `gedegen en evenwichtig'.

Hoofdbestanddeel van de motie-Melkert was de instelling van de tijdelijke commissie Van Middelkoop, die een eventueel parlementair onderzoek naar `Srebrenica' voorbereidt. Het kabinet laat weten dat het komende debat naar aanleiding van het NIOD-rapport vooral over de voorstellen van die commissie zou moeten gaan. Het kabinet herhaalt het vorige week bij het ontslag van het kabinet al aangegeven argument dat het zich `op hoofdlijnen' met het NIOD-rapport kan verenigen, zoals deze te vinden zijn in de epiloog van het rapport.