Proeftuin Rotterdam

Zonder veel geruzie en binnen redelijke termijn is in Rotterdam de collegevorming afgerond. De afwezigheid bij de onderhandelingen van lijsttrekker Fortuyn, een opmerkelijke vorm van distantie, zal hieraan hebben bijgedragen. Hij was met zijn Leefbaar Rotterdam de winnaar van de spectaculaire gemeenteraadsverkiezingen van begin maart. Verliezer was de Partij van de Arbeid, die decennialang in de Maasstad de dienst uitmaakte. Deze twee partijen hebben elkaar als partners in een college wijselijk uitgesloten. De PvdA voert de komende vier jaar oppositie. Dat zal wennen zijn, maar deze rol biedt behalve de teleurstelling over de gemiste macht ook nieuwe kansen. De partij is het contragewicht van een college dat heel slim `burgerlijk' wordt genoemd – niet rechts – en kan nuttig werk verrichten als controleur van het democratische proces. Oppositiejaren vormen een les in nederigheid en nodigen uit tot zelfreflectie. De PvdA kan als herboren uit haar retraite komen.

In het nieuwe college is Leefbaar Rotterdam met drie wethouders vertegenwoordigd en CDA en VVD ieder met twee. De lijsttrekkers van deze partijen hebben een coalitieakkoord opgesteld dat een mengeling is van authentiek ogende Rotterdamse daadkracht en retoriek van de `we zijn het zat'- soort die past bij anti- en apolitieke nieuwkomers. Op z'n best is dit verfrissend. Bij vlagen levert het holle woorden op en uitroeptekens die de plaats innemen van nadere uitleg over de manier waarop men denkt zijn plannen waar te maken. Veranderingen zullen er zeker zijn in Rotterdam, van een sterk gewijzigde cultuur van verantwoording afleggen tot het direct aanspreken van de burger om zijn stad schoon te houden.

Het coalitieakkoord heeft als titel `Het nieuw elan voor Rotterdam! Over rechten en plichten, waarden en normen, vrijheid en verantwoordelijkheid'. Twee van de vijf hoofdpunten zijn stokpaardjes van Fortuyns Leefbaren: veiligheid en inburgering. Van xenofobie, racisme en anti-islamsentimenten is in het document geen sprake. In die zin moet dit akkoord het voordeel van de twijfel krijgen. Inburgering wordt ,,niet vrijblijvend'' genoemd, maar ,,een plicht voor de naleving waarvan de overheid de voorwaarden moet creëren: hiervoor zal een deltaplan worden opgesteld (...)''. Strengere regels kortom, maar het wachten is eerst op het `deltaplan'. Iets dergelijks geldt voor de veiligheid. Straatroof, inbraken, drugs – ,,Rotterdam is het zat! (...) Het is tijd voor actie''. Wat voor actie precies? Dat is afwachten. De nieuwe wethouder voor Veiligheid, popelend van werkdrift, moet op haar daden worden beoordeeld. Ze zal effectief moeten handelen; haar `targets' moeten halen. Snel aan de slag, snel resultaat. Maar of met het aangekondigde ,,zichtbare low tolerance beleid'' de diepere oorzaken van de misdaad zijn te bestrijden, valt te betwijfelen.

Een beperkt akkoord waarvan hier sprake is, heeft voordelen. Er blijft nog iets te raden en het beleid wordt al doende gemaakt. Het zadelt de uitvoerders wel op met een aantal potentiële strijdpunten en aanvechtbare stellingen. Wat te denken van de mededeling dat niet de omvang van de haven belangrijk is, ,,maar het verdienen van de meeste centen'' ermee? Het hoort bij de proeftuin die Rotterdam nu is. De kiezer koos voor radicale verandering. Zijn wens is terecht gehonoreerd: Fortuyns partij mag de stad mede gaan besturen. 's Mans getamboereer leidde tot een ommekeer in de plaatselijke machtsverhoudingen. Daar is niets op tegen. Maar met de uitvoering begint het moeilijke werk. De beproeving ligt in de vraag of het de Leefbaren lukt om in harmonie met de coalitiepartners stad en bewoners in waardigheid te dienen.