`Niet-stemmers vooral cynici'

De groep niet-stemmers bestaat vooral uit cynici. Dit blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het beeld van de niet-stemmer als een politiek vervreemd dan wel apathisch figuur is veel te algemeen, zeggen de onderzoekers in hun studie.

Sinds de jaren tachtig neemt de opkomst bij verkiezingen af. Vooral voor de verkiezingen voor het Europees Parlement bestaat maar weinig belangstelling. De laatste keer, in 1999, kwam nog geen derde van de kiesgerechtigden (29,9 procent) op. Bij de laatstgehouden Tweede-Kamerverkiezingen van 1998 kwam 73 procent op.

Het zijn vooral jongeren, lager opgeleiden en mensen met lagere inkomens die minder bereid blijken te zijn om te gaan stemmen. De principiële niet-stemmers vormen maar een klein deel (16 procent) in de totale groep wegblijvers. Uit het SCP-onderzzoek blijkt dat de mate van ontevredenheid en tevredenheid over de regering van invloed is op de vraag of men wel of niet gaat stemmen.

Van de niet in politiek geïnteresseerden met een lage opleiding gaat 3 procent niet stemmen als men tevreden is met de regering. Dit percentage loopt echter op tot 40 procent als men neutraal tegenover de regering staat.

Directeur P. Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau sprak bij de presentatie van het rapport de verwachting uit dat de opkomst hoger zal zijn doordat Pim Fortuyn meedoet aan deze verkiezingen. Dit kan een twee-

ledig effect op de uitslag hebben. Eén groep zal aan de verkiezingen gaan meedoen om vóór hem te stemmen en een andere groep om juist tegen hem te stemmen.