Minder klachten na vuurwerkramp

Het aantal slachtoffers van de vuurwerkramp in Enschede dat kampt met lichamelijke en psychische klachten neemt af. Desondanks ervaart nog steeds vijftig procent van de getroffen bewoners, hulpverleners en passanten hun gezondheid als slecht. Dit blijkt uit het tweede gezondheidsonderzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat in Enschede is gehouden. Via vragenlijsten is onderzocht in welke mate slachtofffers klachten hebben en van welke zorg ze gebruik maken. De vragenlijst is in november en december 2001 ingevuld door 2.900 mensen. Dat is ruim driekwart van de deelnemers aan het eerste onderzoek dat kort na de vuurwerkramp, in mei en juni 2000, is gehouden. Op basis van de resultaten van het tweede onderzoek wordt waarschijnlijk een derde vervolgonderzoek gehouden. Daarbij wordt meer aandacht geschonken aan allochtonen en jeugdigen.

Uit het tweede vervolgonderzoek is gebleken dat allochtone getroffenen meer lichamelijke klachten, slaapproblemen en psychische stoornissen hebben dan autochtone mensen die de explosies op 13 mei 2000 hebben meegemaakt. Ook wordt er een verschuiving in de aard van de klachten geconstateerd. Het aantal lichamelijke klachten is afgenomen. Een grote meerderheid van de bewoners en hulpverleners is hersteld van beperkingen in het functioneren. Het aantal mensen met psychische klachten is toegenomen. Ongeveer een kwart van de getroffen bewoners kampt met posttraumatische stress-stoornissen. Van deze groep heeft 40 procent (nog) geen professionele hulp gezocht. Volgens de onderzoekers hebben veel mensen moeite om te erkennen dat ze hulp nodig hebben.